Academia Belgica restaureert schilderij Xavier Mellery

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Tentoonstelling Jan Cox nog tot 31 mei te bekijken in de Academia

De Suez Groep stapt als eerste privé bedrijf in een partnerschap met de Academia Belgica in Rome. In het kader hiervan heeft de groep, met de actieve steun van de vereniging Veneziaviva.be, bijgedragen tot de restauratie van een doek van de Belgische kunstschilder Xavier Mellery (Laken, 1845-1921), winnnaar van de Rome-prijs 1870. Het gaat om de kopie van één van de schilderijen uit de cyclus “De legende van de heilige Ursula” door de Venetiaan Vittore Carpaccio. De Belgische overheid heeft dit doek in 1873 aangekocht en het werd door de Musea voor Schone Kunsten te Brussel lange tijd in bruikleen gegeven aan de Academia Belgica. Het vult het eigen patrimonium van de Academia aan, dat voornamelijk bestaat uit een reeks wandtapijten gewijd aan de figuur van Scipio Africanus en een rijke bibliotheek. De viering rond de restauratie zal in de Academia Belgica (bij de tuinen van de Villa Borghese in Rome) plaatsvinden op 9 mei plaatsvinden, in aanwezigheid van de Belgische ambassadeur in Rome, Jan De Bock en de ambassadeur van België bij de Heilige Stoel, Frank De Coninck. Tot 31 mei 2008 loopt er in de Academia ook een tentoonstelling met schilderijen en grafisch werk van Jan Cox. De titel luidt: “Petite histoire italienne: Jan Cox (1919-1980), Cobra e le peregrinazioni tra Roma, Boston ed Anversa”.

Xavier Mellery, Belgisch schilder, beeldhouwer, tekenaar en illustrator, werd geboren in Laken in 1845 en overleed in dezelfde stad in 1921. Hij was een pionier van het symbolisme en leermeester van Fernand Khnopff. Zijn oeuvre bezit een naturalistisch aspect, dat vooral te zien is in de landschappen van het eiland Marken, geschilderd in 1878-79 op vraag van Charles De Coster, maar hij is vooral bekend voor zijn intimistische scènes (waaronder de serie tekeningen L’Ame des choses uit de jaren 1890) en voor zijn grote allegorische scènes tegen een goudkleurige achtergrond, bestemd voor de decoratie van openbare gebouwen. Hij illustreerde La Belgique van Camille Lemonnier (1885) en voerde ontwerptekeningen uit voor de beeldhouwwerken van de beroepen in het park van de Kleine Zavel (1882).

Zijn werk is het thema geweest van meerdere belangrijke tentoonstellingen, beginnende met de eerste retrospectieve het jaar volgend op zijn door, in Antwerpen, tot Xavier Mellery. L’Ame des choses, gewijd aan de kunstenaar in het Museum van Elsene in 2000. Een groot aantal van zijn schilderijen worden bewaard in het Museum voor Schone Kunsten te Brussel. Als leerling van Jean Portaels aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, reisde Xavier Mellery meer dan twee jaar lang door Italië nadat hij in 1870 de Prijs van Rome ontvangen had. Hij bewondert er Giovanni Bellini en Masaccio. Hij kopieert een werk van de Venetiaanse schilder Vittore Carpaccio, een karwei dat uiteindelijk meer dan 6 maanden zal duren, zeven tot acht uur per dag. Hij reproduceerde één van de monumentale panelen van ‘De legende van de Heilige Ursula’. In Rome maakt hij kennis met de beeldhouwer Paul De Vigne, wiens portret hij later realiseert en die een vriend voor het leven wordt. Onder de indruk van de fresco’s van de Sixtijnse Kapel droomt hij ervan de decoratieve tradities van de Renaissance voort te zetten. In 1875 zendt hij vanuit Rome zijn De moeder van de Gracchen vóór de Romeinse matrone in voor een tentoonstelling. In 1878 onderneemt hij een nieuwe Italiëreis. Hij schildert er stadsgezichten van Venetië.

De Academia Belgica staat open voor jonge geleerden, kunstenaars en vorsers die hun specialisatie kunnen beoefenen. Voor het Romeinse publiek worden regelmatig manifestaties georganiseerd waar de voornaamste Belgische culturele, wetenschappelijke en artistieke realisaties worden voorgesteld. Deze activiteiten zorgen voor heel wat ontmoetingen tussen Belgische en Italiaanse milieus en geven vaak aanleiding tot blijvende contacten. De academia beheert ook verzamelingen in disciplines zoals de godsdienstgeschiedenis, de kunstgeschiedenis, de archeologie en de geschiedenis. Het verschaft onderdak aan talrijke projecten in het kader van het cultureel akkoord tussen Italië en de Vlaamse en Franse Gemeenschap. De Academia Belgica werkt samen met het netwerk van de buitenlandse academies in Rome en werkt actief mee aan gemeenschappelijk opgezette programma’s. Ze vormt ook een belangrijk ontmoetingspunt tussen België en andere landen van het Middellandse Zeegebied.

Tot 31 mei 2008 loopt er in de Academia ook een tentoonstelling met schilderijen en grafisch werk van Jan Cox. De titel luidt: “Petite histoire italienne: Jan Cox (1919-1980), Cobra e le peregrinazioni tra Roma, Boston ed Anversa”. Veel stukken in deze tentoonstelling zijn specifiek aan Rome of aan de Romeinse periode van Cox gewijd. Amper 20 reisde Cox voor het eerst naar Rome, in hetzelfde jaar, 1939, waarin ook de Academia Belgica werd opgericht. Deze laatste was toen een enigszins uitgesteld huwelijksgeschenk voor kroonprins Umberto en prinses Marie-José. Cox was medestichter van de groep Jeune Peinture Belge en onderhield ook nauwe contacten met de Cobra-groep zonder er echter formeel bij aan te sluiten. Vanaf 1951 kwam Cox onder contract bij de New Yorkse galerie van Curt Valentin die kunstenaars als Picasso, Matisse en Moore vertegenwoordigde.

In 1954 won hij een beurs van de Academia Belgica en werkte een jaar in Rome, in de Via Omero 8, als kunstenaar-resident van de academie. Zijn vriend, wijlen Hugo Claus, vooraanstaand lid van de Cobra-groep, verbleef dat jaar ook in Rome. Van 1956 tot 1974 doceerde Cox aan de “School of the Museum of Fine Arts” te Boston, waar hij de afdeling schilderkunst leidde. In 1974, bij zijn terugkeer naar Antwerpen, startte Cox’ nauwe band met Adriaan Raemdonck van Galerie “De Zwarte Panter” waarmee hij volledig samenwerkte. In die jaren ontstond de Ilias-cyclus. Drie keer nam Cox deel aan de Biënnale van Venetië. Andere Italiaanse steden waar Cox tentoon stelde waren: Santa Margherita Ligure en Milaan. In 1964 won hij de Premio Marzotto. In 1979, het jaar vóór zijn dood, trok hij voor de laatste maal naar Rome. De expo in de Academia Belgica is de eerste tentoonstelling aan Cox gewijd in Rome. Hij wordt mogelijk gemaakt dank zij de samenwerking tussen de Academia Belgica, het KMSKA, de Vlaamse overheid, de Universiteit Antwerpen en Galerie “De Zwarte Panter”.

Academia Belgica, Via Omero 8, Rome
Inlichtingen: tel. 06 203 98 631 – segreteria@academiabelgica.it
Openingsuren expo: maandag-vrijdag: 10-18 uur,
zaterdag: 10-13 uur, zondag en feestdagen gesloten.

http://www.academiabelgica.it/

http://www.veneziaviva.be/

http://www.artcyclopedia.com/artists/mellery_xavier.html

http://www.artcyclopedia.com/artists/carpaccio_vittore.html

http://www.jancox.be/Home.html

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 6 mei 2008 op het Romenieuws-archief.