Berlusconi klopt Veltroni

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De kleurrijke mediamiljardair Silvio Berlusconi heeft volgens de eerste prognoses na de voorbije Italiaanse verkiezingen een meerderheid in Kamer en Senaat behaald. Indien deze voorsprong wordt bevestigd, wordt de 71-jarige Berlusconi na 1994 en 2001 voor de derde keer premier van Italië. Walter Veltroni, de voormalige burgemeester van Rome, heeft inmiddels zijn nederlaag reeds toegegeven. De uitslag is duidelijk. Rechts zal regeren, zei hij. De zege van Berlusconi is geen grote verrassing. Weken geleden al hadden peilingen de alliantie van Berlusconi een voorsprong van acht tot negen procent voorspeld. Dat is veel. Toch had ook de bijna 20 jaar jongere Veltroni, die als jarenlange burgemeester van Rome een grote populariteit had opgebouwd, zichzelf tot op het laatst goede kansen op de verkiezingsoverwinning toegedicht. Na het sluiten van de stembureaus, gisteren om 15 uur, voorspelden de eerste exitpolls al een lichte voorsprong van zo’n twee procent voor Berlusconi’s blok. Maar met de vorige verkiezingen in gedachten, durfde niemand zich al aan een gok te wagen.

De Italianen kozen hun 62ste regering sinds de Tweede Wereldoorlog. Politieke crisissen in het land zijn veelal te wijten aan het versplinterde politieke landschap. Op dit moment gaat Italië ook gebukt onder een zich verslechterende economie en een enorme staatsschuld. Zowel Berlusconi als Veltroni beloofden bescheiden belastingverlagingen en een vermindering van de bureaucratie. Tot Berlusconi’s nieuwe alliantie ‘Volk van de Vrijheid’ behoort ook de rechtspopulistische ‘Lega Nord’ van Umberto Bossi. Veltroni’s ‘Democratische Partij’ (PD) was samen met juniorpartner ‘Italië van de Waarden’ naar de nieuwe verkiezingen gegaan. De mogelijkheid van een grotere coalitie in geval van een nek-aan-nekrace van de beide grootste partijen hadden linkse toppolitici vooraf al uitgesloten.

De kiesopkomst lag volgens Binnenlandse Zaken met 81 procent enkele procentpunten lager dan in 2006. Twee jaar geleden had 83,6 procent van de kiesgerechtigden zijn stem afgegeven en voor de krapste uitslag in de jongere politieke geschiedenis van Italië gezorgd. Waarnemers wijten de mindere opkomst vooral aan de aversie tegen de politiek van vele Italianen. De tweedaagse verkiezingen verliepen zonder grote incidenten. In elk geval verdwenen uit een kiesbureau in het Siciliaanse Palermo een honderdtal lege stembrieven. In vele van de meer dan 61.000 stemlokalen vormden zich lange rijen omdat de kiezers hun gsm’s en camera’s voor het betreden van de stemcabines moesten afgeven. Die maatregel kwam er om de kiezers te verhinderen een foto van hun stembiljet te maken. Kiezers zouden op die manier aan de maffia kunnen bewijzen dat ze op een bepaalde kandidaat hebben gestemd. Door alle digitale hardware uit de kieshokjes te bannen probeerde de overheid die praktijken te verhinderen. Of het veel geholpen heeft is niet duidelijk, want de ambtenaren van dienst mochten de kiezers niet fouilleren.

De nieuwe verkiezingen waren na de val van de centrumlinkse regering van Romano Prodi eind januari noodzakelijk geworden. Prodi, die met een wankele negen-partijencoalitie had geregeerd, verloor zijn nipte meerderheid in de Senaat door dissidentie van een kleine katholieke coalitiepartnner. Anders dan in ons land heeft Italië een volkomen tweekamerstelsel, waarbij Kamer en Senaat helemaal gelijkwaardig zijn. Via het uiterst complexe kiessysteem in Italië (in 2005 door centrumrechts ingevoerd, met de bedoeling Italië onbestuurbaar te maken in geval van een centrumlinkse zege) wordt aan de winnaar een bonus toegekend. In de Kamer krijgt de coalitie die op nationaal vlak wint, die bonus (in de vorm van extra zetels). Maar in de Senaat wordt de bonus op regionaal niveau toegekend.

Door die kieswet haalde Romano Prodi in 2006 een comfortabele meerderheid in de Kamer, maar in de Senaat had hij slechts twee zetels meer. Prodi viel in januari 2008, na twintig maanden. De centrumlinkse kandidaat Walter Veltroni had erop gerekend dat centrumrechts nu zou oogsten wat het had gezaaid. Met andere woorden: Veltroni rekende op een gelijkspel in de Senaat. Om te regeren zou Berlusconi dan gedwongen zijn met centrumlinks in coalitie te treden. Maar centrumlinks heeft gegokt en verloren. Berlusconi, overigens de eerste en tot dusver enige premier in het naoorlogse Italië die zijn hele termijn kon uitdoen (2001-2006), kan met een sterke meerderheid aan de slag.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 15 april 2008 op het Romenieuws-archief.