Conclaaf in de Sixtijnse kapel is begonnen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Vandaag om 16.30 u., na een eucharistieviering in de Sint-Pietersbasiliek, stapten de 115 kiesgerechtigde kardinalen in processie binnen in de wereldberoemde Sixtijnse kapel en begint achter gesloten deuren het conclaaf. Eén van deze kardinalen zal binnen enkele dagen terug buitenkomen als de nieuwe paus, wat wordt aangekondigd door witte rook en het luiden van de klokken van de basiliek. Om verkozen te worden, is een tweederde meerderheid noodzakelijk, ten minste voor de 33 eerste stemrondes, die verlopen à rato van vier per dag. Er zullen zeker wel momenten zijn waarop iemand van de kardinalen even omhoog kijkt. De God van Michelangelo, die ook dit conclaaf in de gaten zal houden, straalt, meer dan hij ooit in vijf eeuwen heeft gedaan, af van het plafond. Dat is het werk van paus Johannes Paulus II, die niet alleen de communistische Rode Zee openkliefde, maar ook het prachtige scheppingswerk van Michelangelo liet restaureren. Het was één van de grootste waagstukken uit de kunstgeschiedenis.

Het restauratieproject van de Sixtijnse Kapel werd gesponsord door het Japanse Nippon Televison Network Corporation. Dat was geregeld door Johannes-Paulus II tijdens zijn pastorale reis naar Japan in 1981. In ruil voor de sponsoring kreeg het bedrijf alle reproductierechten voor de duur van de restauratiewerken en tot vier jaar daarna. De eigenaars van het televisiestation zijn er schatrijk van geworden. Toprestaurateur Gianluigi Colalucci ontving voor zijn werk een ere-doctoraat in de schone kunsten aan de universiteit van New York. Nippon Televison, een zender die in de jaren tachtig vooral bekendstond voor zijn quizprogramma’s en degelijke omkadering van baseballwedstrijden, had nog maar weinig aan cultuur of religie gedaan. Met uitzondering van de jaarlijkse oude kunstboekenmarkt in Tokio, waarvan de zender telkens een soort hitparade bracht van de best verkochte schilder, en dat was bijna onveranderlijk Brueghel. En er was ook nog de herinnering aan het weergaloze succes dat de Mona Lisa in Tokyo kende. Dat alles bracht een medewerkster op een idee: we bekostigen de restauratie van de Sixtijnse kapel en verwerven de exclusiviteit op de beelden van het ongetwijfeld verrassende resultaat.

De kunstwereld keek lichtjes verbijsterd toen men in Rome stellingen begon te bouwen in de Sixtijnse kapel en die voor de duur van vier jaar meteen dicht ging voor toeristen. De schoonmaak begon met het aanbrengen van proppen Japans papier, gedrenkt in een mengsel van ammonium bicarbonaat, natrium bicarbonaat en het antischimmel-middel Desogen. Vooral in de Verenigde Staten brak in het academische milieu verzet uit tegen wat men “de ramp van de eeuw in de kunstgeschiedenis” noemde. Amerikaanse kranten aarzelden niet om de restauratie van Michelangelo’s werk te vergelijken met “the space shuttle disaster” en gewag te maken van een “artistiek Tsjernobyl”.

Professor James Beck van Columbia University publiceerde een vrije tribune in de Italiaanse krant La Repubblica waarin hij beweerde dat de restaurateur Colalucci, die de werkzaamheden in de Sixtijnse kapel leidde, een soort “Benetton Michelangelo” zou te voorschijn toveren. Volgens hem waren de kaarsenwalmen die vijf eeuwen lang tegen het plafond waren opgeklommen, ook een bescherming gaan bieden tegen de tand des tijds. Er was ook sprake van een vernislaag van dierlijk vet die Michelangelo achteraf op zijn schilderwerk zou hebben gezet. Toen ook een groep kunstenaars, onder wie Christo en Robert Rauschenberg, een brief naar Johannes Paulus II schreven – mede ondertekend door “de geest van Andy Warhol” – met de vraag om de restauratie stop te zetten, ontstak Colalucci in een vlammende woede. De Italiaan noemde de Amerikaanse kunsthistorici barbaren voor wie de kennis van religieuze kunst ophield met De tien geboden van Cecil B. DeMille. “Wie anders zou zich kunnen voorstellen”, aldus de Italiaanse restaurateur, “dat een Renaissancekunstenaar de schitterende kleuren van zijn werk achteraf zou verbergen onder dierlijk vet?”

De paus bemiddelde in het geschil. Hij liet een internationale ploeg van kritische kunsthistorici naar Rome komen, en die moesten vaststellen dat Colalucci en zijn ploeg de juiste weg hadden gevolgd. Ze hadden de harslaag eraf gehaald die de Griekse restaurateurs, Mazzuolis (vader en zoon), er tussen 1710 en 1713 ongelukkigerwijze op hadden aangebracht. Als de verzamelde kardinalen vandaag naar Michelangelo’s schepping kijken, zullen ze zowel aan paus Julius II moeten denken, die de kunstenaar de opdracht gaf, als aan Johannes Paulus II, die het kunstwerk voor het eerst in eeuwen opnieuw deed stralen. En misschien zullen er ook wel een paar Amerikaanse kardinalen zijn die de stem van Charlton Heston horen, die destijds God De Vader mocht dubben in De tien geboden….

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 18 april 2005 op het Romenieuws-archief.