Antonio Fazio treedt af als gouverneur van de Italiaanse centrale bank. Dat heeft een woordvoerster van de centrale bank gisteren bekendgemaakt. Fazio was benoemd voor het leven, maar kwam de voorbije maanden zwaar onder vuur te liggen door zijn handelwijze in de overnamestrijd tussen ABN AMRO en Banca Popolare Italiana (BPI) om de Italiaanse bank Antonveneta. Fazio’s positie werd helemaal onhoudbaar toen vorige week ook nog bleek dat het parket van Milaan hem verdacht van handel met voorkennis.
De 69-jarige gouverneur van de Italiaanse centrale bank zou ex-bestuursvoorzitter Gianpiero Fiorani van BPI hebben ingelicht over de handel in Antonveneta. Bovendien zou Fazio BPI frauduleuze handelingen laten plegen, waarbij onder meer de eigen klanten op grote schaal werden opgelicht. Fiorani zit sinds dinsdag in de gevangenis en heeft al toegegeven ongeoorloofd geld van privé-rekeningen van klanten te hebben afgeboekt om onder meer de aankoop van aandelen Antonveneta mee te financieren. Fazio, die sinds 1993 aan het hoofd stond van de Italiaanse centrale bank, wordt al door de rechtbank van Rome verdacht van het misbruik maken van zijn functie in de zaak Antonveneta. ABN AMRO wist pas BPI te stoppen en de bank uit Padua over te nemen, nadat Justitie zich deze zomer met de sinds eind vorig jaar lopende strijd om Antonveneta was gaan bemoeien.
Er wordt al volop gespeculeerd over een mogelijke opvolger. De krant La Repubblica noemt onder meer Tommaso Padoa-Schioppa (67), voormalig bestuurslid van de Europese Centrale Bank en één van de vaders van de euro. Andere namen die worden genoemd zijn Goldman-Sachs-manager Mario Draghi (58), voormalig directeur van de schatkist, en Vittorio Grilli (48), topman van het ministerie van Financiën.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 20 december 2005 op het Romenieuws-archief.

