Latijnse leeskring NKV Leuven: Ovidius, Amores

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het NKV (Nederlands Klassiek Verbond), afdeling Vlaams-Brabant/Leuven, organiseert in samenwerking met het Instituut voor Klassieke Studies van de KULeuven ook dit jaar weer een Latijnse leeskring. Voor de 16de maal zal deze onder leiding staan van S.P.Q.R.-clublid dr. Michiel Verweij. Dit jaar staat het eerste werk van Ovidius op het programma, de Amores, meer bepaald het eerste boek.

De sessies vinden altijd plaats op maandagavond 19.30 uur in lokaal 06.15 van het Erasmushuis (faculteitsgebouw Letteren), Blijde Inkomststraat 21, 3000 Leuven, en duren tot ca. 21 uur. Deelname is gratis; voor de tekst wordt gezorgd. Centraal staat het lezen van de Latijnse tekst zelf: voorbereiding door de deelnemers is niet nodig. Een redelijke voorkennis is wel gewenst: wie in het middelbaar Latijn gevolgd heeft, moet in principe mee kunnen.

De eerste sessie vindt plaats op maandag 2 oktober. Nadere informatie is te verkrijgen bij de docent: michiel.verweij@kbr.be. Mis deze unieke kans niet om een Latijnse dichter een Latijnse dichter te zien lezen, want Pratensis legit Nasonem!

Tweeduizend jaar geleden, in 17 of 18 n. Chr., overleed de Romeinse dichter P. Ovidius Naso in zijn ballingsoord Tomi aan de Zwarte Zee. Ovidius is met name bekend om zijn Metamorphoses of Gedaanteverwisselingen, een episch gedicht in 15 boeken waarin hij een schat aan Griekse en Romeinse mythen op briljante wijze vertelt. Daarnaast is ook nog tamelijk bekend de Ars amatoria of Minnekunst, een gedicht in drie boeken dat zich presenteert als een soort leerdicht of handboek voor het vinden (en houden) van een geliefde.

Daarmee is zijn productie nog lang niet uitgeput. In feite is Ovidius de Latijnse dichter van wie het omvangrijkste oeuvre is overgeleverd. Zo kennen we nog de Amores (drie boeken liefdeselegieën), de Heroides (brieven van heldinnen uit de mythologie aan de geliefden die hen in de steek hebben gelaten), de Remedia amoris (een ‘afleerdicht’ voor de liefde), de Fasti (een bewerking van de eerste zes maanden van de Romeinse kalender), de Tristia en de Epistulae ex Ponto (klaagdichten uit de ballingschap), terwijl van andere werken slechts fragmenten over zijn.

In tegenstelling tot Vergilius en Horatius hoorde Ovidius nooit tot de kring van Maecenas of keizer Augustus zelf. In feite is hij een vertegenwoordiger van de generatie die de Burgeroorlogen niet meer heel bewust heeft meegemaakt en er ook niet van geleden heeft. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door tintelende en sprankelende verzen. Uiteindelijk werd hij in 8 n. Chr. om nooit opgehelderde redenen door keizer Augustus naar Tomi verbannen.

Na de oudheid was er vanaf de 12de eeuw opnieuw grote belangstelling voor het oeuvre van Ovidius. Dat succes hield enkele eeuwen aan: in de Renaissance en Barok was zijn werk een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de schilderkunst en de muziek. Vanaf het begin van de 19de eeuw taande zijn ster: men vond hem te oppervlakkig, lichtzinnig, frivool, gespeend van echt en diep gevoel. Sinds het eind van de 20ste eeuw is de slinger weer de andere kant op gegaan: Ovidius geldt in onze postmodernistische tijd als de dichter die ons het meest aanspreekt. Zijn werk is oneindig speels, wordt gekenmerkt door ironie en door groot technisch meesterschap. Zijn verzen zijn soepel en Ovidius is een briljant verteller.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 23 september 2017. Bekijk het origineel.