De plannen voor de volledig nieuwe presentatie van de collectie van het Gallo-Romeins Museum zijn klaar. Scenograaf Niek Kortekaas en architectenbureau De Gregorio & Partners werkten intensief samen met de museumstaf om een krachtige en sfeervolle permanente tentoonstelling te creëren. Het museum wil met een verhaal iedereen in de ban brengen van het verre verleden. Zo kunnen verschillende types bezoekers inzicht krijgen in het boeiende maar soms moeilijk te doorgronden leven van onze voorouders, van prehistorische mensen tot Gallo-Romeinen. Voor de realisatie van de nieuwe permanente opstelling trekt gedeputeerde van Cultuur Gilbert Van Baelen meer dan drie miljoen euro uit. In april 2009 wil het nieuwe museum zijn deuren openen. Het Provinciaal Gallo-Romeins Museum is gesloten voor het publiek terwijl er ingrijpende renovatie- en nieuwbouwwerken bezig zijn. Alles verloopt volgens plan. Ook de presentatie van de collectie zal een gedaanteverwisseling ondergaan. Daarvoor is 2600 m² voorzien. Dit is meer dan 600 m² extra in vergelijking met het vorige museum. Het ontwerp van die permanente opstelling is nu klaar.
Opzet van de tentoonstelling is om voor verschillende doelgroepen een ideale leeromgeving te creëren: kinderen en jongeren die het museum bezoeken met hun gezin of met hun klasgenoten, mensen die vooral op zoek zijn naar informatie en bezoekers die op een intuïtieve manier het verre verleden willen ontdekken. Het Gallo-Romeins Museum koos voor een chronologisch parcours dat alle zalen aandoet en langs alle opstellingen loopt. Bezoekers kunnen niets missen en behouden het overzicht.
Bepalend is de keuze voor een verhalende aanpak. Het museum probeert steeds uit te leggen waarom bepaalde ontwikkelingen plaatsgrepen. Weetjes en feiten zullen tot een minimum beperkt worden. Hoe ging het museum te werk? Eerst schreef de museumstaf een erg compleet verhaal over het leven van de mens in de regio Limburg. Aansluitend illustreerden ze dit verhaal met de collectie. Zo willen ze het bezoek aan het museum meeslepend te maken. Delen uit het chronologische verhaal die het museum niet kan ‘vertellen’ met voorwerpen uit de collectie, worden gepresenteerd via alternatieve media. Toch worden er veel meer objecten tentoongesteld dan vroeger. Opmerkelijk is een vroegchristelijke grafkamer, gevonden in Koninksem, nabij Tongeren. Er zullen ook stukken zijn die gevonden werden op de plek waar nu de nieuwbouw in de steigers staat.
Kortekaas’ ontwerp ziet er erg stemmig uit, onder meer door een uitgekiende verlichting. Hij maakt dankbaar gebruik van de architectuur die daglicht uit de tentoonstellingszalen weert. Ook levensechte figuren uit kunsthars zullen bezoekers in de ban brengen van het verre verleden. Voor jongere bezoekers zijn er eenvoudige computerspelen en animaties. Het Gallo-Romeins Museum kiest er niet voor om ze samen te brengen in een aparte kinderzone maar om ze te integreren in het verhaal. Uiteraard zijn er massa’s tekstpanelen met diepgaande informatie. Ook diverse, vooral prehistorische technologieën wil het museum minutieus in beeld brengen via film. Met kaarten geeft het museum de bezoekers een blik op de wereld buiten de Limburgse regio.
Eerst werkte het museum samen met het Londense bureau Event Communications. Deze studio hielp de museumstaf om keuzes te maken in de massa wetenschappelijke informatie die op tafel lag. Ook gaven ze advies over hoe de kennis over het verre verleden best aan het publiek wordt overgebracht. Meer dan een jaar geleden werden Niek Kortekaas en De Gregorio & Partners aangetrokken. Via een intensief samenwerkingsproces met de museumstaf maakten zij het nieuwe tentoonstellingsontwerp. Kortekaas tekende enkele jaren geleden ook al de tentoonstelling ‘Neanderthalers in Europa’, die meer dan 150.000 bezoekers naar het museum trok. De scenograaf en het architectenbureau richtten voor deze opdracht een tijdelijke vereniging op. Kortekaas en De Gregorio zullen ook de uitvoering van de ontwerpplannen coördineren in de ateliers van de aannemers. Nadien sturen ze ook het opbouwproces van de tentoonstelling in het museum zelf.
Het ontwerp voor de permanente tentoonstelling wil bewust eenvoudig zijn, simpel duidend vanuit drie grote bewegingen: ‘de regio’, ‘de mens’ en ‘gebruiksvoorwerpen’. Hiervoor zijn er in het museum drie monumentale zalen voorzien die deze bewegingen en de ontwikkelingen van de mens ruimtelijk vormgeven.
De permanente collectie steunt verhalend op vier grote scharniermomenten die de menselijke activiteit en ontwikkeling in onze regio gemaakt en beïnvloed hebben. Ogenschijnlijk banale voorwerpen liggen hieraan ten grondslag. Zo’n scharnierobject lichten we in de scenografie bewust op door het uitvergroot te presenteren. Tussen deze scharniermomenten is een heldere tijdslijn/pad aangebracht rond het komen en gaan van ‘de mens’ in onze regio.
De drie ruimtes zijn als volgt te lezen en te begrijpen.
In de eerste zaal ‘De eerste mensen’ tonen we een landschap doorsneden met langwerpige metaalkleurige spieën waarop en waarin de geschiedenis van de eerste mensen in onze regio verteld wordt – een vlakte doorsneden met geabstraheerde lagen zoals bij een opgraving. De opstelling start met als eerste scharniermoment een 300.000 jaar oude ‘chopping tool’. Er is ook bewust gekozen voor zuivere ensceneringen: levensechte Neanderthalers op jacht en zwervende Nomadische figuren die uiteindelijk in groepen en in tenten zullen gaan wonen. Daarnaast werd er ook gekozen voor ‘Grafiek’; geen grote filmprojecties of lichtbakken, maar wel spectaculair grote tekeningen die de ontwikkelingen en het verhaal van ‘de mens’ mee vertellen.
De tweede zaal ‘Landbouw en Sociale Verschillen’ verrast door haar cirkelstructuur. Immers ‘de mens’ zal zich vanaf nu permanent vestigen en aan landbouw gaan doen. Er komt een letterlijk grotere gebondenheid tussen de mens enerzijds en de regio anderzijds. De cirkel is bij uitstek het symbool voor die nieuwe situatie waarin de mens zich toen bevond. De cirkelvormige wand is opgebouwd uit ruwe houten balken, een product van de bomenstructuur die de zaal doorklieft. Bossen maakten plaats voor akkerbouw en de eerste boerderijen werden gebouwd. In contrast hiermee is gekozen voor een moderne metalen tafelstructuur die ruimte biedt aan de verschillende inhoudelijke thema’s en vitrines. Ook hier worden de scharniermomenten aangegeven door uitvergrote objecten; een bandkeramische pot en een ritueel gebogen zwaard. Het ritueel gebogen zwaard luidt een periode in waarin sociale verschillen ontstonden. De gebonden groepen mensen kregen leiders en stamhoofden en verenigden zich zoals bv. de Eburonen dat deden. Een van de topstukken uit de collectie is de zgn. Torques, een cirkelvormig halssieraad als teken van macht. Het einde van deze zaal behandelt de verovering van Gallië door Caesar, geëvoceerd door één grote grafische tekening rond de slag.
De derde zaal behandelt de romanisering en begint met het ontstaan van Tongeren. Het scharniermoment is een romeinse drinkbeker die met de romeinse veroveraars is meegekomen. De cirkelvorm maakt plaats voor een uitdijende cirkel vanuit een maquette van Tongeren – hét middelpunt in de zaal ‘Romanisering’ – letterlijk een stad in expansie. Vanuit dit centrale middelpunt ‘De Stad’ bezoekt het publiek in detail de romeinse stad. De groeiende en uitdijende stad gaat tenslotte over in de vierde zaal, ‘Romanisering op het platteland’, om tenslotte te eindigen met de komst van de Germanen en het verval van Tongeren. Dit wordt geëvoceerd door een uitgestrekt grafveld waarin de Germaanse invloed zichtbaar wordt en een panoramische tekening van Tongeren in verval.
In het ontwerp hebben we gezo
cht naar een helder scenografisch concept dat door zijn eenvoud de tand des tijds kan doorstaan. Samen met het museumteam is een goede balans gevonden tussen enerzijds enscenering en presentatie van de collectie en anderzijds de onoverkomelijke vraag naar nieuwe media, interactiviteit en enig spektakel. Het is precies deze balans die een bezoek aan de permanente collectie van het Gallo-Romeins Museum meer dan de moeite waard zal maken.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 26 maart 2008 op het Romenieuws-archief.

