In Rome kan je regelmatig een grote overzichtstentoonstelling rond een bepaalde kunstenaar meepikken. Vandaag opent er weer eentje in het Complesso del Vittoriano. Titel van de expo: Renoir. Tradizione e innovazione. Zoals gebruikelijk werken internationale musea van haast overal ter wereld mee aan deze tentoonstelling. In totaal worden zo’n 150 werken van Renoir getoond. De kans dat je een dergelijke collectie nog eens bij elkaar ziet is vrij klein en om de originele werken te bewonderen moet je later zowat de halve wereld rondreizen. Tot 29 juni kan je het echter allemaal zien in Rome.
Pierre-Auguste Renoir werd geboren in Limoges. Zijn vader, een kleermaker met een groot gezin, vestigde zich in 1845 in Parijs. Al op zijn 13de werkte Renoir als leerling-schilder. Hij schilderde bloemen op keramiek. Toen dit proces werd geautomatiseerd moest hij overstappen op andere objecten. In 1862 sloot hij zich aan bij de Atelier Gleyre van Marc-Charles-Gabriel Gleyre en maakte kennis met Claude Monet, Alfred Sisley en Frederic Bazille, later ontmoette hij ook Camille Pissarro en Paul Cézanne. Hij exposeerde voor het eerst bij de Salon in 1864; daarna weigerde de jury zijn werk, tot in 1867 zijn Lise werd geaccepteerd, een portret van zijn model en minnares Lise Trehot.
In 1867 woonden Renoir en Monet bij Bazille. In de jaren daarna deelde hij een studio in Parijs met Bazille. Jonge kunstenaars poseerden daar voor elkaar. De zomer van 1869 bracht hij door met Monet in Bougival aan de Seine. Gezamenlijk werkten zij daar de principes van het impressionisme verder uit. In de jaren ’70 werkte hij in Argenteuil en Parijs en nam deel aan de exposities van 1874, 1876, 1877 en 1882. Renoir ondervond eerder erkenning dan zijn vrienden. In 1879 en 1880 stuurde hij verschillende portretten in voor de Salon.
In de jaren ’80 liet hij de impressionistische stijl achter zich, en begon een zoektocht naar een vastere vorm en compositie. Hij werkte heel precies en nauwgezet, met een koeler en gladder kleurgebruik. Later keerde hij terug naar de warme kleuren en de vrijere penseelvoering. Hij maakte veel naakten in warm zonlicht. In 1886 werden 32 van zijn werken door de kunsthandelaar Durand-Ruel tentoongesteld in New York, waarmee de grote Amerikaanse markt werd geopend voor het impressionisme.
In 1880 ontmoette hij Aline Charigot, een vrouw van eenvoudige komaf, met wie hij huwde in 1890. Zij kregen drie zoons: Pierre (1885), Jean (1894, hij werd later een bekend filmregisseur) en Claude (1901). Eveneens in 1880 brak Renoir zijn rechterarm, waardoor hij noodgedwongen enige tijd de linkerhand moest werken. In 1881 reisde hij naar Algerije, later ook naar Spanje en Italië.In 1888 kreeg Renoir een eerste aanval van jicht, een vorm van reuma. Een jaar daarna raakte zijn rechterarm verlamd. Ondanks de pijn werkte hij door, met een penseel aan zijn pols gebonden. Kort voor zijn dood in 1919 voltooide hij zijn grote compositie Les Grandes Baigneuses. Renoir stierf in Cagnes-sur-Mer op 3 december 1919 en werd begraven in Essoyes, naast Aline. Zijn laatste woonhuis in Cagnes in (Zuid-Frankrijk), nabij Nice, is thans het Renoir Museum en is (na restauratie) te bezichtigen. Het huis staat in een enorme tuin met olijfbomen.
Renoir. Tradizione e innovazione.
Complesso del Vittoriano
Via San Pietro in Carcere (vlakbij Piazza Venezia)
Open van ma. tot do. van 9.30 – 19.30 u.,
vr. en zat. van 9.30 tot 23.30 u.,
zondag van 9.30 – 20.30 u.
Toegangsprijs: 10 / 7,5 euro
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 8 maart 2008 op het Romenieuws-archief.

