Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Zin om eens 2000 jaar terug te keren in de tijd? Dan moet je de komende maanden in Tienen (België) zijn. Na een periode van ogenschijnlijke rust opent museum ‘het Toreke’ in de stad Tienen vanaf vandaag opnieuw zijn deuren voor een interessante tentoonstelling over Romeinse begrafenisrituelen. De expo is het resultaat van jarenlang archeologisch onderzoek op het grootste opgegraven grafveld van de Benelux onder leiding van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). Die archeologische opgravingen werden geleid door archeologe Marleen Martens, die voor al deze inspanningen dit jaar de laureate werd van de Romulusprijs 2006, die jaarlijks wordt uitgereikt door onze vereniging S.P.Q.R. In de nabije toekomst zullen wij met onze club deze tentoonstelling zeker bezoeken. De datum hiervoor maken wij zo snel mogelijk bekend.

Wie de tentoonstelling in Tienen bezoekt kan er de magische wereld van de dodenrituelen in de Romeinse tijd ontdekken. De levensgrote reconstructie van de recent ontdekte grafkamer van het tumulusgraf van Grijpen geeft een spectaculair beeld van de offerrituelen die met sommige begrafenissen gepaard gingen. Uniek aan de nieuwe museale opstelling is dat ze voornamelijk de geloofswereld belicht, een zo goed als onbekend aspect van de Gallo-Romeinse samenleving. De mentaliteit van een volk kan men immers het best leren kennen door zijn religieuze opvattingen en rituele praktijken te bestuderen. Dat geldt des te meer voor de Gallo-Romeinen die vasthielden aan de overtuiging dat alle aspecten van het dagelijkse leven beïnvloed worden door goden en geesten.

Op de tentoonstelling worden enkele graven van het Romeinse grafveld van het Grijpenveld voor het eerst tentoongesteld. De studie hiervan leverde nieuwe gegevens over regionale grafrituelen op. De meeste van de ongeveer 1400 graven op het Grijpenveld bevatten crematieresten van de overledene die in een urne geplaatst of in een doek gewikkeld werden. Daarnaast werden voorwerpen meegegeven. Meestal betrof het parfumflesjes, juwelen, speelgoed en potten met voedsel en drank. Die voorwerpen kregen hierdoor een speciale, magische functie. Het offeren van dieren speelde een zeer belangrijke rol bij Gallo-Romeinse begrafenisrituelen. Dieren werden vaak geofferd om als voedsel mee te geven in het graf of om de welwillendheid van de goden en de geesten van de onderwereld af te smeken. In sommige gevallen werden mensen in heel bijzondere houdingen begraven. In sommige graven ontbraken bepaalde lichaamsdelen of waren meerdere lichamen in hetzelfde graf bijgezet. In enkele gevallen is er zelfs sprake van mogelijke mensenoffers. Dat vermoeden wordt versterkt door het skelet van een vrouw, dat werd bijgezet op het deksel van het tumulusgraf.

De levensgrote reconstructie van de recent ontdekte grafkamer van de tumulus van Grijpen geeft een spectaculair beeld van de offerrituelen die met sommige begrafenissen gepaard gingen. De houten grafkamer (3,7 m bij 3,1 m) werd aangelegd in een schacht met een diameter van 5 m en een diepte van 3,80 m. Over de bodem van de grafkamer waren brandstapelresten uitgestrooid. De grafkamer werd afgedekt met een houten deksel. Hierop bevonden zich de skeletten van een vrouw, een paard, vier honden en tientallen hondenfoetussen, als begeleiders of vermoedelijke offers voor de goden van de onderwereld. De schacht boven de grafkamer was opgevuld met ‘afval’ van funeraire maaltijden en offers. Daarboven werd de tumulusheuvel opgeworpen.

Van 1997 tot 2003 werden op het Grijpenveld in Tienen grootschalige noodopgravingen uitgevoerd. Een zone van 45 ha werd bedreigd door de aanleg van een bedrijvenzone. In het totaal werd een aaneensluitend stuk van 20 ha opgegraven, meteen het grootste opgravingsproject in België. In de zomer van 2002 kwamen in Grijpen (Tienen) totaal onverwacht de overblijfselen van de houten grafkamer van een tumulus van aan het licht. De tumulus van Grijpen bevond zich aan de zuidwestelijke rand van de vicus van Tienen, niet ver van een grafveld langs een uitvalsweg.

Op het Grijpenveld werden in het totaal zo’n 4.500 sporen opgegraven. Een groot deel van deze sporen behoren tot de Gallo-Romeinse vicus en het grafveld en werden bestudeerd in het kader van een gesubsidieerd onderzoeksproject. Omwille van het buitengewoon onderzoekspotentieel werd gezocht naar extra middelen om de overblijfselen van de Gallo-Romeinse periode te bestuderen en om de uiteindelijke resultaten bekend te maken aan het publiek in de museumsite van vzw Suikermuseum in Tienen. Voor het driejarig onderzoeksproject van de nederzetting en het grafveld werden op 15 mei 2003 subsidies toegekend in het kader van het museumdecreet.

Deze unieke en grootschalige opgraving van een volledig Gallo-Romeins grafveld, het grootste in de Benelux, leverde een schat aan voorwerpen en vondsten op, van kostbare dingen die de nabestaanden meegaven in het graf tot magische objecten en ontroerende persoonlijke bezittingen van de overledene. Het project werd uitgevoerd door het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE, toen nog IAP) en de Stad Tienen en werd financieel gesteund door de GOM voor Vlaams-Brabant. Het opgravingsteam, dat van 1997 tot 2003 het Grijpenveld ontsloot, telde 35 personen in permanente dienst en verschafte aan zo’n 690 jongeren een stageplaats. De kostprijs van het project bedroeg 2,2 miljoen euro. Na de opgravingen volgde een studieproject (kostprijs 315.000 euro, uitgevoerd door een team van 9 personen). Dit onderzoeksproject onder leiding van Marleen Martens van het VIOE werd ondergebracht in een gebouw van de Stad Tienen, annex aan het museum ‘Het Toreke’.

Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd
Museum Het Toreke, Erfgoedsite, Grote Markt 6 in 3300 Tienen.

Informatie: Marleen Martens, tel. +32(0)16-82 79 96

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 22 mei 2006 op het Romenieuws-archief.