In de Capitolijnse Musea (Palazzo Caffarelli) is nog tot 18 januari 2015 de tentoonstelling ‘Tiepolo: i colori del disegno’ te bekijken. Voor de eerste keer wordt in Rome een tentoonstelling gewijd aan de etsen, schilderijen en het grafische werk van de achttiende eeuwse Venetiaanse schilder Giambattista Tiepolo (1696-1770). Dankzij de medewerking van verschillende musea, stichtingen en particuliere collecties krijgt de kunstliefhebber een uitstekend inzicht in het leven en werk van deze achttiende-eeuwse artiest die vooral bekend is door zijn levendige, kleurrijke composities. In zijn werk is hij sterk beïnvloed door Paolo Veronese. Hij is geroemd om zijn rol als vertegenwoordiger van het rococo. Hij keerde zich al af van de sombere tinten van de barok, en koos voor zonnige, kleurrijke taferelen. Kenmerkend zijn behalve de frisse stijl, de trucjes zoals geschilderde lijsten.
In de geschiedenis van de Europese figuratieve cultuur springt de indrukwekkende hoeveelheid en verscheidenheid aan tekeningen van Tiepolo er zonder meer tussenuit. De productieve kunstenaar, die telkens vertrok van een eenvoudig maar briljant basisontwerp, behoort tot de grootste grafici en kunstschilders uit de achttiende eeuw en was wellicht de laatste grootmeester uit het Venetiaanse kunstgilde die in heel Europa beroemd zou worden.
De grote verscheidenheid aan technieken die hij perfect beheerste remden Tiepolo nooit af. Integendeel, de veelzijdigheid van zijn werk verbaast ook vandaag nog kunstkenners. In Rome wordt nu een selectie kunstwerken uit Italiaanse collecties getoond waarvan er velen zelden of nooit te zien waren door het publiek. Er wordt ook werk getoond van zijn zonen en opvolgers Giandomenico en Lorenzo. De tentoonstelling bestaat uit vier delen en er is een catalogus beschikbaar.
Tegen het einde van de zeventiende eeuw begon zich een zekere reactie af te tekenen tegen de barok door een hernieuwde voorkeur voor de klassieke vormen: het classicisme. Qua architectuur openbaarde zich dat in Rome ondermeer door de gevel die Alessandro Galilei bouwde voor de Sint-Jan van Lateranen. Ferdinando Fuga richtte op zijn beurt een siergevel op voor Santa Maria Maggiore. De beeldhouwkunst raakte in de achttiende eeuw op een dieptepunt: de geest van Bernini waaide nog steeds, vooral in Rome, waar enkele bescheiden talenten werkzaam waren: Agostino Cornacchini en de beeldhouwer van de Trevifontein, Pietro Bracci. Aan het einde van de achttiende eeuw triomfeerde het academische classicisme in het werk van Canova.
Met de schilderkunst was het al weinig beter gesteld. Naast de eclecticist Maratta werkte de vaardige maar gladde Pompeo Battoni; de decorateur Anton Raphael Mengs werd door de bewonderende tijdgenoten boven Rafaël gesteld. In Napels was Francesco Solimena een rijk en levendig talent. Een aantrekkelijke figuur onder de kleinere meesters in Rome was Giovanni Paolo Pannini. De Bolognees Giuseppe Maria Crespi schilderde genrestukjes; de kunst van Alessandro Magnasco werd pas in het begin van de twintigste eeuw herontdekt.
Maar in Venetië was het anders. In tegenstelling tot de rest van het land zou in de lagunestad ook in de achttiende eeuw de schilderkunst op een erg hoog peil blijven. Dat was grotendeels en in de eerste plaats te danken aan Giambattista Tiepolo, maar ook aan Canaletto, Bernardo Bellotto, Francesco Guardi en Pietro Longhi.
Alle informatie over de Tiepolo-tentoonstelling in de Capitolijnse Musea vind je hier.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 november 2014. Bekijk het origineel.

