Vorige week werd de Trevi-fontein helemaal drooggelegd. Uitzonderlijk is dat niet. Die operatie wordt zelfs wekelijks uitgevoerd, gewoon om de duizenden muntjes uit deze wereldberoemde bassin te kunnen vissen. Maar ditmaal was er een bijkomende reden en duurde de drooglegging wat langer. Met gespecialiseerde apparatuur, hoogtewerker inbegrepen, gebeurde een volledige inspectie van de fontein. In juni waren er een paar brokstukjes naar beneden gekomen. Omdat nooit helemaal duidelijk is wat water en vervuiling zoal aanrichten bij een dergelijk monument, werd beslist om over te gaan tot een volledige screening.
De voorlopige conclusie: er is op vrij korte termijn wel degelijk een doorgedreven restauratie van het volledige monument nodig. Geraamd kostenplaatje: 2,5 miljoen euro. Rome gaat hiervoor aankloppen bij de hogere overheid. Het is 23 jaar geleden dat de laatste belangrijke restauratie van de Trevifontein plaats had.
Rome blijft wel dromen van privé-sponsors die op het restauratiekarretje springen. Dat is ondertussen al een paar keer gelukt. De Piramide van Cestius wordt met Japans ondernemersgeld volledig gerestaureerd. En de Italiaanse bedrijfsleider Diego Della Valle stopt 25 miljoen euro in de restauratie van het Colosseum. Zou dan ook voor een wereldberoemd icoon zoals de Trevifontein geen geld kunnen worden gevonden?
Burgemeester Alemanno hoopt het alleszins van harte. Het zou de stad alweer van een vervelend budgettair probleem verlossen, iets wat altijd meegenomen is in een periode dat de verkiezingskoorts stilaan begint toe te nemen. Recent stortte over een lengte van 9 meter een deel van de muur in langs de Via D’Annunzio, de weg die Piazza del Popolo en de Pincioheuvel met elkaar verbindt.
Dat gebeurde vermoedelijk als gevolg van de felle regen in het voorjaar. De herstelling van de muur, die dringend moet gebeuren, zal tussen de 200.000 en 300.000 euro kosten. Een bedrag dat de stad op dit moment liever voor andere zaken zou gebruiken. Extra geld, van waar het ook komt, is dus meer dan welkom. Voor de fontein op Piazza del Popolo, waar de omringende leeuwen in niet zo’n fameuze staat verkeren, zou alvast particulier geld gevonden zijn.
Vanuit de private sector zou er ook interesse zijn voor het opknappen van de nogal verwaarloosde Tritonfontein op Piazza Barberini, de Barcaccia-fontein aan Piazza di Spagna en de Aqua Paolo op de Gianicolo. Deze laatste is een paar jaar geleden aan de voorzijde mooi opgeknapt maar de achterkant en ook het inwendige van de fontein verkeert in niet zo’n fameuze staat. Indien Rome erin slaagt om die restauraties zonder bijkomende kosten voor de overheid tot een goed einde te brengen betekent dat niet alleen een fameuze meevaller voor de stadskas maar wordt er ongetwijfeld een nieuwe trend gezet om in de toekomst nog meer van dergelijke projecten te lanceren.
Momenteel staat de Trevifontein al gedeeltelijk in de steigers. De dringende restauratie die op dit moment wordt uitgevoerd is een direct gevolg van de stenen die een paar maanden geleden loskwamen aan de linkerzijde van het monument. Begin deze week gebeurde dan een volledige check-up. De laatste fatsoenlijke restauratie gebeurde in 1989. Ondertussen is er heel wat water langs de marmeren beelden gevloeid.
De brokstukjes die naar beneden kwamen blijken niet van marmer of travertijn te zijn maar zijn fragmenten uit gips. Die zijn vermoedelijk aangebracht tijdens een restauratie in 1960, toen de Trevifontein eveneens werd opgeknapt. In datzelfde jaar werd de beroemde Federico Fellini-film La Dolce Vita opgenomen, waarin de hoofdrolspelers Anita Ekberg en Marcello Mastroianni hun wereldberoemde scxe8ne in het bassin van de fontein vereeuwigen.
Fotomodel Claudia Schiffer deed dat in 1994 nog eens dunnetjes over in een videoclip tijdens een stunt van het modehuis Valentino. In de film C’erevamo tanti amati (1975) laat regisseur Ettore Scola een groepje vrienden langs de fontein wandelen, net op het ogenblik dat Fellini zijn beroemde scène aan het draaien is. Een heel mooi filmmoment. En ook in Fellini’s eigen film Intervista wordt de kijker nog eens herinnerd aan de fonteinscène.
De Trevifontein fungeert in Rome ook als geldmachine. Nooit eerder heeft de fontein zoveel geld opgeleverd als tijdens de jongste jaren. Een maandelijkse opbrengst van zowat 50.000 euro is geen uitzondering, wat gedeeld door 30 dagen, goed is voor ongeveer 1.500 tot 1.600 euro per dag. In de veronderstelling dat iedere bezoeker een gemiddelde van 50 cent in de fontein werpt – een schatting die volgens de autoriteiten realistisch is – komt dat neer op ongeveer 3.000 bezoekers per dag, wat zeker mogelijk is. Waarschijnlijk zijn er dat zelfs nog een heel pak meer. Niet iedereen gooit immers een muntstuk in de fonteinbassin.
Een muntje werpen in de Trevi zou een terugkeer naar Rome garanderen en zeer veel toeristen doen dat dan ook. De opbrengst van de munten uit de fontein ging vroeger naar het Rode Kruis en ook de restauratie van de fontein werd er ooit mee bekostigd. Tegenwoordig wordt het geld gebruikt voor plaatselijke liefdadigheid. Zo worden er de huurwoningen van enkele minder begoede families mee betaald en bekostigt men de exploitatie van een sociaal café. Ook een sociale winkel voor minder welstellende gepensioneerden deelt in de opbrengst, evenals nog enkele andere kleinere goede werken.
De gewoonte om muntjes in de Trevifontein te gooien dateert uit 1870, maar het gebruik werd pas echt beroemd door de film Three Coins in the Fountain van Jean Negulesco uit 1954. Volgens de overlevering moet men met de rug naar de fontein gaan staan. Rechtshandigen gooien de munt over de linkerschouder. Men mag zeker niet achteromkijken. Wie op die manier een muntstuk in de Trevi werpt, zou gegarandeerd terugkeren naar Rome, al lukt dat ook wel zonder muntjes te gooien…!
Vóór de invoering van de euro bestond de opbrengst uit ongeveer evenveel lires als vreemde valuta, tegenwoordig bestaat het overgrote deel van de buit uit euromuntjes, al zitten er bij iedere opruimbeurt toch nog wel wat geldstukken van andere continenten. De stadsdiensten scheppen op regelmatige tijdstippen de fontein leeg, meestal op maandag in de vroege ochtend. De waterstroom wordt dan stilgelegd en het bassin krijgt tegelijk een kleine poetsbeurt.
Op de plaats waar nu de Trevi-fontein staat lag de tussenstop van de Aqua Virgo, een antieke waterleiding van 21,2 km lang, die in 19 v. Chr. werd aangelegd door Agrippa om zijn thermen vlakbij het Pantheon van water te voorzien en die werd hersteld in 1453 door paus Nicolaas V die er ook een bescheiden fontein liet oprichten. De naam Aqua Virgo zou ontstaan zijn toen soldaten van Agrippa (die overigens de schoonzoon was van keizer Augustus) opdracht hadden gekregen op zoek te gaan naar water. De weg naar een bijzonder zuivere bron in de bergen werd hun gewezen door een jonge virgo (maagd). Op het rechter bas-reliëf van de Trevifontein is te zien hoe de maagd de soldaten de weg wijst naar de bron. Aan de linkerzijde legt Agrippa aan Augustus zijn plan uit om water naar de stad te brengen. Een andere uitleg is dat de naam afkomstig is van het woordje virga, de wichelroede waarmee vroeger nogal eens naar ondergrondse bronnen werd gezocht.
Dankzij het gedeeltelijk ondergrondse aquaduct van de oude Romeinen komt het Trevi-water ook vandaag nog onbezoedeld tot in de stad. Het water van de Trevifontein werd eeuwenlang meegenomen op reis tegen ziekte. Het stond bekend om z’n helende kracht. Het zou het bovendien het lekkerste water uit de stad zijn. Naar verluidt weigerde Michelangelo ander water te drinken dan uit deze bron. Tot ver in de negentiende eeuw lieten de pausen vaatjes water uit de Trevi naar het Vaticaan brengen. De huidige Trevifontein werd gebouwd in de periode 1732-1751 met geld dat paus Urbanus VIII had bijeengebracht met een extra belasting op wijn.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 10 september 2012. Bekijk het origineel.

