500ste verjaardag Sixtijnse kapel in voorbereiding

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Vaticaanstad en Rome bereiden zich voor op wat één van de grootste culturele evenementen van het decennium moet worden: de viering van 500 jaar Sixtijnse kapel in 2013. In Rome en Vaticaanstad wordt momenteel zowat alles wat met Michelangelo te maken heeft gerestaureerd, bijgewerkt en opgeknapt. Over heel Rome zullen speciale tweetalige informatieborden (Italiaans en Engels) worden geplaatst die alle realisaties van Michelangelo extra in de kijker zullen plaatsen. Het gaat dan zowel om architecturaal werk van kerken en gebouwen maar ook over de kunstwerken van de veelzijdige renaissance-artiest. Heel wat kunsthistorische verenigingen maar ook reisorganisaties zijn al bezig om in het kader van deze historische gebeurtenis een speciale serie uitstappen en reizen op touw te zetten. Het is de bedoeling om iedereen die er al jaren van droomt om het Rome van Michelangelo en vooral de Sixtijnse kapel eens te bezoeken, maar dit om een of andere reden nooit deed, eindelijk over de streep te trekken en naar Rome te laten afreizen.

De verjaardag van de Sixtijnse kapel zal de enorme bezoekersdruk die nu al op deze bestemming rust nog doen toenemen. Nu al wandelen dagelijks gemiddeld 25.000 bezoekers door de wereldberoemde kapel. Het Vaticaan bekijkt momenteel hoe ze de te verwachten extra mensenstroom in goede banen kan leiden. Wie de Sixtijnse kapel nog in – betrekkelijke – rust wil bezoeken doet dat dus best nog dit jaar. De kans is ook groot dat in 2013 de toegangsprijzen zullen stijgen. Er is nog meer slecht nieuws. Specialisten vermoeden dat de adem van de miljoenen bezoekers die jaarlijkse de Sixtijnse kapel in bezoeken de beroemde fresco’s van Michelangelo schade toebrengt. Te veel vocht en warmte, maar ook fijn stof zijn schadelijk voor de kunstwerken. Er is een werkgroep opgericht op het probleem te onderzoeken en aan te pakken. De wereldberoemde kapel is uitgerust met een speciaal filtersysteem dat voor zuivere lucht en een constante temperatuur moet zorgen, maar dat is volgens de directie van het museum overbelast door de niet aflatende stroom bezoekers.

In de voorbije eeuwen was het de rook van de altijd brandende kaarsen die de fresco’s zwaar verontreinigden, vandaag zijn het de bezoekers zelf. Op de fresco’s in de Sixtijnse kapel is een zeer dun maar verontreinigend laagje stof aangetroffen dat alleen maar kan gevormd zijn voor de enorme aantallen mensen die er voortdurend passeren. Onderzoek wees immers uit dat het stof is samengesteld uit een mix van microsopische deeltjes wol, synthetische vezels, haar en stukjes huid. Het Vaticaan denkt eraan om de toegangsuren van de musea te spreiden en ook het luchtzuiveringssysteem uit te breiden of te vervangen. De kapel zal jaarlijks ook even dicht moeten om met fijne borstels het stof van de fresco’s te verwijderen.

De maker van het huidige onderwerp van discussie, Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni, had destijds helemaal geen zin om de Sixtijnse kapel te beschilderen, hij vond zichzelf een beeldhouwer en geen schilder. Het was architect Bramante die er bij paus Julius II op aandrong dat Michelangelo de opdracht zou krijgen. De kapel is vrij hoog en Michelangelo had geen ervaring met het maken van frescox92s. Bramantex92s snode plannetje bestond erin dat hij hoopte dat Michelangelo zou falen waarna zijn jonge vriend Raffaello Sanzio (da Urbino) voortaan de belangrijkste opdrachten zou binnen halen.

Toen Michelangelo in 1508 mei aan de werken begon liep het direct mis tussen Bramante en hem. Bramante had gaten gemaakt in het gewelf en daar met touwen een steiger aan opgehangen. Toen Michelangelo dit zag, vroeg hij Bramante: “hoe krijgen we die gaten ooit terug dicht?” Waarop Bramante laconiek repliceerde met: “Dat zien we later wel”. Woedend trok Michelangelo naar de paus. Hij stelde voor om zelf steigers te ontwerpen en kreeg daar ook toestemming voor. Exe9n van de ruwe schetsen is zelfs bewaard gebleven. De timmerman die de nieuwe steigers bouwde mocht het overbodig geworden touw houden. Dat moet een aanzienlijke verzameling koorden geweest zijn want de man gebruikte de opbrengst van de verkoop als bruidschat voor zx92n dochter.

Paus Julius II had opdracht gegeven om twaalf apostelen op het plafond af te beelden. Michelangelo vond dat maar wat zwakjes. Als hij dan toch moest schilderen in plaats van beeldhouwen, mocht het opzet net zo goed groots zijn. Julius II was enthousiast over dat voorstel en haalde er een hoop theologen bij om allerlei figuren te bedenken. Michelangelo liet schilders overkomen uit Firenze komen om hem bij te staan. Hij had hulp nodig bij het maken van de kalk, het mengen van de verf, de kartons en aanvankelijk ook bij het schilderen zelf. De eerste geschilderde scxe8nes (de Zondvloed en Noahx92s dronkenschap) zijn door een aantal schilders gemaakt. Maar Michaelangelo was ontevreden over hun werk en uiteindelijk deed hij zoveel mogelijk zelf. Er is een brief bewaard gebleven waarin hij zich beklaagt over de houding waarin hij met zijn hoofd achterover moest schilderen, waardoor hij maanden lang niet kon lezen.

Julius II wilde graag weten hoe het werk aan het plafond vorderde, zat Michelangelo voortdurend achter de veren en in feite vond hij dat het allemaal veel te lang duurde. Dat leidde tot grote spanningen tussen de opdrachtgever en kunstenaar. Op zeker ogenblik gooide Michelangelo zelfs planken naar de paus omdat hij echt niet gestoord wilde worden. Er zijn niet veel mensen in de geschiedenis die zoiets ongestraft met een paus hebben kunnen doen. Julius II, zeker geen gemakkelijk man, bracht echter de wijsheid op om de grillen van Michelangelo te aanvaarden omdat hij best wel inzag dat de kunstenaar tot zeer grote dingen in staat was. Toch dwong hij hem in de zomer van 1510 om de steigers weg te halen.

Op dat moment had Michelangelo slechts de helft van het enorme plafond geschilderd: van Zacharia tot De Schepping van Adam. De paus en nadien zowat de hele Romeinse bevolking kwamen kijken naar de realisatie en waren ongelooflijk onder de indruk. Een zeer tevreden Julius II vroeg Michelangelo om het geheel te verrijken met goud en kleuren omdat “het er anders zo arm uit ziet”. Na Michelangelox92s spottende reactie dat “degenen die hij hier afbeeldde ook arm waren” bleef het werk zoals het was.

Maar wie goed kijkt ziet toch een verschil tussen het eerste en het volgende deel van het plafond. Toen Michelangelo voor het eerst zijn frescox92s vanaf de grond grondig bestudeerde, ontdekte hij tot zijn schrik dat sommige details niet te zien waren, zoals bv. bij de Ark van Noach. Die fout zou hij bij zijn latere schilderingen niet meer maken. Voor het tweede deel van het plafond heb je dus geen verrekijker nodig.

23 jaar nadat Michelangelo het plafond schilderde (hij was bijna 60) kreeg hij de opdracht om Het Laatste Oordeel te schilderen op de achterwand van de Sixtijnse kapel. Net als bij het plafond wilde Michaelangelo de opdracht hoegenaamd niet. Om Michelangelo over te halen trok paus Paulus III met 8 kardinalen naar Michelangelo’s woning en atelier op de huidige Piazza Venezia, vlakbij de Zuil van Trajanus. Zelfs nadat Michelangelo zich realiseerde dat hij er niet onderuit kon, stelde hij de schilderwerken zo lang mogelijk uit door net te doen alsof hij druk bezig was met de kartons. Pas in maart 1535 werden in de Sixtijnse kapel opnieuw steigers opgesteld.

Ook deze keer verliepen de werken niet zonder relletjes. De vele figuren (zoals Christus bijvoorbeeld) zijn naakt afgebeeld, iets wat volgens sommigen te ver ging. De ceremoniemeester van Paulus III, Biagio da Cesena, kwam met de paus kijken op het moment dat ongeveer driekwart van de wand geschilderd was. Cesena sprak er in het bijzijn van de paus en Michelangelo schande van dat er zoveel naaktfiguren waren. Hij vond dit iets voor kroegen of publieke badhuizen, maar zeker niet voor een kapel waar de plaatsvervanger van God op aarde de mis opdraagt.

Michelangelo reageerde niet, maar nadat de ceremoniemeester de Sixtijnse kapel verlaten had, gaf hij Minos (de figuur in de hel, onderaan geheel rechts met de ezelsoren en een slang om het lichaam) het gezicht van Cesena. De ceremoniemeester kwam dat te weten en ging klagen bij Paulus III die laconiek antwoordde: “God heeft me een zekere autoriteit gegeven in de hemel en op aarde, maar niet in de hel”. En zo bleef de ceremoniemeester voor het nageslacht vereeuwigd als Minos. Het fresco werd in 1541 voltooid.

Bij de laatste grote en ingrijpende restauratie in de jaren ’90 van vorige eeuw is trouwens ontdekt dat Michelangelo destijds nog verder is gegaan. Dat heeft Cesena vermoedelijk nooit gezien of geweten. De klagende ceremoniemeester is niet alleen afgebeeld met zijn gezicht maar de bek van de slang die zich om het lichaam van Minos (in dit geval Cesena dus) kronkelt is geopend en met zijn giftige holle tand bijt de slang in de penis van de ceremoniemeester. Verder bleek ook dat Michelangelo in het begin nog wel zx92n kartons heeft gebruikt, maar al vrij snel de meeste werken spontaan heeft geschilderd. Tenslotte zijn er eind vorige eeuw op de wand achter het altaar met Het Laatste Oordeel, de vingerafdrukken en handpalmafdrukken van Michelangelo gevonden. Het ziet eruit alsof hij zx92n evenwicht verloren had en zich moest vasthouden, wat wel kan kloppen met het verhaal dat Michelangelo van de steigers is gevallen en zijn been brak.

De schilderingen van de Vaticaanse kapel hebben de gemoederen in het Vaticaan meermaals beroerd en zorgden op diverse tijdstippen voor veel controverse. Michelangelo had zoals verteld veel figuren immers geheel naakt en met zichtbare geslachtsdelen afgebeeld en sommige pausen zagen dat echt niet zitten. De Nederlandse paus Adrianus VI wilde omstreeks 1522 de fresco’s verwijderen en de muren van de kapel gewoon wit laten schilderen. Hij vond de Capella Sistina evenwaardig aan een Romeins badhuis met weerzinwekkende uitingen van wereldlijke wellust. Paus Clemens VIII had rond 1599 hetzelfde idee als de Nederlandse paus. Gelukkig was hij niet doof voor de smeekbeden van de Accademia di San Luca, het gilde van de schilders.

Nog latere pausen hebben wxe9l ingegrepen. Zij gaven opdracht om in ieder geval een deel van die naaktheid achter lendendoeken te verbergen. Zo heeft Daniele da Volterra heel wat schaamdelen met zijn penseel voorzien van lendendoeken en vijgenbladeren. Daardoor werd hij door andere schilders weleens spottend “de broekenmaker” genoemd. Er is lang over nagedacht om het oplapwerk van da Volterra te verwijderen, dit bleek echter maar gedeeltelijk mogelijk. De verf die de schilder voor de lendendoeken gebruikte, heeft bij sommige figuren de oorspronkelijke verflaag zodanig aangetast dat werd besloten om het zo maar te laten.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 12 maart 2012. Bekijk het origineel.