Aantal bezoekers en inkomsten Italiaanse musea fors gestegen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het lijkt erop dat Dario Franceschini, de Italiaanse minister van Cultuur, zijn slag heeft thuisgehaald. Alle kritiek op zijn wijziging van het tariefsysteem voor de Italiaanse musea is verstomd nu de bezoekerscijfers van juli bekend zijn gemaakt. Dat wordt ook duidelijk in Rome. Niet alleen het aantal bezoekers is fors gestegen maar de inkomsten ook. De archeologische site van Ostia Antica (waarvan de foto’s in deze nieuwsbrief) noteert een toename v an het aantal bezoekers met 23,4% en een stijging van de ontvangsten met 27,5%. Dat cijfer overtreft zelfs dat van Pompeii. Het Colosseum, het Forum Romanum en de Palatijn, die als één gezamenlijke site worden beschouwd, tonen een stijging met 6,9 % bezoekers en een omzetverhoging van 1,8%. Het nieuwe tariefplan werd pas op 1 juli ingevoerd.

Ook elders in Italië wordt een forse stijging van zowel bezoekers als inkomsten vastgesteld. Opmerkelijke cijfers komen uit de museumcircuits van Brera (+46,6 %), Arezzo (+212 %), Adria (+124%), Parma (+54%) en Ferrara (+ 118 %). Pompeii noteert een bezoekerstoename met 7,2 %, de Uffizi in Florence +9,4%. Herculaneum deed het nog beter dan Pompeii en steeg met 15,9%.

Dat is niet alleen op cultureel vlak goed nieuws, de regering is uiteraard ook bijzonder blij met de toenemende inkomsten die ermee gepaard gaan. Als deze trend in heel het land wordt bevestigd (wat volgens deze eerste cijfers zo lijkt te zijn) krijgt Italië extra budgetten voor de restauratie en het onderhoud van de archeologische sites. Franceschini heeft immers beloofd dat het geld naar het behoud van het nationale erfgoed zal gaan.

Opvallend is ook dat de vier avondlijke openingen, telkens op vrijdagavond, iedere keer goed waren voor 20 % meer bezoekers dan in het verleden op een vrijdag het geval was. Concreet zijn er in de nationale musea vorige maand 2.964.962 bezoekers geteld, tegenover 2.765.680 in dezelfde maand van vorig jaar.

De inkomsten bedroegen vorige maand 12.154.256 euro tegen 11.400.052 euro vorig jaar. Onder de bezoekers bevinden zich mensen van alle leeftijden, waaronder ook een aanzienlijk aantal 65-plussers. Die moeten nu betalen voor een ticket, maar dat lijkt niemand weg te houden. De eerste zondag van de maand zijn de musea en sites gratis toegankelijk en ook die ingreep kende veel succes.

Sinds 1 juli moet iedere bezoeker ouder dan 25 aan de Italiaanse nationale musea en archeologische sites toegang betalen. Jongeren krijgen dan weer gratis toegang of een speciale korting. Wie jonger is dan 18 mag gratis binnen. Wie jonger is dan 25 geniet nog steeds van een aantrekkelijke korting. Ook bepaalde beroepsgroepen zoals leerkrachten genieten van een vrijstelling of krijgen dezelfde korting. De gratis toegang voor 65-plussers vervalt. Ook zij betalen vanaf nu de gewone toegangsprijs.

Iedere eerste zondag van de maand zijn de nationale musea en archeologische sites kosteloos te bezoeken. De openingsuren voor grote musea en sites zoals het Colosseum of Pompeii zijn ook gewijzigd, in die zin dat ze elke vrijdag open blijven tot 22 uur. Er komen regelmatig Nachten van de Musea, waarbij de toegangsprijs slechts 1 euro zal bedragen.

Franceschini vindt deze maatregelen sociaal rechtvaardiger. Hij vindt het absurd dat jongeren die het doorgaans financieel niet echt breed hebben moeten betalen voor een toegangsticket maar dat oudere en meer welgestelde buitenlandse bezoekers ouder dan 65 niets hoeven te betalen voor hun kaartje. Het vroegere systeem stemde volgens de minister niet meer overeen met de werkelijke inkomensverschillen en moest worden aangepast.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 8 augustus 2014. Bekijk het origineel.