Op 12 oktober begint in de befaamde Galleria Borghese in Rome de tweede van een tiendelige reeks zeer knappe tentoonstellingen die aan het tempo van eentje per jaar zullen doorlopen tot 2015. Vorig jaar werd deze serie op gang getrokken met de buitengewone expo Raffaello. Da Firenze a Roma. Dit jaar is de de beurt aan Antonio Canova. De Galleria Borghese, ook zonder speciale tentoonstelling al een buitengewoon populair en fraai museum, blijft op zichzelf een bezoek natuurlijk ook meer dan waard. De Canova-tentoonstelling kan je bezoeken tot 3 februari 2008. In de geplande reeks komen alvast de volgende kunstenaars nog aan bod: Correggio (2008), Bacon-Caravaggio (2009), Dossi (2010), Tiziano (2011), Cranach (2012), Bernini (2013), Domenichino (2014) en tenslotte wordt er in 2015 plaats gemaakt voor een grote overzichtstentoonstelling over de familie Borghese tijdens de oudheid.
Dat in de reeks ’10 grandi mostre’ precies nu het thema ‘Canova e la Venere Vincitrice’ aan bod komt, is niet heel toevallig. De kunstenaar is dit jaar immers 250 jaar geleden geboren (Possagno, 1 november 1757). Op de overzichtstentoonstelling in de Galleria Borghese zullen ruim vijftig schilderijen, tekeningen en kleimodellen te zien zijn, 16 belangrijke marmeren beelden, waaronder zijn meesterwerken. De curatoren van de expo zijn Anna Coliva en Fernando Mazzocca.
Vorig jaar was het alleen al omwille van de knappe Rafaello-catalogus de moeite om deze tentoonstelling te bezoeken en dat zal ook nu niet anders zijn. Dat boek (kostprijs vorig jaar 29 euro) op zich is zeker al een collectors item en het staat nu al vast dat wie in 2015 de volledige reeks catalogi van deze 10 tentoonstellingen in zijn of haar bezit heeft, aanspraak kan maken op een unieke schat aan documentatie.
Antonio Canova werd geboren in 1757 in Possagno, dat ligt vlakbij Venetië. Hij verloor zijn ouders op jonge leeftijd en werd opgevoed door zijn grootouders. Zijn hele familie was artistiek. Canova is begonnen als schilder. Hij heeft ook naaktstudies gedaan, om het menselijk lichaam te bestuderen. Hij werkte in zijn schetsen ook met licht en donker. Toen hij 16 was kreeg hij zijn eerste beeldhouwopdracht: Orpheus en Eurydice. Op 18-jarige leeftijd begon hij zijn eigen atelier. Canova heeft lange tijd in Rome gewoond. In 1802 werd hij door Napoleon naar Parijs gehaald. In 1819 ontwierp hij een tempel, geïnspireerd op het Pantheon, als geschenk aan zijn geboortedorp en daar is hij na zijn dood (Venetië 13 oktober 1822) bijgezet.
Canova’s werk is neo-classistisch, een stijl waarbij goed werd gekeken naar de klassieken. Canova is bekend geworden door de tederheid van zijn beelden, die fluwelig en gevoelig worden genoemd. Volgens veel mensen lijken zijn beelden van echte huid in plaats van marmer. Canova probeerde niet zo zeer de werkelijkheid af te beelden, maar een ideaal. Hij wilde door middel van zijn naaktstudie terugkeren naar de eenvoud van de natuur. Enkele van zijn meer bekende werken zijn onder meer Icarus en Daedalus, Amor en Psyche en Paoline Borghese.
Eerst maakte Canova schetsen, als hij dan een idee had maakte hij een bozetto. Dat is een klein beeldje van klei. Volgens sommigen waren deze heel levendig en vol vitaliteit, terwijl de definitieve werken veel uitdrukkingslozer en gesloten zijn. Pas wanneer hij het idee helemaal in zijn hoofd had maakte hij een gipsmodel. Dit deed hij nog allemaal zelf. Vervolgens brachten leerlingen de maten van het gipsmodel over op het marmer. Dit deden ze met een puncteermachine. Zijn leerlingen maakten het grove werk af. Canova zelf maakte daarna het beeld glad met kleine steentjes, rota, en puimsteen.
Galleria Borghese
Piazzale del Museo Borghese 5 (Villa Borghese)
Info: tel. 06 328 101
www.galleriaborghese.it
Foto’s van Canova’s werk: Antonio_Canova
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 4 oktober 2007 op het Romenieuws-archief.

