Rome zal, zeker op archeologisch vlak, altijd blijven verrassen en heeft in de ondergrond ongetwijfeld nog vele schatten in de wachtrij zitten. Enkele weken geleden was het weer prijs. Arbeiders van het waterleidingsbedrijf Acea ontdekten tijdens de installatie van nieuwe pijpleidingen in de buurt van het Stadio Olimpico op slechts 2,5 meter diepte twee goed bewaarde marmeren sarcofagen uit de oudheid.
Het was het zoveelste routinematige voorafgaande bondige archeologische onderzoek, net vooraleer waterbedrijf Acea een aantal ondergrondse kabels en leidingen zou leggen. Maar in Rome liggen echter altijd verrassingen op de loer, dat werd met deze ontdekking weeral eens bewezen.
De afmetingen van de grafkisten maakten meteen duidelijk dat het ging om de laatste rustplaats van twee kinderen, vermoedelijk afkomstig uit een rijke familie. Volgens een eerste analyse dateren de sarcofagen tussen de derde en de vierde eeuw na Christus. Om dat te bevestigen moet nog een grondig onderzoek worden uitgevoerd.
Eén van de sarcofagen is versierd met een fraai en zorgvuldig afgewerkt bas-reliëf met cherubijntjes die elkaar omarmen. Het beeldhouwwerk maakte meteen duidelijk dat de begraven kinderen afkomstig waren uit een welvarend gezin, dat hun kinderen zelfs in de dood een dergelijke kostbare eer wilde betonen.
Opvallend was dat de sarcofagen zich vlak onder het straatniveau bevonden, al is ook dat zeker geen unicum. Zo werd vijf jaar geleden bij het vernieuwen van tramsporen op Piazzale Ostiense een kleine christelijke necropolis uit het einde van de eerste en het begin van de tweede eeuw na Chr. ontdekt, met enkele skeletten, vele botresten en honderden voorwerpen, waaronder ook amforen en graven.
Na de recente vondst van de sarcofagen werden de werkzaamheden van het waterbedrijf op de noordwestelijke helling van de Monte Mario, vlakbij het Olympisch Stadion een tijdlang stilgelegd. Er kwam een gespecialiseerd team ter plaatse geleid door Marina Piranomonte, met de archeologen Alice Ceazzi, restaurateur Andrea Venier, antropoloog Giordana Amicucci en topograaf Alessandro Del Brusco.
Omdat de sarcofagen op slechts zeer geringe diepte werden ontdekt, hebben de archeologen na een summier onderzoek, metingen en foto’s beslist om ze meteen weg te halen van de vindplaats en over te brengen naar het laboratorium om ze daar rustig te bestuderen. De ontdekking was immers zichtbaar vanaf de weg waardoor iedereen met minder goede bedoelingen de sarcofagen gewoon had kunnen meenemen of beschadigen.
De sarcofagen zullen de komende maanden geanalyseerd, bestudeerd en gereinigd worden. De resultaten van dat onderzoek zullen in het najaar bekend zijn. Of en waar de grafkisten tentoongesteld zullen worden is nog niet geweten.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 29 september 2017. Bekijk het origineel.

