Archeologische site Pompeï: veel meer geld nodig

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Indien we de archeologische site van Pompeï willen bewaren voor de toekomst moet er dringend worden ingegrepen. Het beroemde Pompeï rood van veel fresco’s in de archeologische site van Pompeï is door de permanente blootstelling aan zon, water en lucht vervaagd tot vaalroze. Afbeeldingen zitten vol barsten. Houten balken houden in diverse straten de muren van honderden huizen, tempels en antieke bars overeind. Vorig jaar werd reeds aan de alarmbel getrokken over de toekomst van dit publiek toeganklijk stukje Rome uit de oudheid. Er zijn twee zaken nodig: veel meer geld en veel minder bureaucratie. Pompeï is één van Europa’s belangrijkste archeologische monumenten.

Vorig jaar presenteerde de Italiaanse minister van Cultuur, Sandro Bondi, zich als redder van de bedreigde oud-Romeinse stad. Met een groot gevolg trok hij in juli door Pompeji en kondigde vervolgens de noodtoestand af voor de archeologische site. Maar amper twee maanden later stelde professor Pietro Giovanni Guzzo, archeoloog in Pompeï, vast dat zijn budget met 40 miljoen euro werd verminderd en dat zijn directe chef, een aangestelde commissaris, het erfgoed eerder aantast dan beschermt. Tientallen internationale archeologen steunen hem in die opvatting.

Guzzo heeft felle kritiek op de werkwijze van de commissaris. Zo heeft deze twintig waterkraantjes op het terrein laten aanbrengen om bezoekers die in de bloedhete zon oververhit raken, verkoeling te bieden. Het water stroomt gewoon door de straten en onder de fundamenten en tast de stad verder aan. Nog bozer is hij over de manier waarop de commissaris een zaal liet ontruimen waar archeologen duizenden fragmenten van een gedecoreerd plafond als een puzzel ineen aan het schuiven waren. Van de ene op de andere dag zijn al die stukjes gewoon bijeengeveegd, omdat men de ruimte wilde gebruiken voor een aanbestedingsprocedure voor de bouw van een restaurant.

Nog steeds maakt de oud-Romeinse stad Pompeï met zowat vijftienhonderd huizen, tientallen eetgelegenheden, tempels, twee theaters en een stadion grote indruk. Jaarlijks lokt de archeologische site zo’n 2,5 miljoen bezoekers die zich een voorstelling willen maken van het Romeinse leven in de oudheid. De vraag is alleen hoe lang ze al dit moois nog kunnen zien. Wanneer onze generatie niet ingrijpt, dan gaat Pompeï verloren voor onze kinderen, stelt archeoloog Guzzo. Al meer dan tien jaar leidt hij ter plaatse de opgravingen en conservatiewerkzaamheden.

Tot 1997 was er volgens hem nauwelijks geld beschikbaar. Na 1997 verbeterde dat en bovendien mocht Pompeji vanaf dan de entree-inkomsten (zowat twintig miljoen euro per jaar) houden. In dat jaar, aldus Guzzo, was 14 procent van Pompeji toegankelijk voor het publiek. Nu is dat 30 procent. Er ligt een door internationale archeologen ondersteund programma klaar voor de bescherming van de resterende huizen.

Maar het gebied is enorm groot: bijna een half miljoen vierkante meter. Om Pompeï te redden zijn er in principe twee dingen nodig: minder bureaucratie en meer geld. Guzzo: je moet het vergelijken met het onderhoud van je eigen huis. Een badkamer kost ook enkele duizenden euro per vierkante meter. Hij meent dat er minstens 275 miljoen euro nodig is om Pompeï definitief voor het nageslacht te kunnen bewaren. Om toestemming voor de opgraving en conservering van een archeologische site te krijgen zijn er 91 autorisaties nodig. Dat vertraagt enorm.

Het moment lijkt dus aangebroken om de 275 miljoen euro die nodig zijn voor de conservering vrij te maken. Maar die kans is niet zo groot. De komende drie jaar moet het Italiaanse ministerie van Cultuur 1,3 miljard euro bezuinigen. Veel museumdirecties hebben hierover al geklaagd. Te vrezen valt dat het uitroepen van de noodtoestand in Pompeï vorig jaar niet meer zal blijken te zijn dan een pr-stunt van de minister van Cultuur.

Op 24 augustus van het jaar 79 na Christus bedekte de vulkaan Vesuvius het dagelijkse leven van de Pompeï onder een dikke laag as en brokstukken. De baai van Napels gold indertijd als de Rivièra van het Romeinse rijk; de rijken bezaten daar hun villa’s. Pompeï, in 62 na Christus grondig verwoest door een aardbeving en pas weer opgebouwd, was ten tijde van de ondergang een bedrijvig stadje met naar schatting 8.000 tot 10.000 inwoners, dat bekend stond om zijn productie van wijn, olijfolie, textiel, puimsteen en garum. Na de ramp raakte de stad in vergetelheid.

Bij de aanleg van het Sarno-kanaal werden aan het eind van de 17de eeuw de eerste resten van Pompeï ontdekt, in 1748 begon archeologen met de opgraving en ontdekten het mirakel van de zeer goed geconserveerde oud-Romeinse stad. Onder koning Karel III van Napels begonnen de opgravingen die tot op de dag van vandaag voortduren en inmiddels 45 van de 66 hectare hebben blootgelegd.

Pompeï leverde vooral een schat aan informatie op over het leven in een Romeinse stad. Als toeristenattractie zijn de vele ruïnes en gebouwen zonder meer indrukwekkend. Bezoekers lopen door lange straten met hoge muren, bekijken de voormalige prachtige Romeinse villa’s met binnentuin en impluvia om het regenwater op te vangen. Er zijn badhuizen met ingenieuze dubbele muren en vloeren waar hete lucht door werd geleid. De fraaie fresco’s zijn getekend met een elegantie en techniek die tussen 500 en 1400 na Christus verloren is gegaan.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 januari 2009. Bekijk het origineel.