Gisteren opende in Nero’s Domus Aurea de langverwachte tentoonstelling Raffaello e la Domus Aurea. L’invenzione delle grottesche. Deze interactieve en met multimedia-technieken verrijkte expo is gewijd aan de kunstschilder Raffaello Sanzio en het thema van de grotesken. De tentoonstelling is te bezoeken tot 7 januari 2022.
De tentoonstelling vertelt het uitzonderlijke verhaal van de oude Romeinse schilderkunst die eeuwenlang was begraven onder een dikke laag aarde en die werd herontdekt toen artiesten zoals Rafaël afdaalden in wat men toen beschouwde als ‘grotten’, maar die later kamers van het Gouden Huis (Domus Aurea) van keizer Nero bleken te zijn.
De grillige figuren en bladmotieven die de kunstenaars ontdekten, resulteerden in een nieuwe schilderstijl die de komende drie eeuwen de interieurdecoratie in talrijke adellijke huizen zou beïnvloeden.
De tentoonstelling had vorig jaar reeds moeten openen tijdens het Raffaello-jaar, maar door de coronatoestanden werd ook deze expo al een paar keer uitgesteld. Vanaf morgen is het dus eindelijk zover.
De Domus Aurea kreeg intussen niet alleen een nieuw verlichtingssyteem, maar er kwam speciaal voor deze tentoonstelling ook een nieuwe ingang voor het publiek. Voor het eerst zal ook een tentoonstelling plaatsvinden in de zogenaamde Sala Ottagona, de bekende achthoekige kamer in het Gouden Huis.
De geschiedenis van de herontdekking van de ‘grotesken’ begint omstreeks 1480, toen enkele schilders (Pinturicchio, Filippino Lippi en Signorelli) met touwen afdaalden in de grote gaten die door ondergrondse verzakkingen waren ontstaan in de Colle Oppio.
Naarmate ze zich dieper in de heuvel lieten zakken, zagen ze bij fakkellicht de talrijke picturale versieringen waarmee de grote ruimtes waren uitgerust. De kunstenaars dachten dat ze de fresco’s van de Thermen van Titus hadden gevonden.
Zonder dat ze het toen beseften hadden ze echter de vergeten ruïnes van het enorme keizerlijke paleis van Nero ontdekt. De keizer had zijn Domus Aurea laten bouwen na de beruchte brand in 64 na Chr.
Het idee om rond dit gegeven een tentoonstelling te organiseren ontstond in de aanloop naar het Raffaello-jaar dat in 2020 zou worden gehouden ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van het overlijden van de beroemde schilder.
Maar net zoals zoveel andere tentoonstellingen, activiteiten en evenementen, moest ook dit plan door de komst van het Covid-19-virus tijdelijk worden opgeborgen. Het Raffaello-jaar werd wel gevierd, maar verliep eigenlijk grotendeels in mineur.
De herdenking van de kunstschilder kende zeker niet het succes en de uitstraling die men ervan had verwacht. Iets waarover niemand zich hoeft te verwonderen, gezien het feit dat het toerisme in Italië gedurende lange tijd werd stilgelegd.
Achter de schermen werd de Domus Aurea-tentoonstelling echter gewoon verder voorbereid. In de loop van vorig jaar was de beslissing gevallen dat die expo er hoe dan ook moest komen.
De organisatie is in handen van het PArCo, samengesteld door Vincenzo Farinella, Alfonsina Russo, Stefano Borghini en Alessandro D’Alessio en geproduceerd door uitgeverij Electa die er ook een boek over uitbracht. De interactieve snufjes en de multimedia-installatie werden ontworpen door designer Dotdotdot uit Milaan.
De tentoonstelling situeert zich in de Sala Ottagona en de omringende kamers. Er werd een speciaal meeslepend multimedia-pad ontwikkeld en het bekende ontwerpkantoor Stefano Boeri Architetti uit Milaan (onder meer bekend van het Bosco Verticale) creëerde voor deze eerste grote tentoonstelling een speciale toegang voor de Domus Aurea.

Bezoekers krijgen zo reeds bij het binnenkomen de kans om de gelaagdheid van de ondergrondse omgeving te ontdekken en worden via een lichtpad rechtstreeks naar het hart van het gebouw geleid.
In de achthoekige zaal worden op de koepel astrologische beelden geprojecteerd die zijn afgeleid van de wereld, zoals die wordt ondersteund door de beroemde Atlas van Farnese, die knielt onder het gewicht van de hemelbol op zijn schouders.
De afbeeldingen van de sterrenbeelden en de tekens van de dierenriem worden afgewisseld met de projectie van neervallende rozenblaadjes, zoals dit volgens het verhaal van Suetonius gebeurde tijdens de banketten van de keizer.
Lange tijd werd ook gedacht dat zich in deze ruimte de befaamde coenatio rotunda bevond, de draaiende eetzaal van keizer Nero, maar die wordt intussen elders op de Palatijn gesitueerd.
Het eerste deel van de tentoonstelling presenteert fantastische dieren, half mens en half plantaardig, fytomorfe motieven, harpijen en muziekinstrumenten, vazen met kralen, palmetten, enz. Je krijgt zowat alle decoratieve motieven te zien die zich in de Domus Aurea bevonden en die in de vijftiende eeuw door de nieuwsgierige kunstenaars werden herontdekt.
De bezoekers zetten zelf het verhaal in gang. Door de bewegingen van hun eigen lichaam en de simulatie van de fakkelverlichting, zie je de weerkaatsing van de eerste grotesken op de muren. Een volgende deel van de tentoonstelling is gewijd aan de studie en de herinterpretatie van de grotesken die Rafaël maakte.
Een spectaculair extraatje bij dit deel van de tentoonstelling is dat dankzij een overeenkomst met de Vaticaanse Musea, een multimedia-reproductie kon worden gemaakt van de Stufetta van kardinaal Bibbiena.
Deze kleine ruimte, destijds de privébadkamer van de kardinaal, bevindt zich op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan en is versierd met een cyclus van erotische fresco’s die in 1516 werden geschilderd door Rafaël en zijn leerlingen.
De schilderingen zijn gebaseerd op de grotesken van de Domus Aurea. Op de tentoonstelling worden deze grotesken om beurten uitvergroot waardoor schaaleffecten ontstaan die de belangrijkste details van de hele decoratieve cyclus benadrukken.
Het derde deel van de expo presenteert de bezoeker het verhaal van de gedenkwaardige ontdekking van de Laocoön, de beeldengroep die op 14 januari 1506 in de omgeving van het Gouden Huis werd gevonden.
Dat gebeurde door wijnbouwer Felis de Fredis, terwijl hij een ingestorte kelder onder zijn wijngaard aan het uitgraven was.
Michelangelo en Giuliano da Sangallo werden er door de paus op uitgestuurd om de ontdekking van de wijnbouwer te bekijken en zij identificeerden het kunstwerk meteen als een beeldengroep die al door Plinius de Oudere werd beschreven. Vandaag is de Laocoöngroep één van de topstukken van de Vaticaanse Musea.
In het vierde deel van de tentoonstelling kunnen de bezoekers een interactieve reis maken naar talrijke bekende en minder bekende plekken en interieurs in Italië en elders in Europa die tussen de zestiende en de negentiende eeuw werden ingericht in de intussen erg populair geworden groteske stijl.
In een laatste deel komen ook de grotesken aan bod die de grote kunstenaars van de twintigste eeuw hebben gefascineerd en geïnspireerd, waaronder Victor Brauner, Salvador Dalì, Max Ernst, Joan Miró en Yves Tanguy.
Een groteske is een van oorsprong oud-Romeins ornament, samengesteld uit sierlijke bladranken met zonderlinge menselijke, dierlijke of fabelfiguren, vaak met architectonische en vaasvormige elementen. De versieringen werden dus voor het eerst herontdekt op de muren van de vele kamers van het enorme complex.
Het nieuws van deze ontdekking verspreidde zich vlug over heel kunstminnend Europa. De gefascineerde zestiende-eeuwse kunstenaars groeven zich een weg dwars door de ruïnes van de Thermen van Trajanus naar de onderliggende ruimtes van het paleis van Nero.
Onder hen Michelangelo, Rafaël (die ze kopieerde), maar ook de markies de Sade en Casanova daalden af in de ‘grotten’ en krasten hun naam op de beschimmelde muren.
Nederlandse schilders zoals Herman Posthumus, Maarten van Heemskerck en Lambert Sustris hebben in 1536 hun namen eveneens achtergelaten op de wanden van de ‘volta nera’ (het zwarte gewelf).
De eerste fiammingho die ter plaatse de Romeinse versieringen kopieerde was Karel van Mander (1548-1606) die tussen 1573 en 1577 in Rome verbleef.
Omdat de ondergrondse duistere ruimtes van het Domus Aurea aan grotten deden denken, werden de versieringen op de muren ‘grotteschi’ genoemd, later vernederlandst tot ‘grotesken’.
Ze kenden een immens succes in de schilderkunst, de beeldhouwkunst en de architectuur maar ook in de toegepaste kunsten. Putti, maskers, guirlandes, kandelabers, vogels, dolfijnen, hoornen des overvloeds, chimères en draken verschenen op architecturale onderdelen van paleizen en kerken, maar ook op graftombes.
Deze versieringen beantwoordden niet langer aan de imitatie van de natuur, maar voldeden wel aan het verlangen de antieken na te volgen. In feite vormden de grotesken het meest systematische aspect van het zoeken naar een grotere artistieke vrijheid en van de opbloei van het fantastische dat onder de naam ‘maniërisme’ de zestiende-eeuwse kunst zou blijven kenmerken. Pinturicchio en het atelier van Rafaël hebben de groteskenstijl naar een hoogtepunt gevoerd.
Alle details voor een bezoek aan deze tentoonstelling (met verplichte begeleiding) vind je op de nieuwe website www.raffaellodomusaurea.it
Raffaello e la Domus Aurea.
L’invenzione delle grottesche
Van 23 juni 2021 tot 7 januari 2022
Via della Domus Aurea / Viale Serapide nel parco del colle Oppio
www.raffaellodomusaurea.it
Bekijk hier het promofilmpje van Dotdotdot
Had je graag alle foto’s gezien die bij dit bericht horen en ook al kennisgemaakt met de simulatiebeelden van Stefano Boeri Architetti en multimedia-designer Dotdotdot uit Milaan? Dat is voorbehouden aan leden van S.P.Q.R.
Klik hier voor meer informatie
Klik hier om je aan te melden als clublid
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 24 juni 2021. Bekijk het origineel.

