Belgische onderzoekers achterhalen hoe en waar de Romeinen glas maakten

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Antimoon werd in de oudheid gebruikt om glas kleurloos of ondoorzichtig te maken. Britse en Belgische onderzoekers, waaronder prof. Frank Vanhaecke van de UGent, ontwikkelden een methode om de kleine verschillen in isotopenverhouding tussen antimoonertsen te detecteren en te kwantificeren. Door de analyse van Romeins glas hoopt het team de geografische herkomst van deze grondstof te ontdekken.

Glas wordt gemaakt van zand, een flux (plantenas of natronzout) om de smelttemperatuur te verlagen, en mineralen, om het glas -naar wens- opaak, gekleurd of kleurloos te maken. Antimoon werd in de oudheid in de vorm van het (half)metaal zelf of in de vorm van een antimoonhoudend mineraal gebruikt om ondoorzichtig of kleurloos glas te maken. De Belgische onderzoekers ontwikkelden een methode waarmee de (geografische) herkomst van het gebruikte ruwe antimoonhoudende materiaal achterhaald kan worden.

Het element antimoon (Sb) vertoont twee isotopen 121Sb en 123Sb en de isotopische samenstelling van Sb (of de isotopenverhouding 121Sb/123Sb) vertoont natuurlijke variaties, zo bleek uit eerder onderzoek van de onderzoeksgroep ‘Atoom- en massaspectrometrie – A&MS’ onder leiding van prof. Frank Vanhaecke. Deze wetenschappers gebruiken multi-collector ICP – massaspectrometrie (MC-ICP-MS) om heel kleine verschillen in de 121Sb/123Sb isotopenverhouding te detecteren en kwantitatief te bepalen. Voor een dergelijke meting mogelijk is, moet het antimoon via een reeks van scheikundige bewerkingen (o.m. kolomchromatografie) worden geïsoleerd uit het materiaal. De nieuwe analysemethode werd toegepast op Romeins glas.

Dit onderzoek kadert in een langetermijnsamenwerking tussen de onderzoeksteams van Frank Vanhaecke (vakgroep Analytische Chemie, UGent) en Patrick Degryse (Departement Aard- en Omgevingswetenschappen, KU Leuven). De wetenschappers ontwikkelen ook nieuwe methodes voor isotopenanalyse van andere elementen dan antimoon. Zo hopen ze via de analyse van boor informatie te verwerven over de geografische herkomst van de flux en via de analyse van koper over de geografische herkomst van de koperhoudende mineralen die worden gebruikt om het glas te kleuren.

Die informatie leidt tot een grondiger inzicht in zowel de productie van glas (o.m. de gebruikte ruwe materialen, de plaatsen waar ruw glas werd gemaakt en waar dergelijk primair materiaal werd omgezet tot afgewerkte producten) – als de overeenkomstige handel (in de ruwe materialen, primair glas en afgewerkte producten). De resultaten van hun onderzoek verschenen in het vaktijdschrift JAAS (Journal of Analytical Atomic Spectrometry) en werd opgepikt voor vermelding in het tijdschrift Chemistry World.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 6 juni 2013. Bekijk het origineel.