Volgens onderzoekers van het Lawrence Berkely National Laboratory was het beton dat in de oudheid door de Romeinen werd gemaakt in veel opzichten superieur aan modern beton. Terwijl moderne betonsoorten al na 50 tot 100 jaar, vooral in de omgeving van de zee, de eerste tekenenen van verval beginnen vertonen, verkeert het beton van 2000 jaar oude Romeinse golfbrekers nog steeds in relatief goede staat. Het onderwaterbeton blijkt na zoveel eeuwen zelfs nog steeds bestand tegen het zoute zeewater. De manier waarop de Romeinen het kunstmatig gesteente vervaardigden was ook minder schadelijk voor het milieu dan de productie van hedendaags beton. De wetenschappers publiceerden de resultaten van hun nieuwe studie in het tijdschrift Journal of the American Ceramic Society.
De onderzoekers, een en internationaal team van geologen en ingenieur, kwamen tot hun conclusie door monsters te analyseren uit golfbrekers voor de kust van Napels die door de Romeinen zijn vervaardigd. Uit hun studie blijkt dat het Romeinse beton een uniek, zeer robuust bindmiddel bevat, genaamd calcium-aluminium-silicaat-hydraat. Ook troffen de wetenschappers een bijzonder mineraal aan in de golfbrekers: het zeldzame tobermoriet. Waarschijnlijk zorgen deze ingrediënten ervoor dat Romeins beton zeer lang meegaat. Het moderne productieproces van beton heeft ook meer schadelijke gevolgen voor het milieu, omdat klei en kalksteen worden verhit tot een temperatuur van 1.450 graden Celsius. De Romeinen bakten kalksteen bij een temperatuur van slechts 900 graden Celsius.
Het recept voor Romeins beton werd omstreeks het jaar 30 voor Christus genoteerd door de beroemde architect Marcus Vitruvius Pollio. Het kunstmatig gesteente werd gemaakt door kalksteen te verhitten en te mixen met vulkanische as. Dit mengsel combineerden de Romeinen met kalk om cement te maken. Het cement werd vervolgens samen met rotsblokken in houten mallen verpakt om daarna in zeewater ondergedompeld te worden. Zo konden zelfs in zee constructies worden vervaardigd. Beton werd gebruikt bij de bouw van grote tempels en gebouwen zoals het Pantheon, maar ook voor de aanleg van kades en havens. Die waren zeer belangrijk voor de aanvoer van levensmiddelen en het militaire apparaat. Het was dus belangrijk dat die vele jaren overeind bleven.
Vulkanische assen of puzzolanen zijn poeders die als toeslagmateriaal voor mortel of beton kunnen worden gebruikt. De naam pozzolaan of puzzolaan komt van de Italiaanse havenplaats Pozzuoli in Campanië, waar ze voor het eerst werd aangetroffen. Een puzzolaan gedraagt zich, mits in combinatie met luchtkalk, als een latent-hydraulisch bindmiddel: in reactie met water en Ca(OH)2 ontstaat een vaste stof, die (in tegenstelling tot bijvoorbeeld gips) niet meer oplost in water. Natuurlijke puzzolanen bestaan uit gemalen steen of aardachtige materialen die van vulkanische oorsprong zijn. De meest bekende soort, die ook reeds door door de Romeinen werd gebruikt, is tras of gemalen tufsteen uit de Duitse Eifel.
Een nadeel van het Romeinse beton is dat het minder snel uithardt. Bij moderne bouwtechnieken is het vaak noodzakelijk dat beton snel hard wordt. Volgens de wetenschappers is het daarom niet mogelijk om hedendaags beton te vervangen door de Romeinse variant. Wel zouden bepaalde Romeinse ingrediënten, zoals vulkanische as, het moderne productieproces van beton milieuvriendelijker kunnen maken. Ook wordt bekeken of vulkanische asse vliegas zou kunnen vervangen.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 juni 2013. Bekijk het origineel.

