Bezoekers zijn vrij tevreden over Romeinse musea

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

In Rome kan je bijna niet anders dan vroeg of laat een museum of tentoonstelling bezoeken. Er is dan ook keuze te over. De talrijke musea in de eeuwige stad bieden vaak het allermooiste in hun genre en voor wie daar niet genoeg aan heeft zijn er in Rome altijd wel enkele belangrijke tentoonstellingen bezig. Op 13 juni eindigde bijvoorbeeld de overzichtstentoonstelling rond Caravaggio, die op zo'n drie maanden tijd maar liefst 580.000 bezoekers wist te lokken. Cijfers waarvan vele musea en expo's wereldwijd alleen maar kunnen dromen. Het zijn overigens niet alleen de klassieke musea met voorwerpen en kunst uit de oudheid of de renaissance die het goed doen, ook andere musea scoren in Rome buitengewoon goed. Zo lokt het adembenemend geconstrueerde en pas sinds eind mei geopende Museo nazionale delle arti del XXI secolo (MAXXI) nu al 4.000 tot 5.000 bezoekers per dag, met uitschieters in het weekend van 8.000 tot 9.000 bezoekers.

Het mag duidelijk zijn: de gemiddelde Romebezoeker en natuurlijk ook de inwoners houden best wel van een museumbezoek als vorm cultuurvermaak. Het Centro Studi "Gianfranco Imperatori" van de organisatie Civita Italia  wilde weleens weten wie die mensen zijn en publiceerde een verrassende studie over de gemiddelde museumbezoeker in Italië. Wij beperken ons hier tot de cijfers voor de oudheidkundige musea en archeologische sites in Rome.

Wie in Rome dergelijke musea bezoekt? Dat blijken hoofdzakelijk goed opgeleide, gehuwde vrouwen te zijn, met een gemiddelde leeftijd tussen 25 en 44 jaar. Bijna de helft van die groep heeft een diploma en een passie voor cultuur. Een kwart van alle bezoekers werkt als bediende, een kleine 15 % is zelfstandig, bijna 18 % is student, dan volgen nog werklozen (10 %) en arbeiders (8,5 %).

Tot de Romeinse oudheidkundige toppers die het meest in de smaak vallen behoren de Capitolijnse musea, de Markten van Trajanus en het Etruskisch Museum in de Villa Giulia. Opmerkelijk: de leeftijdsmarge in dit laatste museum is veel ruimer: hier komen bezoekers van 18 tot 65 jaar. De Vaticaanse musea zijn niet opgenomen in de studie omdat die strikt genomen niet in Italië gevestigd zijn. Het onderzoek werd uitgevoerd bij 1.500 bezoekers.
Ondanks het feit dat meer dan de helft van de ondervraagden liet noteren dat ze vooral in andere steden een museum of site bezoeken, gaven bijna evenveel mensen (ruim 40 %) aan dat ze meermaals terugkeren naar hetzelfde museum. 15 % had zelfs al meer dan drie keer hetzelfde museum bezocht en zowat 80 % stelde dat ze zeker nog eens zouden terugkeren naar de plek die ze zojuist hadden bezocht.

Een gemiddeld museumbezoek duurt 1 tot 2 uur, slechts 22 % van de ondervraagden zegt dat zijn of haar bezoek langer dan 2 uur duurde. Er wordt over het algemeen vrij snel door een museum gewandeld. Lang niet iedereen stopt bij elk kunstwerk. Ter illustratie: een stop bij de beroemde Stervende Galliër in de Capitolijnse musea duurt gemiddeld 27 seconden, terwijl de imposante fontein van Marforio mag rekenen op gemiddeld 22 seconden stilstand.
Meer dan de helft van de ondervraagden bezocht het museum gratis. Maar liefst 40 % had het bezoek zorgvuldig voorbereid met behulp van een boek, reisgids of andere publicatie, terwijl ruim 20 % vooraf gebruik had gemaakt van de website van het museum. De bezoekers zijn over het algemeen buitengewoon tevreden (34 %) en zeer tevreden (45 %). Dat zijn vrij hoge scores. Slechts een zeer kleine minderheid (1,5 %) vond het museumbezoek wat tegenvallen.

Tot zover het goede nieuws. Minder positief zijn de bezoekers over de manier waarop de musea communiceren en de kunstvoorwerpen of schilderijen presenteren. De presentatie laat weleens te wensen over (onduidelijke plakkaatjes, matige info, een slechte opstelling, te weinig licht en inhoudelijk zwakke audiogidsen (14 %). De catalogi bij tentoonstellingen en de beschikbare boeken en brochures scoren op informatief vlak dan weer wel vrij goed.
De vaak onlogische opstelling mag dan wel wetenschappelijk verantwoord zijn, de gemiddelde bezoeker heeft daar geen boodschap aan. Die wil de werken enkel rustig en in goede omstandigheden kunnen bekijken. Bezoekers ergeren zich ook vaak aan de onduidelijke of zelfs helemaal niet aangeduide route die ze moeten volgen om een tentoonstelling of museum te bezoeken. Vaak ontbreken elementaire pijltjes en moet de bezoeker het zelf maar uitzoeken zodra het ticket verkocht is.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 29 juni 2010. Bekijk het origineel.