De beste vriendin van Michelangelo

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

We hadden het gisteren over de fraaie kunstverzameling die je elke zaterdagvoormiddag kan bewonderen in de Galleria Colonna. Vandaag staan we even stil bij het Portret van Vittoria Colonna dat zich eveneens in deze verzameling bevindt en wordt toegeschreven aan Bartolomeo Cancellieri. Vittoria was de vrouw die een boezemvriendin werd van Michelangelo.

Vittoria Colonna (1492-1547) was dichteres en huwde op haar achttiende met Ferrante d’Avalos, de markies van Pescara, de beroemde veldheer van keizer Karel V die overleed op 24 februari 1525 tijdens de Slag bij Pavia, die werd uitgevochten tussen de Franse koning Frans I en de troepen van keizer Karel onder Pescara, Lannoy en Frundsberg.

De koning werd verslagen en gevangen genomen. De vroege dood van haar man gaf Vittoria Colonna de kans zich te ontwikkelen en uitstekende contacten te onderhouden met de populairste dichters en literaire talenten van het zestiende-eeuwse Italië.

In kloosters werd de markiezin vaak omgeven door een kring intellectuelen en kunstenaars van haar tijd, onder wie Michelangelo, die aan haar een groot deel van zijn Rime wijdde en ook tekeningen aan haar heeft opgedragen. Er bleef ook een tekening (hierboven) bewaard die Michelangelo van Vittoria Colonna maakte. Zij is dan ongeveer 50 jaar oud, en Michelangelo 65.

Aan de Via Ventiquattro Maggio (de voormalige Via XXIV Maggio), vlakbij Palazzo del Quirinale, zie je, komende van het plein, een hoge muur met een smaakvol hekken en een trap. De muur omsluit het hoger gelegen deel van de tuinen van Palazzo Colonna. Het was in deze tuin dat Vittoria Colonna vaak Michelangelo ontving en hem haar gedichten voorlas.

Vittoria koesterde een platonische liefde voor Michelangelo die haar afbeeldde bij de gelukzaligen op ‘Het Laatste Oordeel’ in de Sixtijnse kapel. In 1547 stond Michelangelo (hij was toen al 72) de stervende Vittoria bij in haar laatste ogenblikken, zij werd 57 jaar.

Michelangelo schreef daarna dat de dood hem een grote vriendschap had ontnomen. Het overlijden wordt vertolkt in een reeks intense gedichten, waarbij Michelangelo’s poëzie spreekt van een gekwelde geest die sterk gehecht is aan het leven en tegelijk verlangt naar wat het leven overstijgt. Voor Vittoria Colonna dichtte hij:

Mijn ogen kunnen overal vandaan
Steeds weer uw wonderschoon gelaat aanschouwen
Maar aan mijn stoffelijke lichaam, vrouwe,
Wordt dat nabij zijn nimmer toegestaan.
Uw hoogverheven schoonheid pleegt zich aan
Mijn geestesoog helder en klaar ontvouwen,
Terwijl ik zwaar van zuchten zit te rouwen
Omdat ik zelf nooit naar u toe kan gaan…

De gevoelens van Michelangelo voor Vittoria Colonna vinden we terug in het derde deel van de Michelangelo-Lieder uit 1897, gecomponeerd door Hugo Wolf (1860-1903).

Vittoria’s eigen Canzoniere (liederboek), bestaande uit sonnetten, canzonen en ‘capitoli’ op liefdesthema’s, behoort tot de (niet uitzonderlijk goede) vruchten van de ‘petrarkistische’ poëzie van het begin van de hoge renaissance. Van Vittoria bleef ook een brievenverzameling bewaard.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 2 maart 2016. Bekijk het origineel.