De eerste Ierse pub van Italië staat in Rome

fiddlers 1

Een tijdje geleden, op 17 maart, vierde de Ierse gemeenschap in Rome, net als alle andere Ieren wereldwijd, Saint Patrick’s Day, de nationale feestdag van Ierland.

In Rome gebeurt dat onder meer in de talrijke Ierse kroegen. De aanwezigheid van Ierse pubs in Rome lijkt vandaag vanzelfsprekend, maar dat is niet altijd zo geweest.

Pas in 1976 opende de eerste Ierse kroeg in Rome de deuren. Dat was The Fiddler’s Elbow. Het was ook de eerste Ierse pub in Italië. In het spoor van die succesvolle kroeg zouden later talrijke andere zaken volgen. Maar The Fiddler’s Elbow in Rome zou omwille van het pionierswerk en het kleurrijke cliënteel altijd bijzonder blijven.

Lang voordat het Europese vasteland kennismaakte met het concept van een Ierse pub, opende Gino Bottigliero samen met zijn zakenpartners Orazio Cancanelli en Antonio Shorthose The Fiddler’s Elbow.

Gino en Antonio werkten in die tijd voor Singapore Airlines op de luchthaven in Fiumicino en kwamen samen op het idee om een stukje tastbare Ierse aanwezigheid in Rome te introduceren.

Ze vonden een klein pand in de Via Sforza en richtten de zaak in zoals ze zich herinnerden van hun eerdere bezoeken aan de pubs in Ierland. De pub opende op een herfstdag in 1976 en zat vanaf het begin afgeladen vol.

Iedere avond stonden mensen in lange rijen te wachten om naar binnen te mogen, want de zaak was niet zo groot. Het probleem was alleen dat wie binnen raakte, doorgaans niet meer snel vertrok. Die bleven gewoon zitten drinken tot ze niet meer konden.

Nu was The Fiddler’s Elbow ook wel iets volkomen nieuw. Het was niet alleen de eerste Ierse bar in Rome, op dat moment was het zelfs de eerste van Italië. De Romeinen hadden nog nooit zoiets gezien.

Een zaak waar je binnenstapte om zomaar wat te drinken, en dan nog van dat rare Ierse bier. Het idee om ’s avonds alleen maar te gaan drinken, zonder op restaurant te gaan, was destijds ongehoord in Rome.

Een geheim wapen dat van bij de start van de kroeg werd ingezet, was Mary Pine, de vrouw van Gino Bottigliero. Zij was afkomstig van Dublin en vormde een authentieke link tussen Ierland, de nieuwsgierige Romeinen en de expats in de stad.

In het Romeinse uitgaansleven begon het al gauw door te dringen dat er in die nieuwe zaak in de Montiwijk opmerkelijke dingen gebeurden.

In het prille begin waren de expats de belangrijkste klanten van The Fiddler’s Elbow, waaronder heel wat werknemers van de voedsel- en landbouworganisaite (FAO).

Tot dan konden buitenlanders in Rome eigenlijk alleen maar terecht in puur Italiaanse zaken. Een drank- of eetgelegenheid met buitenlandse specialiteiten bestond nauwelijks. Vele buitenlanders waren blij met de kans om alleen maar eens een avondje te kunnen praten en bier te hijsen.

Toeristen kwamen er in het begin niet. De zaak had geen geld om publiciteit te maken, maar bevond zich ook een beetje verstopt in de Via Sforza, die een beetje buiten de klassieke toeristenroute ligt.

Het internet en Google Maps bestonden toen nog niet, waardoor The Fiddler’s Elbow zelfs met het adres op zak, soms gewoon niet gevonden werd.

Bovendien had de pub intussen het statuut van ‘culturele vereniging’ aangenomen, waardoor klanten moesten beschiken over een lidmaatschapskaart om binnen te mogen. Dat was niet bevorderlijk voor de drempelvrees van de toeristen.

Bij de eerste klanten van The Fiddler’s Elbow waren ook een aantal Amerikaanse en Australische soldaten, veteranen van de oorlog in Vietnam die elkaar op een of andere manier in Rome hadden gevonden.

Daar zaten hele rare figuren tussen, sommigen waren merkbaar half gek. Posttraumatische stress werd nog niet als dusdanig herkend, laat staan behandeld. Maar ze lustten wel een goede pint bier.

Na verloop van tijd werden de belangrijkste en beste klanten echter de priesters en seminaristen uit Ierland en Groot-Brittannië. Ook enkele bekende traditionele Ierse muzikanten, die al dan niet tijdelijk in Rome verbleven, vonden hun weg naar de pub.

De studenten van het Pontificio Collegio Irlandese (het pauselijke Iers college), het Venerable English College en het Pontificio ateneo e collegio Sant’Anselmo reageerden eveneens enthousiast op de komst van The Fiddler’s Elbow.

De iets oudere seminaristen van het Pontifical Beda College leverde echter de interessantste personages op. Tot de stamgasten uit dat college behoorden destijds onder meer de neef van Winston Churchill, de broer van de Britse minister van Buitenlandse Zaken en een afstammeling van Oliver Cromwell.

Maar bij de vaste klanten hoorden ook een man die zijn reeks nachtclubs had opgegeven om priester te worden en de zoon van de uitvinder van de ritssluiting, die afstand had gedaan van de erfenis, patenten en royalties van zijn vader om een priesteropleiding te gaan volgen.

fiddlers (9)

Het aantal klanten bleef maar groeien en de behoefte aan een groter pand werd steeds nijpender.

In 1979 verhuisde The Fiddler’s Elbow een paar straten verder naar het huidige adres aan de Via dell’Olmata 43, in de schaduw van de Basilica di Santa Maria Maggiore op het grensgebied tussen de wijken Monti en Esquilino.

In die periode stapte Antonio Shorthose om gezondheidsredenen uit de zaak en werd als partner vervangen door de Engelse rockmuzikant Richard Sherwood die al lang in Rome verbleef.

Het nieuwe pand, gelegen in een rustige zijstraat tussen een klooster en een vestiging van de Guardia di Finanza, had zelf ook al een legendarisch verleden.

Het was een voormalige trattoria die in het begin van de twintigste eeuw erg populair was bij de Russische gemeenschap van de stad. Eén van de verhalen die graag verteld worden, was dat de Russische revolutionair en de latere eerste premier van de Sovjet-Unie, Vladimir Lenin, hier in 1911 eens uitgebreid had getafeld toen hij Rome bezocht.

Die eerste jaren waren ongelooflijk. Uitbaters en personeel moesten eigenlijk alleen maar bier schenken, de klanten bleven talrijk toestromen. Bovendien had The Fiddler’s Elbow verschillende jaren een monopolie.

Het zou duren tot 1980 voordat in Rome een tweede Ierse pub opende. Dat was de Four Green Fields in de Pratiwijk. De zaak bestaat nog altijd. Je vindt ze aan de Via Silvio Pellico 18.

Gino Bottigliero en zijn broer Tonino openden in 1982 zelf ook nog een tweede pub, The Druid’s Den aan de Via di San Martino Ai Monti 28. Ook die zaak bestaat nog steeds.

The Fiddler’s Elbow was in 1981 ook de eerste in Rome die Guinness serveerde. Vreemd donker spul, vonden de Romeinen. De zaak had ook alleen maar Ierse medewerkers in dienst, wat de authenticiteit en de link met Ierland nog versterkte.

fiddlers (4)

Een andere primeur in Rome was dat The Fiddler’s Elbow werkte met uitsmijters. Vooraleer ze binnen mochten werden de klanten beoordeeld op hun mogelijke staat van dronkenschap. Wie binnen te dronken werd of last begon te verkopen, werd buitengegooid. Ook die praktijk was in Rome tot dan nog nooit toegepast.

The Fiddler’s Elbow bleef al die jaren een toevluchtsoord voor enkele van de meest excentrieke en interessantste expatpersonages van de stad. Zo waren er Tony Giannone, die zelf een illegale pub runde waar mensen konden drinken en die verzot was op Thaise bokswedstrijden.

Séamus was een stamgast die elke avond bij de barman zijn schoenen en sokken inleverde om te verhinderen dat hij te vroeg naar huis zou gaan.

Dan was er nog The Constable, een vrolijke rondbuikige figuur die altijd lachte en de drager was van een grote typische politiesnor. Daaraan had hij zijn bijnaam te danken.

Na zijn vertrek uit Rome ontdekten de verbijsterde stamgasten dat The Constable in feite een actieve agent was van de Britse geheime dienst MI6.

Een andere intrigerende klant was de kunsthistoricus Lee Bimm (foto hierboven), wiens hoofdbezigheid erin bestond grote hoeveelheden Bloody Mary achterover te slaan en steevast weigerde met andere Amerikanen te praten. Toen Bimm, die geen familie had, in 2010 op zijn sterfbed lag, kwamen de stamgasten van The Fiddler’s Elbow hem bezoeken. Na zijn overlijden regelde de pub ook zijn begrafenis.

The Fiddler’s Elbow is ook altijd een onweerstaanbare magneet geweest voor journalisten, waaronder de voormalige CNN International-ankerman Jim Clancy, die van 1982 tot 1996 werkte bij de afdeling Rome en vaak collega’s en zelfs de grote bazen van CNN meenam naar de Ierse kroeg.

Vandaag wordt The Fiddler’s Elbow nog steeds bezocht door oudere expats, journalisten en lokale mediafiguren, maar de meest legendarische ooit was ongetwijfeld Derek Wilson, die in The Fiddler’s Elbow Il giornalista inglese werd genoemd.

De man kon ontstellende hoeveelheden drank verwerken, maar bleef altijd keurig en beleefd. Hij was jaren actief geweest als oorlogscorrespondent en had persoonlijk Vietnam meegemaakt, de val van Saigon en de militaire dictatuur in Buenos Aires. Hij was nu in de rione Monti in Rome terechtgekomen met de bedoeling het wat rustiger aan te doen.

Hij bracht zijn dagen door met nu en dan een artikel te schrijven en vooral lange tijd in de kroeg te zitten. Sinds zijn dood in 2007 hangt zijn ingelijste overlijdensbericht uit The Times tegenover de toog van The Fiddler’s Elbow waar hij zo vaak zat.

fiddlers (10)

Als er prijzen zouden worden uitgedeeld voor de oudste en trouwste klant, gaat die ongetwijfeld naar John Armstead, een Kung Fu-grootmeester en acteur uit het westen van Ierland. Hij is al sinds de openingsdagen van The Fiddler’s Elbow stamgast. Armstead, inmiddels al 78 jaar, is nog steeds een imposante figuur die door iedereen wordt aangesproken als Big John.

In de loop van de voorbije decennia zijn uiteraard ook talrijke beroemdheden in The Fiddler’s Elbow gepasseerd, waaronder tennisster John McEnroe, de voormalige Britse Labour-leider Neil Kinnock, de Ierse premier Bertie Ahern, en de Britse zanger Jay Kay, bekend van Jamiroquai, die zich zo amuseerde dat hij de nacht snurkend op de vloer heeft doorgebracht.

In de jaren ‘80 verwelkomde de pub ook regelmatig de filmploeg van de toen zeer populaire televisieserie Dallas, die toen gedurende langere periodes scènes in Italië filmde.

In 1993, toen de opnames van de actiefilm Cliffhanger bezig waren, huurde hoofdrolspeler Sylvester Stallone het personeel van The Fiddler’s Elbow om zijn privéverjaardagsfeestje in het Hilton Hotel in Rome te verzorgen.

The Fiddler’s Elbow organiseert nog steeds regelmatig culturele evenementen, waarbij de nadruk ligt op Ierse muziek en literatuur. Professor John McCourt van de Università Roma Tre omschrijft de kroeg als één van de grootste Ierse culturele instellingen van Rome en prijst de belangrijke rol van The Fiddler’s Elbow bij het ondersteunen van conferenties over Ierse studies en het organiseren van levendige en vermakelijke literaire evenementen.

Regelmatig biedt de pub aan zangers, muzikanten en dichters de gelegenheid om op te treden voor een publiek. Het gebeurt dat er in de loop van de avond en de nacht meer dan twintig mensen optreden, waarbij dan zowat alle genres aan bod komen, van blues tot jazz, van rock tot Ierse folk.

Men kan het zich vandaag misschien moeilijk voorstellen, maar een Ierse pub in Rome, met Iers bier en authentieke Ierse attributen, was 45 jaar geleden een exotisch en trendy concept.

The Fiddler’s Elbow had toen het statuut van een soort exotische bar, hoewel de vele buitenlandse au pair-meisjes die ook graag in de kroeg kwamen, een belangrijk onderdeel vormden van dat exotische kader. The Fiddler’s Elbow is inderdaad getuige geweest van het ontstaan van talloze romances en huwelijken, vaak tussen Italianen en expats.

Jaren voordat de marketingdienst van brouwerij Guinness op het idee kwam om in Europa een keten van Ierse pubs te openen, was The Fiddler’s Elbow al open. Doorheen de jaren opende ook in Firenze en Venetië een Fiddler’s Elbow.

Ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de pub in 2016 kwamen de inmiddels gepensioneerde oprichters-uitbaters van de pub nog eens bij elkaar. De zaak wordt vandaag geleid door een vrouwelijke manager, Fiona Ní HAnrachtaigh.

fiddlers (13)

Hoewel de bar nog altijd behoorlijk draait, is de populariteit de jongste jaren wat afgenomen. Het concept en het merk zijn wat verwaterd. Er komen nu meer Italiaanse stamgasten dan expats. Op weekdagen is het ook veel kalmer, de drukte beperkt zich doorgaans tot de weekends.

De drink- en uitgaansgewoonten van de mensen zijn ook veranderd, de concurrentie is veel groter geworden en wie uitgaat kiest de beleving die op dat moment het best bij hem of haar past. In een stad zoals Rome zijn altijd nieuwe concepten en uitdagingen te vinden. Logisch dus dat de ‘oudjes’ wat terrein verliezen.

Ondanks alles blijft The Fiddler’s Elbow een bastion van stille excentriciteit en ouderwetse charme. De muren lijken doorheen de jaren langzaam gemarineerd door de aanwezigheid van generaties Romeinen en anglofielen en het blijft een unieke en gastvrije plek waar de Italiaanse en expatcultuur, humor en tradities samenkomen.

Wie zich in Rome ooit eenzaam zou voelen, stapt best The Fiddler’s Elbow binnen. Dat probleem is dan snel opgelost, want tenzij je volkomen asociaal bent, zal het geen tien minuten duren vooraleer je met iemand een geanimeerd gesprek zal voeren. Zoals het hoort in een goede kroeg.

The Fiddler’s Elbow
Via dell’Olmata 43, Rome
Dagelijks open van 17 tot 2 uur
Tel. 06 487 21 10
www.thefiddlerselbow.com

Had jij ook graag alle foto’s gezien die dit nieuwsbericht illustreren? Dat is voorbehouden aan clubleden van S.P.Q.R. Die konden deze beelden reeds eerder bekijken via hun exclusieve dagelijkse en geïllustreerde nieuwsbrief.

Lees hier hoe je lid kan worden van S.P.Q.R.

Aanmelden als clublid kan je via deze link

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 maart 2022. Bekijk het origineel.