De fascinerende geschiedenis van Palazzo Rondinini, vandaag de meest exclusieve club van Rome

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het achttiende-eeuwse Palazzo Rondinini bevindt zich aan de Via del Corso 518-419, dichtbij Piazza del Popolo en is het laatste grote adellijke palazzo dat werd gebouwd in het stadscentrum, maar niet één van de minste. Het behoorde achtereenvolgens toe aan de adellijke families Rondinini, Capranica, Borghese, Odescalchi en Sanseverino. Vandaag is het gebouw eigendom van de bank Monte dei Paschi di Siena, die sinds 1990 de eerste en tweede verdieping verhuurt aan de Nuovo Circolo degli Scacchi, een culturele kring met een indrukwekkende ledenlijst.

Deze club telde en telt vele namen uit de hoogste adel onder zijn leden, zoals de Aldobrandini, Borghese, Colonna, Ludovisi, Orsini, Torlonia, Lante della Rovere en Ruspoli. Ook Vittorio Emanuele di Savoia (de zoon van de laatste Italiaanse koning Umberto II en de Belgische Marie José) was lid vóór hij in 2006 uit de Club werd geweerd wegens onethisch gedrag. Ook topindustriëlen zoals de Agnelli’s, Luca Cordero di Montezemolo, hoge magistraten, militairen en wetenschappers mogen de salons van dit rococopaleis betreden. Officieel is de Circolo een private culturele vereniging zonder winstoogmerk, die als doel heeft de culturele interesse en de vriendschapsbanden van de leden te bevorderen.

Leden van de Circolo moeten zich houden aan een aantal sociale, ethische en morele regels, zowel in hun privéleven als in het verenigingsleven. De vereniging stelt ontmoetingsruimtes ter beschikking voor sociale, culturele en sportieve activiteiten. Politieke of religieuze bijeenkomsten zijn niet toegelaten.

In 1744 namen markiezin Margherita Ambra samen met haar tweede man Alessandro Rondinini jr. hun intrek in een aantal gebouwen aan de Via del Corso die ze hadden gekocht, waaronder het atelier van de schilder Cavalier d’Arpino (1568-1640). Hun zoon markies Giuseppe Rondinini of ook Rondanini (1725-1801) was een gekend mecenaat, archeoloog en kunstverzamelaar en liet de gebouwen uitbreiden en verbouwen tot het huidige Palazzo Rondinini, met de bedoeling het blazoen van de familie op te poetsen na een aantal politieke en economische problemen en er een woonhuis/museum van te maken om zijn kunstcollecties in onder te brengen.

De werkzaamheden werden uitgevoerd door Gabriele Valvassori, de architect van de familie Doria Pamphilj, die het grootste deel van de externe structuur realiseerde, en Alessandro Dori die verantwoordelijk was voor het ontwerp van de gevel aan de zijde van de Via del Corso en voor de binneninrichting. Na vier jaar waren de verbouwingswerken klaar en in 1764 kon de enorme kunstcollectie van de markies, één van de belangrijkste collecties kunst en oudheden uit die tijd, worden verhuisd.

Tot deze verzameling behoorden twee topwerken, de Pietà Rondanini, het laatste werk van Michelangelo, waaraan hij nog werkte een paar dagen voor zijn dood en dat vandaag wordt bewaard in Castello Sforzesco in Milaan, en de Medusa Rondanini, een meer dan levensgroot marmeren beeld van Medusa, een Romeinse kopie van een verloren gegaan Grieks bronzen origineel uit de vijfde of late vierde eeuw v. Chr. dat vandaag te zien is de Glyptothek van München.

Het masker van Medusa hing op de binnenplaats en maakte in 1780 grote indruk op Goethe die aan de overzijde van de Via del Corso woonde en het Palazzo en de kunstcollectie verschillende keren bezocht. Het masker inspireerde ook een andere kunstenaar: Antonio Canova nam in 1801 de Medusa Rondanini als model voor zijn Medusa van het marmeren beeld Perseus met het hoofd van Medusa, dat zich nu in de Vaticaanse Musea bevindt. Tijdens zijn Grand Tour in Italië kocht Ludwig van Beieren de Medusa van de erfgenamen van markies Rondinini, zo kwam het masker in Munchen terecht.

De Pietà Rondanini van Michelangelo dankt zijn naam aan de gelijknamige familie die het beeld in 1744 kocht en het in een nis op de binnenplaats en later in de bibliotheek van het palazzo zette. In 1904 werd het gebouw verkocht aan graaf Roberto Sanseverino Vimercati die het beeld op een Romeins begrafenisaltaar uit de tijd van keizer Trajanus plaatste. Hier zou het beeld op wens van de erfgenamen blijven staan tot 2015. Reeds in 1952 werd het gekocht door de stad Milaan voor het Castello Sforzesco, waar het nu nog steeds te bewonderen is.

Als we door de grote houten poort van het palazzo naar binnen gaan, staan we in een overwelfde doorgang geschraagd door twaalf antieke zuilen die de verbinding vormt met de binnenplaats van het palazzo. In de binnenhof wordt onze aandacht getrokken door de wand aan de overkant met de fontein met drie nissen met antieke Romeinse beelden. In de muren rondom zit een deel van de oorspronkelijke collectie oudheden ingewerkt: marmeren reliëfs, opschriften in het Latijn en het Grieks, delen van sarcofagen, …

Boven de fontein is een uurwerk bewaard met een Romeinse wijzerplaat die is onderverdeeld in 6 uren, en niet in 12, die werd pas ingevoerd in 1846 door paus Pius IX. Volgens de Romeinse of Italiaanse tijdsindeling begon de dag een half uur na zonsondergang, bij het luiden van het Ave Maria. We bezochten de eerste verdieping, een opeenvolging van rijkelijk gedecoreerde salons, plafonds met schilderijen met heldere kleuren (op droge kalklaag) en fresco’s, bladgoud, friezen, lambriseringen, antieke spiegels, meubels, putti, beelden, schitterende lusters, en luxueuze marmeren vloeren met mozaïeken in de meest diverse marmersoorten.

In het wapenschild en in de fresco’s op muren en plafonds, in het stucwerk en in de veelkleurige vloeren herkennen we veelvuldig de symbolen van de familie: de drie vliegende zwaluwen (rondini) en de zeef om het koren van het kaf te scheiden (crivello). Vanwaar de afbeelding van de zeef? Dat zit zo: de stamvader van de Rondinini was Fosco Crivelli uit Brisighella, hij nam de familienaam Rondinini aan nadat zijn zoon Rondinino Crivelli in 1425 het leven had gered van Guidantonio Manfredi in een veldslag bij de Pieve Tho. Fosco Crivelli werd Fosco Rondinini, de zoon ging voortaan als Rondinino Rondinini door het leven.

Op het vaatwerk en servies dat de leden van de club tegenwoordig gebruiken, is het wapenschild te zien van de Nuovo Circolo degli Scacchi, een schaakbord met 8 x 8 zilveren en groene velden, gevat in een ceintuur met een gesp en het cijfer 1872, de datum waarop de Circolo werd gesticht.

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 mei 2019. Bekijk het origineel.