De indrukwekkende Porta Maggiore

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Enkele dagen geleden kon je het verhaal lezen over de graftombe van Eurysaces en de tentoonstelling die aan deze bakker uit de oudheid werd gewijd in de Centrale Montemartini. Het befaamde graf van Marcus Vergilius Eurysaces bevindt zich vlak naast de Porta Maggiore en is nog steeds uitstekend zichtbaar. Tenzij men vlakbij in de buurt logeert, durven toeristen de Porta Maggiore en de onmiddellijke omgeving weleens over te slaan. Dat is niet helemaal terecht, want in deze buurt is toch wel wat te zien.

De belangrijkste archeologische site in de omgeving bevindt zich echter ondergronds. De Basilica Sotterranea di Porta Maggiore werd na een lange restauratieperiode in oktober vorig jaar opengesteld. Een gedeelte van de site kan in principe onder begeleiding worden bezocht. Maar de site kampt echter met grote technische moeilijkheden en er zijn bijkomende restauraties nodig. De restauratiewerken die nu (alweer) aan de gang zijn herstellen ook het stucwerk van het middenschip. Die ingreep maakt de toegang tot de ondergrondse basiliek gevaarlijk, daarom zijn de bezoeken tot nader order alweer opgeschort. Op deze boekingssite kan je in de gaten houden wanneer de ondergrondse kerk opnieuw toegankelijk is.

Eén van de grootste problemen in de ondergrondse ruimte is het fel insijpelende regenwater. Bij de uitbouw en openstelling van de basiliek is ook Rete Ferroviaria Italiana (RFI) betrokken, een dochterbedrijf van Ferrovie dello Stato (FS). RFI is de eigenaar van het Italiaanse spoorwegnet en is verantwoordelijk voor onderhoud en de beveiliging van de sporen. RFI is betrokken partij omdat de basiliek zich ondergronds tot ruim 10 m onder de vlakbij gelegen spoorweg uitstrekt.

Op en rond Piazza di Porta Maggiore werden resten teruggevonden van de Thermen van Helena en een waterreservoir. Beiden maakten deel uit van het Sessorium, een keizerlijk paleiscomplex dat werd gebouwd in het begin van de derde eeuw. Gedurende een gedeelte van de derde en de vierde eeuw woonden de Romeinse keizers in dit complex. De bouw begon onder keizer Septimius Severus en werd voltooid door Heliogabalus. De nieuwe keizerlijke residentie werd gebouwd omdat de keizers in die periode vonden dat deze plaats beter geschikt was om te wonen dan in de oude paleizen op de Palatijn. Ook Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, heeft hier gewoond.

Het complex bestond naast een paleis uit tuinen, een amfitheater, een circus, thermen en een basilica voor het afhandelen van staatszaken. Tussen 271 en 280 werd de Aureliaanse Muur rond Rome gebouwd. Deze werd dwars over het terrein van het Sessorium getrokken en om bouwmateriaal te sparen werd de buitenmuur van het amfitheater gedeeltelijk opgenomen in de stadsmuur. Het circus werd door de muur doorsneden en werd afgebroken. Er is niet zoveel van het keizerlijke gebouw overgebleven.

De Porta Maggiore is een stadspoort in de antieke Aureliaanse Muur in Rome. De oorspronkelijke Romeinse naam was Porta Praenestina omdat ze in de tegengestelde richting naar Praeneste leidde, het huidige Palestrina. De poort heeft ook bekend gestaan als Porta Labicana en Porta Naevia. De poort dankt zijn huidige naam aan de verderop gelegen en zeer bekende basiliek Santa Maria Maggiore. De Porta Maggiore kreeg zijn naam in de middeleeuwen om de vele pelgrims die Rome bezochten via deze poort de kortste weg naar de basiliek te wijzen.

Onder de poort ligt nog een gedeelte van een oude Romeinse weg waarop duidelijk te zien is dat door het drukke verkeer in de oudheid karrensporen in het plaveisel zijn uitgesleten. In het midden van de nogal chaotisch ogende Piazza di Porta Maggiore staat de indrukwekkende gelijknamige poort. Ondanks de vaak hectische omgeving is deze schitterende stadspoort één van de meest indrukwekkende in zijn soort. Het is vaak ook het eerste belangrijke monument in Rome dat bezoekers te zien krijgen wanneer ze met de Leonardo Express vanuit de luchthaven in Fiuminico de stad per trein binnenrijden.

De Porta Maggiore is een onderschatte constructie en mag gerust worden gerekend tot één van de meest majestueuze bouwwerken van het oude Rome. De poort oogt gigantisch en heeft iets waarvan men onder de indruk komt, vooral als je vanaf enige afstand de constructie bekijkt. De kracht en de schoonheid van het monument ligt in het contrast tussen de grote, grove blokken en de gepolijste attiek. De Porta Maggiore bestaat uit twee travertijnen bogen met pylonen aan de zijkanten, met ramen met timpanen en Korinthische zuilen.

Het gebruik van grote blokken travertijn, die zelfs voor de pilaren grof werden gehouwen, de zogenaamde ‘onafgemaakte’ techniek, is een karakteristieke modetrend uit de tijd van keizer Claudius (41-54). Het wegdek onder de poort is zoals verteld nog origineel. Vóór Aurelianus hier de nieuwe stadsmuur aanlegde, bevond zich op deze plaats een in 52 na Chr. door Claudius aangelegd knooppunt van aquaducten. Deze plek bevindt zich 43 m boven de zeespiegel en is opmerkelijk genoeg het hoogste punt van Rome en dus de ideale plaats om aquaducten te laten samenkomen. Dat waren de Anio Vetus (de oudste), de Aqua Marcia, de Aqua Tepula, de Aqua Julia en de Aqua Claudia.

Twee eeuwen later werd in 270 het knooppunt van Claudius gebruikt bij de aanleg van de nieuwe stadsmuur. Men gebruikte de bogen van de Aqua Claudia en de Anio Novus, van beide zijn de kanalen nog zichtbaar, om een poort te maken in de muur van Aurelianus, net op de plaats waar de weg komende uit het centrum zich splitste in de nog bestaande Via Prenestina (in de richting van het huidige Palestrina) en de Via Labicana richting Cassino, nu gekend als de Via Casilina, de eerste baan rechts.

Op het bovendeel van de Porta Maggiore, waar de waterleidingen van het aquaduct liepen, zijn inscripties aangebracht die herinneren aan Claudius en aan restauraties die werden uitgevoerd door de keizers Vespasianus in 71 na Chr. en Titus in 81 na Chr. Toen Honorius (395-423) de versterkingsmuren liet restaureren, werd aan de buitenkant een bastion toegevoegd.

De Aqua Claudia is één van de opmerkelijkste aquaducten van Rome. De bouwwerken werden in 38 na Chr. gestart door keizer Caligula en door Claudius in 52 (of in 47, niet alle bronnen zijn het hierover eens) voltooid. Dit aquaduct overbrugde een afstand van ruim 68 km tussen de bergen van Subiaco en Rome. Keizer Nero (54-68) bouwde vanaf de Porta Maggiore een aftakking, de Aqua Nero. Bij sloopwerken tijdens de negentiende eeuw, werd naast de Porta Maggiore de ons inmiddels bekende graftombe van Marcus Vergilius Eurysaces blootgelegd.

Dit grafmonument dat vandaag officieel wordt aangeduid met de naam ‘Sepolcro di Marco Vergilio Eurysace’ dateert uit 30 v. Chr., is bijna een eeuw ouder dan de aquaducten en drie eeuwen ouder dan de stadsmuur van Aurelianus waartegen het aanleunt.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 16 april 2019. Bekijk het origineel.