We hadden het een tijdje geleden over de ondergrondse parking Cavour in Rome en het standbeeld van de illustere mijnheer Cavour dat op dit plein staat. Er zijn waarschijnlijk weinig Italiaanse steden waar je geen Piazza Cavour of op z’n minst een Via Cavour terugvindt. In Rome, maar ook in heel wat andere plaatsen vind je ze zelfs beiden. Behalve de vermelding ‘Italiaans staatsman’ die je soms onder het straatnaambordje aantreft, weet de hedendaagse bezoeker weinig van deze persoon. Wie is deze mijnheer Cavour, die zoveel eerbetoon krijgt in het Italiaanse straatbeeld?
Camillo Benso di Cavour werd op 10 augustus 1810 geboren in Turijn. Hij was een telg uit een aanzienlijk Piemontees geslacht en werd, na een opleiding tot beroepsmilitair, page aan het hof van Turijn. Reeds in 1832 zag de Oostenrijkse regering een gevaar in hem en ontzegde zij hem de toegang tot het Lombardisch-Venetiaans koninkrijk.
Na 1836 hield Cavour zich als particulier bezig met agronomische experimenten, bekwaamde zich in economie en politieke wetenschappen en maakte reizen naar Frankrijk en Engeland. Samen met graaf Balbo richtte hij in 1847 het blad Il Risorgimento op, dat een belangrijk orgaan werd in dienst van de propaganda voor de vereniging van de diverse, aan verschillende monarchen toebehorende, staten van Italië.
De idealen die de groep van Il Risorgimento ten aanzien van de structuur van dat toekomstige Italië koesterde, waren gematigd liberaal. Cavour meende dat het koninkrijk Sardinië, als het in alle opzichten gemoderniseerd werd, door dit voorbeeld de andere Italiaanse staten achter zich zou krijgen. Koning Karel Albert verwachtte echter, wat betreft de Italiaanse eenheid, alleen heil van militair optreden.
In 1848 kreeg Sardinië, mede door Cavours toedoen, een constitutie. Cavour werd kamerlid, in 1850 minister van Handel en in 1851 ook minister van Financiën. In 1852 moest hij wegens een politiek meningsverschil met zijn collega’s aftreden, maar in oktober van dat jaar keerde hij opnieuw terug als minister van Financiën. Enkele weken later formeerde hij zelf een kabinet, waarin hij Financiën, Binnen- en Buitenlandse Zaken voor zijn rekening nam.
Hij stuurde aan op een volledige opruiming van allerlei verouderde rechten en voorrechten van de Kerk op wereldlijk gebied. Voorts trof Cavour in de jaren van zijn ministerschap tal van voorzieningen ten behoeve van handel en verkeer, met als hoofdbedoeling het op economisch vlak volledig achtergebleven Sardinië tot het niveau van de West-Europese landen te tillen. Intussen had hij een politieke coalitie tussen de gematigde richting, waartoe hij zelf behoorde, en de linkse liberalen tot stand gebracht, die de basis van zijn regeringsmacht bleef, het connubio.
Op internationaal gebied liet hij, om de steun van Groot-Brittannië en Frankrijk te verwerven, en ondanks grote weerstand van het binnenland, Sardinië deelnemen aan de Krimoorlog (1853-1856). Na afloop van de oorlog hield hij op het Congres van Parijs een pleidooi ten behoeve van Italië, terwijl hij tegelijk op handige wijze de Oostenrijkse diplomatie in het nauw bracht. Het was de sluwe Cavour er vooral om te doen Frankrijk, dat van oudsher min of meer vijandig tegenover het Huis Savoye stond, zover te krijgen dat het hulp aan Sardinië voor geheel Italië als een voordelige zaak zou gaan beschouwen.
Nadat Rusland Frankrijk de vrije hand had gegeven ten aanzien van de Italiaanse aangelegenheden, ging Napoleon III in op Cavours voorstellen en kwam het tot de samenkomst te Plombières (juli 1858), waaruit een verdrag tussen Sardinië en Frankrijk voortkwam. Vervolgens lokte Cavour een oorlog met Oostenrijk uit (1859), waarin hij geheel Italië probeerde mee te slepen. Reeds na enkele maanden liet Napoleon III Cavour in de steek en dwong Sardinië tot een vergelijk met Oostenrijk.
Cavour nam woedend ontslag als minister, maar bleef de Italiaanse eenheidsbeweging steunen. Sardinië behield intussen de steun van Engeland en de Franse keizer was verplicht weer toenadering te zoeken tot Cavour, omdat de afstand van Savoye en Nizza aan Frankrijk, die in Plombières in ruil voor de Franse steun in het vooruitzicht was gesteld, anders niet zou plaatsvinden.
In januari 1860 trad Cavour weer in de schijnwerpers als minister en kreeg na onderhandelingen met Napoleon III de vrije hand in Midden-Italië, dit in ruil voor een definitieve afstand van Savoye en Nizza. Wat uiteindelijk pas gebeurde na een volksraadpleging.
Voor Cavour ontstonden echter nieuwe moeilijkheden doordat in dezelfde periode grote kracht begon uit te gaan van de stromingen buiten het koninkrijk Sardinië die in radicaal-republikeinse geest naar de eenheid van Italië streefden en een leider vonden in Garibaldi. Cavour kon Garibaldi niet desavoueren en hem zelfs niet zijn steun ontzeggen, maar deed alles om hem in toom te houden.
Tot iedere prijs wilde Cavour voorkomen dat Garibaldi de Kerkelijke Staat en Rome veroverde, aangezien één van de voorwaarden van het Frans-Sardijnse verbond was geweest dat de wereldlijke macht van de paus onaangetast zou blijven. De verhouding tussen de regering in Sardinië en Garibaldi werd zeer gespannen toen deze laatste zijn veroveringstochten tot Napels had uitgebreid. Cavour liet Napoleon III weten dat hun beider belang ermee gediend was als de Sardijnse troepen zo snel mogelijk de Kerkelijke Staat zouden bezetten om Garibaldi vóór te zijn.
Nadat dit was gerealiseerd, werd de spanning tussen Sardinië en Garibaldi en zijn aanhang zo groot, dat het tot een openlijk conflict dreigde te komen. Ten slotte onderwierp Garibaldi zich echter aan koning Victor Emanuel, die zich met hem verzoende. Napels, Sicilië, Umbrië en de Marken werden met het koninkrijk Sardinië en andere reeds vrije gebieden tot het koninkrijk Italië verenigd (officieel op 17 maart 1861).
Voordien had Cavour op 18 februari 1861 in Turijn het eerste Italiaanse parlement geopend. Datzelfde jaar, op 6 juni, zou de staatsman overlijden. in 2010 werd hij nog eens vereeuwigd op een muntstuk van 2 euro. En zoals aan het begin van dit stukje gemeld: de man leeft nog steeds volop voort in het Italiaanse straatbeeld.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 16 oktober 2014. Bekijk het origineel.

