De necropolis van Santa Rosa

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De necropolis van Santa Rosa, die deel uitmaakt van de Romeinse necropolis van de Via Triumphalis, is een oud-Romeinse begraafplaats die in 2003 werd ontdekt in Vaticaanstad tijdens de aanleg van het parkeerterrein Santa Rosa. Bouwvakkers stootten toen op een oude necropolis uit de Romeinse keizertijd, waarvan de oudste waardevolle graven dateren uit de periode van keizer Augustus. Een dergelijke vondst, intacte graven die bijna tweeduizend jaar onaangetast zijn gebleven, is zeer uitzonderlijk. Dat is mede te danken aan een aardverschuiving in de tweede eeuw na Chr., waardoor een gedeelte van de site volledig bedekt raakte en letterlijk werd afgesloten van de buitenwereld.

De graven dateren uit de tijd van keizer Augustus (27 v. Chr.- 14 na Chr.) tot de tijd van keizer Constantijn (4de eeuw na Chr.). De opgravingen werden uitgevoerd door archeologen van de Vaticaanse Musea en brachten een veertigtal tombes en ruim tweehonderd individuele graven op meerdere niveaus aan het licht, bijna allemaal in uitstekende staat, met inbegrip van de sarcofaag van Publius Caesilius Victorinus (270-290), gebeeldhouwd in bas-reliëf en de grafkamer van Passieni. Door de inscripties op de gedenkstenen, vazen, altaren en terracotta urnen, vaak met met vermelding van het beroep of de plaats waarvan de overledenen vandaan kwamen, hebben de archeologen bijzonder veel informatie kunnen achterhalen. De vondsten zijn over het algemeen in vrij goede staat. Onderzoekers spreken weleens enthousiast van ‘klein Pompeji’, al is dat misschien wel iets teveel eer. Via speciaal gebouwd loopbruggen kunnen bezoekers de site bereiken.

Op 12 oktober 2006 werd deze nieuwe sector van de Vaticaanse necropolis aan de Via Triumphalis officieel geopend. In feite is het de voortzetting van het gedeelte dat reeds in de jaren vijftig werd ontdekt en waar toen ook het graf van de apostel Petrus werd teruggevonden. Op de Vaticaanse heuvel lagen in de Oudheid immers enkele van de belangrijkste begraafplaatsen van het oude Rome. Het gebied veranderde van karakter door het feit dat Petrus, tevens de eerste paus van Rome, er begraven was. In de vierde eeuw na Christus, toen keizer Constantijn het christendom toestond, werd de heuvel geschikt gemaakt voor de bouw van een enorme basiliek, de voorloper van de huidige Sint-Pieterskerk.

Beide oud-Romeinse begraafplaatsen behoren vandaag tot de meest complete en gedocumenteerde uit de oudheid. De eerste is bereikbaar via de opgraving onder de basiliek, de andere langs de Via Triumphalis. Dat gebied staat bekend als de Necropoli dell’Autoparco, omdat ook toen graafwerken verricht voor een Vaticaanse parkeergarage. De twee begraafplaatsen, samen met de nabijgelegen afdelingen van de Galea en de Annona, maken deel uit van een veel grotere begraafplaats die zich langs de oude Via Triumphalis bevond. Dat was de weg die traditioneel werd gevolgd door de overwinnende Romeinse legers bij hun terugkeer naar Rome. Archeologen spreken van één van de meest volledige en best gedocumenteerde verzamelingen van het Romeinse keizerrijk.

Vele graven zijn versierd met fresco’s en mozaïeken en sommige zijn uitzonderlijk goed bewaard. Je ontdekt veel over het verleden en de afkomst van de personen die hier begraven liggen. Bijzonder is dat graven van burgers uit de laagste klassen en die uit de middenklasse hier door elkaar liggen. Sommige graven bevatten eenvoudige urnen met de as er nog in, andere hebben rijk versierde sarcofagen. In een aantal gevallen is door grafinscripties meer bekend over de doden. Zo zijn er een hortator (trainer van paarden voor het circus) en een tabellarius (postbode). De grafsteen van Publius Caesilius Victorinus (270-290) verraadt zijn liefde voor de jacht. Deze tombe wordt door de onderzoekers als zeer belangrijk bestempeld. De grafsteen van keizer Nero’s slaaf Alcimus laat zien dat hij onder meer decors maakte voor het Theater van Pompeius. Zijn gereedschap kreeg hij mee in zijn graf. In totaal gaat het om zo’n 500 tot 600 doden die zijn begraven in ongeveer veertig verschillende graftombes.

Het archeologische gebied is nu ingesloten in de structuur van de parkeerplaats. De opgravingen zijn nog altijd aan de gang maar de archeologische site is wel toegankelijk, op vrijdag en zaterdag, voor groepen van maximaal 25 personen. Vooraf reserveren bij het Ufficio Visite Speciali is verplicht. Goedkoop is het niet. De standaardprijs voor een bezoek aan de site bedraagt 150 euro, ook als je met slechts een paar of enkele personen komt opdagen. Het Vaticaan levert desgwenst een gids. Die kost nog eens 150 euro. De Edizioni d’Arte De Luca publiceerde over de site een boek met als titel La necropoli Vaticana Lungo la Via Trionfale, met teksten van Paolo Liverani en Giandomenico Spinola.

Musei Vaticani – Ufficio Visite Speciali
Tel. 06 6988.4947 – fax 06 6988.1573
E-mail: visitespeciali.musei@scv.va

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 juni 2009. Bekijk het origineel.