De paus die een kardinaal liet wurgen in de Engelenburcht

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

We bevinden ons nog steeds in het Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo, beter bekend als de Engelenburcht. De voorbije dagen kreeg je al een paar sterke verhalen te lezen, maar op deze plek gebeurde nog veel meer. Op de tweede verdieping vind je, staande bovenaan de trap, rechts enkele middeleeuwse lokalen die tijdens de zeventiende eeuw heringericht werden. Ze vormen de ‘armeria inferiore’, de lokalen bevatten een collectie wapens. Vóór ons, aan de overzijde van de cortile, naast de trap achteraan, staat de door Michelangelo ontworpen gevel van de kapel die in 1514 voor Leo X Medici (1513-1521) gebouwd werd op de plaats van de vroegere kapel van Gregorius de Grote.

Staande op de bovenste trede van de trap van paus Paulus III, zie je links een deur die naar een aantal kamers leidt die zijn genoemd naar de pausen die ze hebben laten inrichten. De eerste twee heten de Sale di Clemente VIII. De eerste en grootste heeft een schitterende zeventiende eeuwse schoorsteenmantel van stucwerk en midden op het plafond het wapen van de familie Aldobrandini (de familie van Clemens VIII).

Links van de schouw staat een buste van Paulus III, geboren als Alessandro Farnese (1534-1549). Een interessant weetje is dat dit beeld op zijn sterfdag door de straten van Rome werd gesleept en uiteindelijk in de Tiber werd gekieperd waar het later werd teruggevonden en opnieuw bovengehaald. De paus was als oprichter van de Romeinse inquisitie niet erg geliefd, maar men was vooral zijn schaamteloosheid en nepotisme niet vergeten. Reeds toen hij nog bisschop was had Alessandro Farnese een maîtresse, die hem zelfs vier kinderen schonk. Eenmaal paus, haalde hij een sterk staaltje van zelfbediening uit door zijn kleinzonen Alessandro Farnese (14 jaar) en Ascanio Sforza (16 jaar) de kardinaalstitel te geven.

Een andere kleinzoon van Paulus III, Ottavio Farnese trad als graaf van Parma in het huwelijk met Margaretha van Oostenrijk, die onder de naam Margaretha van Parma bekend werd als landvoogdes der Nederlanden. Zij was geboren in Oudenaarde als een buitenechtelijk kind van keizer Karel V. Haar moeder was het dienstmeisje Johanna van der Gheynst, de dochter van een tapijtverkoper uit Nukerke, een deelgemeente van Maarkedal. Over deze illustere Margaretha, in Italië beter bekend als Madama, hebben we het een andere keer. Het Palazzo Madama in Rome, waar zij vele jaren woonde, is naar haar vernoemd. Vandaag is het de zetel van de Italiaanse Senaat, te vinden vlakbij de Piazza Navona.

Maar even terug naar de Engelenburcht. De doorgang tegenover de schouw leidt naar een centraal lokaal dat nog tot de oorspronkelijke Romeinse bouwfase behoorde. Hierboven bevond zich immers het cilindervormige tempeltje met wellicht de sarcofaag van Hadrianus, onder ons bevindt zich de urnenkamer die we vorige week bezochten.

De Sala della Giustizia ligt dus op de middenas van het mausoleum van Hadrianus. Boven de ingangsdeur zien we de ‘Engel der Gerechtigheid’ (1545-1549) geschilderd door Perino del Vaga (1500-1547) die tot de kring van Rafaël behoorde. Hij had veel succes met zijn gesofistikeerde en vernieuwende stijl. De aartsengel heeft het zwaard van de gerechtigheid in de rechter- en de wereldappel met kruis in de linkerhand. Het lokaal werd wellicht als kapel gebruikt. De twee grote vensters in deze ruimte kijken uit op de cortile dell’ Angelo vanwaar we komen, en anderzijds op de cortile van Alexander VI, ook wel teatro del pozzo genoemd.

Vanuit de Sala della Giustizia leidt een gangetje naar de Sala dell’ Apollo. In 1547 werd deze ruimte door Luzio Luzi (1528-1573) op vraag van Paulus III versierd met grotesken, een van oorsprong antiek-Romeins ornament dat samengesteld was uit sierlijke bladranken en menselijke, dierlijke en fabelfiguren.

Omstreeks 1500 werden deze motieven herontdekt in de resten van het Domus Aurea van keizer Nero waar de frescoschilder Fabullus ze twintig eeuwen geleden op de paleismuren had aangebracht. Omdat de duistere ruimten van de onder de grond verdwenen ruïnes deden denken aan grotten, ‘grottesche’ in het Italiaans, werden de versieringen al gauw grotesken genoemd.

Eén van de openingen in de vloer van de Sala dell’ Apollo (rechts voor de schouw) is de eerder vermelde primitieve liftschacht die we in de spiraalweg bij de toegang van de burcht tegenkwamen. Onder een andere opening bevindt zich een negen meter diepe put die uitkomt in een ruimte zonder toegang (vergeetput), de ‘bruttissima caverna’ volgens Cellini.

Aan het einde van de Sala dell’ Apollo leidt rechts van de schouw (met het wapen van Paulus III) een deur naar de kapel van Leo X (20). Ze bevat een mooie ‘Madonna met Kind’, een reliëf door Raffaello da Montelupo (1503-1570). Hij was de assistent van Michelangelo die een groot deel van het praalgraf van Julius II in de San Pietro in Vincoli verwezenlijkte.

Aan de overkant van vorige doorgang voert een deur naar de twee Sale di Clemente VII waar de ongelukkige paus (1523-1534) tijdens de Sacco di Roma verbleef. De zalen hebben houten plafonds waarop de naam van de paus werd aangebracht. De schilderingen dateren uit de vijftiende en de zestiende eeuw. In één van de zalen heeft Giulio Romano (1492-1546) de fries geschilderd.

Een trapje leidt naar de badkamer van Clemens VII, het is een aardig, vermoedelijk door Romano (of mogelijk ook door Giovanni da Udine, eveneens een assistent van Rafaël) met vrolijke grotesken beschilderd kamertje. De wanden van de kleine ruimte werden volgens de oude Romeinse technieken van buitenaf verwarmd met hete lucht afkomstig van de stookplaatsen beneden, die ook het hete water voor het marmeren bad leverden.

Via de gang komen we rechts op de grote cortile di Alessandro VI die de symmetrische tegenhanger is van de cortile dell’ Angelo. Let op de mooie marmeren waterput (1500). Tijdens de pontificaten van Leo X Medici (1513-1521) en Pius IV Medici (1555-1559) werden hier theatervoorstellingen gegeven.

Langs de korte rechterzijde bevinden zich enkele duistere cellen (prigioni storiche of historische kerkers). Op hetzelfde niveau bevonden zich reusachtige magazijnen voor olie en graan, die respectievelijk 22.000 liter en 350 ton konden bevatten. De graansilo’s werden later omgebouwd tot gevangenissen. Het raam rechts van de waterput is dat van de Sala della Giustizia die we daarnet bezochten. Volgens de overlevering hebben in deze historische kerkers onder meer Giordano Bruno, Beatrice Cenci en haar stiefmoeder, Benvenuto Cellini en kardinaal Carlo Carafa gevangen gezeten. De laatste (gesloten) kerker zou nog sporen vertonen van Cellini’s houtskooltekening van ‘God de Vader, Christus en engelen’.

Carlo Carafa, wellicht één van de meest gehate gevangenen die de Engelenburcht ooit te gast had, was een telg van de machtige adellijke familie Carafa die afkomstig was uit het koninkrijk Napels. Van de vijftiende tot in de negentiende eeuw waren er tientallen kardinalen, bisschoppen en prelaten met de naam Carafa. Deze rijke adellijke familie leefde vertakt in vele Italiaanse vorstendommen. Carlo Carafa werd uit zijn vaderland Napels verbannen omwille van bendevorming en geweld. In Corsica kreeg hij het ook lastig nadat hij beschuldigd werd van een moordpartij op Spaanse soldaten.

Maar in 1555 bereikte de familie Carafa het hoogtepunt van haar macht met de verkiezing van Giovanni Pietro Carafa (1476-1559) tot paus Paulus IV. Deze rustige en bijna tachtigjarige paus had zijn hele leven gepleit voor devotie en kerkelijke hervormingen, maar veranderde plots van mening toen hij de pauselijke kroon op het hoofd kreeg. Hij zou zich erin bekwamen om zijn familie zoveel mogelijk te bevoordelen en te bedienen met allerlei gunsten. Ook Carlo kreeg een lekker brokje toegeworpen: hij werd benoemd tot kardinaal en vervolgens tot staatssecretaris van de Pauselijke Staat. Carlo Carafa werd in Rome al gauw berucht en gehaat voor zijn vele geweldplegingen en alomtegenwoordige corruptie.

Zijn pauselijke oom Paulus IV liet hem echter begaan, maar moest hem in 1559 toch noodgedwongen uit zijn ambt als staatssecretaris ontzetten na beschuldigingen van openlijke homoseksualiteit. Carlo werd als staatssecretaris vervangen door zijn neef Alfonso Carafa, maar mocht zelf toch zijn kardinaalstitel en alle bijhorende gunsten behouden. In 1559 zag hij echter een mooie kans om absolute macht te verwerven door de hoofdprijs in de wacht te slepen. Hoewel hij als kardinaal niets voorstelde, liet zijn titel hem toe om deel te nemen aan het conclaaf waar een opvolger voor zijn oom zou gekozen worden.

Na een conclaaf dat maar liefst vier maanden duurde, werd buiten alle verwachtingen echter Gianangelo de’ Medici (1499-1565) gekozen als paus Pius IV. Hij kwam uit een eenvoudige familie uit Milaan en was geen familie van de machtige Medici’s uit Firenze. Hij zou de overdreven inquisitiemaatregelen van Paulus IV voor een deel ongedaan maken en de diplomatieke verhoudingen met de Habsburgers (zowel keizer Ferdinand als Filips II) herstellen. Zijn belangrijkste en invloedrijkste daad was de heropening van het tien jaar eerder geschorste Concilie van Trente (1562) waardoor dit een jaar later tot een goed einde gebracht kon worden.

Maar vooraleer dit alles werd gerealiseerd, stelde de nieuwe paus meteen na zijn verkiezing eerst orde op zaken. Pius IV aarzelde niet om af te rekenen met de lastige Carlo Carafa, wiens misdadige gedrag vele kardinalen een doorn in het oog was, maar in wie de paus ongetwijfeld ook een rivaal zag die hem mogelijk kon bedreigen of die hem minstens het leven zuur zou gaan maken. Vermoedelijk hebben de twee elkaar al tijdens het lange conclaaf meermaals in de haren gezeten, al zijn dat natuurlijk speculaties.

In ieder geval werden Carlo en zijn oudste broer Giovanni in 1560 in opdracht van de paus gearresteerd op beschuldiging van verregaande corruptie. De beide broers werden gevangen gezet in de Engelenburcht, veroordeeld tot de dood en enkele maanden later, in 1561, door een beul gewurgd. Het was het einde van het zoveelste machtsspel in Rome, en weer eentje waarvan de Engelenburcht in de loop der vele eeuwen een stille getuige is geweest.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 14 januari 2018. Bekijk het origineel.