De Santa Maria Maddalena in Rome

Een trouw clublid stuurde ons een tijdje geleden een mooie foto van de Santa Maria Maddalena, gelegen aan Piazza della Maddalena in Rome. Het was meteen een mooie tip om dit pareltje van de rococokunst even in de kijker te plaatsen. De kerk is opgedragen aan, je raadt het al, Maria Magdalena. Het is ook de kerk van de regio Abruzzo. Tijdens de vijftiende eeuw werd op deze plaats een kapelletje met een gasthuis opgericht. Een eeuw later bood zich als novice een zekere Camillus de Lellis (1550-1614) aan, nadat hij bij de kapucijnen was geweigerd vanwege een ongeneeslijke beenwonde.

maddalena

Decennia later stichtte hij de Ordine dei ministri degli Infermi, de Camillianen die vandaag nog steeds actief zijn in de ziekenzorg. De paters en nonnen van deze orde zijn te herkennen aan het grote rode kruis op hun borst. De Lellis stichtte de eerste polikliniek die dag en nacht open bleef en vormde de eerste medische ploegen op de slagvelden. Vandaag is hij de patroon van zieken en verpleegkundigen.

Camillus de Lellis werd zalig verklaard in 1742. Zijn heiligverklaring volgde snel daarna, in 1746, door paus Benedictus XIV. Zijn lichaam bevindt zich samen met enige relieken in de Santa Maria Magdalena. In deze kerk bevindt zich ook een miraculeus kruisbeeld dat ooit tegen Camillus gesproken zou hebben: “Waarom ben je bang? Weet je niet dat het niet jouw, maar Mijn werk is?”. Deze zin werd het motto voor allen die Camillus volgen.

Evenals de jezuïeten gaven de Camillianen aan talrijke kunstenaars opdrachten voor het vervaardigen van imposante kunstwerken om hun religieuze boodschap uit te dragen. Tot het einde van de negentiende eeuw konden de Romeinen op 14 juli, de sterfdag van San Camillo de Lellis, een speciaal kruikje of flesje gewijd water komen halen waarin wat stof uit het graf van de heilige was vermengd en dat een remedie zou zijn tegen om het even welke aandoening. In 2014 werd 400 jaar San Camillo gevierd.

De Santa Maria Maddalena kende een zeer ingewikkeld en langdurig bouwproces met veel onderbrekingen en waarbij zes architecten betrokken waren. Voor de bouw van de kerk vanaf 1628 werden op deze plek een aantal huizen afgebroken en later weer heropgebouwd. Zo ontstond ook het harmonische pleintje voor de kerk. De wijding van de nieuwe kerk zou pas in 1727 gebeuren.

Het huidige gebouw is grotendeels het werk van Carlo Fontana (1634-1714) en werd voltooid door leerlingen van Bernini. Ook de Romeinse architect Giovanni Antonio De Rossi werkte eraan mee. De fel gekromde gevel met veel stuccowerk, een mengeling van barok en rococo, werd pas in 1735 voltooid door Giuseppe Sardi (1680-1753), al zijn niet alle historici het erover eens dat het van zijn hand is. Als het klopt is het alleszins Sardi’s enige werk in Rome.

De golvende lijnen doet een beetje denken aan Borromini’s San Carlo alle Quattro Fontane, waarvan de gevel zeventig jaar eerder gebouwd werd. De ingang wordt geflankeerd door kolommen en nissen met de heiligen Camillo en Philippo Neri. De nissen bovenaan bevatten beelden uit 1760 van Magdalena en Martha. Let op de top van de gevel met de gebroken boog die een halfrond motief omvat dat oorspronkelijk door Borromini ingevoerd werd. Kijk ook met enige vertedering naar de neerkijkende putto boven de hoofdingang.

In de kerk vinden we een zeldzaam voorbeeld van de Romeinse barok-rococostijl. Niet alles wat je hier ziet is even mooi, maar toch maakt het wat groezelige interieur indruk door de lichtinval en door de sfeer. Het buitensporige grondplan zonder enige rechte lijn geeft de kerk ondanks haar relatief kleine omvang, toch een majestueus aanzien. De beperkte afmetingen waren voor de decorateurs uit de zeventiende en de achttiende eeuw geen belemmering om het interieur van de vloer tot in de sierlijke koepel van ornamenten te voorzien.

Het voorste gedeelte van het schip is ellipsvormig met langs beide zijden twee kapellen waarvan de altaren schuin staan opgesteld. Kijk even van het hoogaltaar richting ingang, dit heeft wel enige charme, maar het is niet opmerkelijk mooi. De rijke versieringen van stuc, bladgoud en marmer en de fresco’s aan de koepel en het gewelf van de apsis wekken de sfeer op van een salon. Het plafond toont de ‘Opwekking van Lazarus’ uit 1732 door Michelangelo Cerruti (1666-1748), het is zijn enige werk in Rome.

Het polygone koepelplafond van het middenschip is merkwaardig. De ronde koepel boven de kruising werd in 1739 beschilderd door Etienne Parrocel (1696-1776) die werkte onder de artiestennaam Stefano Parrocel. Deze kunstenaar was afkomstig uit Avignon. Voor zover we weten is dit zijn enige werk in Rome. De beelden in de zes nissen tussen de kapellen van het schip stellen de gepersonifieerde deugden voor. Links herkennen we vooraan de Nederigheid of Humilis, in het midden de Discretie of Secreta en ten slotte de Eenvoud of Semplicità, alle drie uitgevoerd in marmer.

Rechts vinden we vooraan de Kuisheid of Verecondia, vervolgens de Trouw of Fidelis en het Berouw of Lacrymabilis met een allegorie op de biecht, alle drie uitgevoerd in stucco. De tribune van het orgel achteraan (vervaardigd in de achttiende eeuw) valt op door het vergulde hout, de beelden en de engeltjes. De mooie biechtstoelen in het schip zijn van ingelegd boomheidehout, een hoge heidestruik (erica arborea) die veel voorkomt in het Middellandse Zeegebied. Let ook op de bijzondere wijwatervaten bij de ingang, het zijn ware kunstwerkjes.

De derde kapel links heeft mooie marmeren zuilen. Het altaarstuk van deze kapel is een innemende en niet te missen ‘Christus met Maria en Sint Nicolaas van Bari’ een fraai werk uit 1694-1696 van Giovan Battista Gaulli (1639-1709), veel beter bekend als Baciccio, Il Baciccio of ook wel als Baciccia. Deze kunstschilder was afkomstig uit Genua en zijn werk werd beïnvloed door Rubens en Van Dyck. In 1657 trok hij naar Rome en werd een leerling van Bernini.

In 1669 reisde hij naar Parma en bestudeerde daar de fresco’s van Correggio. Hij keerde vervolgens terug naar Rome en zou daar tot aan zijn dood werken als één van de meest vooraanstaande frescoschilders van de stad. Tot zijn belangrijkste werken in Rome behoren onder meer de bijzonder mooie fresco’s in de Sant’Agnese in Agone (1669-1671) en de uitzonderlijke fresco’s in de Il Gesù (1672-1683) en de Santi XII Apostoli. In hun genre behoren ze tot de absolute top.

Met zijn warme kleuren, lichtbehandeling en extreme perspectivistische verkortingen, bereikt Baciccio een zeer persoonlijke, dynamische stijl die de fresco-schilderkunst van de Romeinse barok sterk zou beïnvloeden. Zijn spectaculaire, illusionistische versieringskunst wordt wellicht enkel geëvenaard door Andrea Pozzo, die onder meer het prachtige plafondfresco in de Sant’ Ignazio in Rome schilderde.

Baciccio verdient voor zijn prachtige frescowerken zonder meer een ereplaats in de kunstgeschiedenis, maar hij was tevens een begaafde portretschilder. Zo schilderde hij elk van de zeven opeenvolgende pausen van Alexander VII tot Clemens XI. In sommige van die portretten is een invloed te bespeuren van Antoon Van Dyck (1599-1641) die in 1622 en 1623 in Rome verbleef. Dat Baciccio in zijn tijd een grote naam was blijkt uit het feit dat Lodewijk XIV overwoog de Italiaan een vaste aanstelling aan zijn hof te geven.

De tweede kapel rechts, de cappella della Madonna della Salute, heeft als altaarstuk een veel aanroepen zestiende-eeuwse ‘Madonna salus Infirmorum’; het is een kopie van een ouder werk. Onder het altaar van de derde kapel rechts werden de relieken geplaatst van de voormelde San Camillo de Lellis (1550-1614) die in het naastgelegen klooster stierf. Zijn lichaam wordt bewaard in een kostbaar door twee engelen geflankeerd bronzen schrijn uit 1770.

Boven het hoogaltaar bevindt zich een ‘Biddende Magdalena’ door Michele Rocca (1671-1751). Van deze kunstenaar kennen we in Rome een heilige Cecilia in zaal 7 van de Galleria dell’Accademia di San Luca. Boven in de concha of het bolvormige gewelf bevindt zich een beschadigd fresco door Aureliano Milani (1675-1871). Dat is de man die in het museum Doria Pamphili het gewelf schilderde van de prachtige Galleria degli Specchi, namelijk de derde galerij. We kennen hem in Rome ook van enkele betere schilderijen, onder meer in de vijfde kapel rechts in de San Marcello aan de Via del Corso.

In de kapel rechts van het koor staat aan de rechterkant een vijftiende-eeuws houten beeld van Maria Magdalena. Tijdens een zware overstroming van de Tiber in 1598, dreef het toen gepolychromeerde beeld vanuit een zijkapel naar dit altaar waar het sindsdien is gebleven. Tegen de achterwand van de kapel hangt het miraculeuze en zeer vereerde kruisbeeld waarover we het al eerder hadden. De Christusfiguur maakte in 1582 zijn armen los van het kruis en zou toen gesproken hebben tot Camillo de Lellis.

Het bezoek aan de sacristie van de Santa Maria Maddalena is met haar unieke design een absolute must, ze is een van de mooiste van Rome. De ingang bevindt zich links van het hoogaltaar. Deze ruimte werd tussen 1738 en 1741 gebouwd door Gerolamo Pesci (1679–1759) en heeft iets weg van een bonbonnière of boudoir. Bekijk van nabij de zes gemarmerde kasten met gouden randen en de ‘pashokjes’ in de hoeken.

Het beschilderde gewelf uit 1739 is eveneens een werk van Pesci. Via de sacristie is links de meestal gesloten sterfkamer of cubilium van de stichter der Camilliani te bezoeken. Thans is het een kapel waar zich onder meer een kristallen reliekhouder bevindt met daarin het hart van de heilige.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 30 januari 2019. Bekijk het origineel.