Op de Caeliusheuvel, niet ver van het Colosseum, stonden aan de huidige Piazza SS. Giovanni e Paolo al in de tweede eeuw enkele Romeinse huizen die meer dan gewone belangstelling verdienen. Enkele kamers van hun gelijkvloers (onder de kerk) zijn nog bewaard en mogen terecht pronken met een aantal muurschilderingen van eind derde en begin vierde eeuw. Ze bevatten ook een kleine bidkapel van eind vierde eeuw, ingericht voor enkele martelaren naar wie de kerk en het plein tot vandaag genoemd zijn. Zij zouden het slachtoffer geweest zijn van de antichristelijke keizer Julianus de Afvallige (361-363). In het appartementsblok op deze Romeinse woonsite zou bovendien een huiskerk ingericht zijn, een hypothese die de jongste decennia evenwel voorwerp van discussie is geworden. Begin vijfde eeuw verrees boven de woonsite een christelijke basilica, opgericht door Pammachius, senator en studiegenoot van Hiëronymus (347-420).
Tijdens de middeleeuwen bleef de kerk bekend zowel met verwijzing naar Pammachius, als naar de patroonheiligen, of zelfs beiden (titulus Pammachii sanctorum Johannis et Pauli). Het was een vanzelfsprekendheid dat de heiligen daar gedood waren en begraven. Ten gevolge van de verwoesting door Robert Guiscard in 1084 was ze dringend aan restauratie toe. Enkele kardinalen en pausen deden een ernstige inspanning om de kerk weer aanzien te geven. De basilica en omgeving kregen een uitzicht waarmee we vandaag nog vertrouwd zijn.
Begin twaalfde eeuw wordt een nieuw klooster gebouwd op het terrein van Claudius’ tempelplatform, vlakbij de kerk. Op de zuidwesthoek van dit platform verrijst een klokkentoren (campanile), eerst verdieping één en twee, in een latere fase nog vijf (fraaiere) verdiepingen erbovenop. Men bouwt een totaal nieuwe porticus ter vervanging van de oude, aanvankelijk met één verdieping boven de zuilenrij. De acht (herbruikte) zuilen zijn van rood of grijs graniet, met Ionische en Korintische kapitelen. Op de architraaf staat een inscriptie ter ere van de kardinaal die het werk voltooide (…Johannes hec animi voto dona vovendo dedit martiribus Christi…).
Paus Honorius III (1216-1227) verdient bij naam te worden genoemd. Hij zette op de voorhal nog een tweede verdieping. Aan hem danken we de gracieuze dwerggalerij buiten aan de apsis (de vier vensters werden dichtgemaakt en hun bovenste bogen afgesneden). Hij legde de cosmatenvloer aan in de porticus en een vloer in opus vermiculatum (figuren in kleine dicht bij elkaar gelegde mozaïeksteentjes) in de kerk, waarvan nu nog stukken zichtbaar zijn.
De vloer van de oude basilica, in wit marmeren tegels, bevond zich zestig centimeter lager. De bogen die de straat links van de kerk overspannen zijn hoofdzakelijk van de dertiende eeuw. Binnen werd de vijfde en negende zuil van elke rij omsloten door T-vormige pijlers. Zij moesten in de kerk twee dwarsbogen dragen. Aan de zuidkant, boven de zijbeuk langs de Clivo di Scauro, verstevigen twee steunmuren deze constructie. Vanuit de linkerzijbeuk kan je via een trap in een onderliggende ruimte komen (D3), met name een deel van de portiek van de Case Romane langs de Clivo di Scauro. Hier werd reeds in de achtste eeuw een oratorium ondergebracht.
De wanden bevatten schilderingen handelend over het lijdensverhaal, w.o. de kruisiging van Christus (in een blauwe tunica) geflankeerd door Maria en Johannes (de apostel). De fresco met Christus tussen de heilige Gabriël en Michaël en de martelaren Johannes en Paulus dateert van de 12e eeuw. Deze is overgebracht naar het antiquarium (museum) onder de kerk, te bereiken langs de Clivo di Scauro in de Case Romane.
Uit 1255 is nog een fresco aanwezig in de sacramentskapel links vooraan in de kerk: Christus met zes apostelen. Als je de sacristie binnen geraakt vind je een Madonna-met-kind samen met de martelaren Johannes en Paulus, Hiëronymus (met leeuw) en Johannes de Doper (1455). De zoldering werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw verlaagd.
Toen de latere paus Adrianus VI kardinaal was (1517-1522), kreeg hij SS. Giovanni e Paolo als titelkerk. Hij droeg de titel vervolgens over aan Willem van Enckenvoirt, zijn rechterhand in Rome en de enige kardinaal die hij gecrëeerd heeft. Begin achttiende eeuw (1715-1718) vormen kardinaal Paolucci en architect Canevari het interieur van de kerk helemaal om in barokstijl. Van Pammachius’ kerk van eerste helft van de vijfde eeuw zijn nog enkel acht zuilen te zien van donkergrijs graniet, de anderen zitten in grote en heel grote pilasters. In deze tijd vernieuwt men de vloer en het altaar en worden de vier rechthoekige vensters gestoken. De zijbeuken worden verdeeld in kapellen en krijgen een overwelving.
In de apsis zijn drie taferelen te zien die momenten uit het martelarenverhaal van Johannes en Paulus voorstellen: de marteldood van Johannes en Paulus (midden) op bevel van keizer Julianus de Afvallige (361-363), Johannes en Paulus delen aalmoezen uit aan de armen (links), Terentianus’ zoon, door de duivel bezeten, geneest bij zijn bezoek aan de kerk. Ten gevolge daarvan bekeert zich de legeroverste Terentianus (rechts). Zij zijn aangebracht in 1726. In 1911 heeft men nog de effen witte muren beschilderd met marmerimitatie, misschien geen al te gelukkige ingreep.
Vanuit de rechterzijbeuk stap je in een kruisvormige kapel door de paters Passionisten in de jaren 1857-1860 gebouwd voor de relieken van hun stichter Sint-Paulus van het Kruis. Een deel van de oude Clivo di Scauro (Via San Paolo della Croce) is naar hem genoemd. In 1773 had paus Clemens XIV het klooster naast de kerk aan hen toevertrouwd. Deze paus had de orde van de jezuïeten opgeheven. De koepel-met-lantaarn staat op een hoge trommel. Samen met de campanile bepaalt deze “toren” de skyline van de Caeliusheuvel zoals in de oudheid de tempel van keizer Claudius deed. De Passionisten hebben zijn plaats nu ingenomen. De basilica functioneert niet meer als parochiekerk maar is een geliefkoosde plek voor kerkelijke huwelijken.
Rechts vooraan in de middenbeuk staat op de vloer een inscriptie (zestiende eeuw) aan de patroonheiligen gewijd: LOCUS MARTYRII SS. IANNIS ET PAULI IN AEDIBUS PROPRIIS. Elk jaar op hun feestdag, 26 juni, worden er bloemen gelegd. Wat verder kan men door een stukje glazen bevloering de confessio zien waaronder zij misschien begraven werden. In 1887 en 1913 ondernamen de Passionisten opgravingen onder de kerk, op zoek naar de graven van de heilige Johannes en Paulus. Zij waren overtuigd dat zij de graven van de martelaren gevonden hadden. Het geloof in het verhaal van hun martelaarschap kwam weer helemaal tot leven. En de vele discussies daaromtrent ook.
De jongste belangrijke restauraties gebeurden van 1948 tot 1952 op initiatief van monseigneur Spellman, aartsbisschop van New York, titulair bisschop van deze kerk van 1946 tot 1967. Hij wou de kerk, althans aan de buitenzijde, zoveel mogelijk laten zien in haar staat van oudchristelijke basilica. Daarom haalde men aan de voorzijde van de kerk de bovenverdiepingen weg zodat de bovenste arcades van de oude basilica weer zichtbaar werden. Er staat nu de bovenbouw met één verdieping zoals het in de oudheid en de middeleeuwen even geweest is. Het zal voor jaren het beeld van de basiliek van de Santi Giovanni e Paolo bepalen voor wie, na tien minuten stappen vanaf het Colosseum, het gelijknamige plein betreedt.
LECTUUR BIJ DEZE REEKS
Algemeen
- Amanda Claridge, Rome. An Oxford Classical Guide, New York, Oxford University Press, 1998, 304-317.
- Filippo Coarelli, Rome and environs. An archeological guide, Berkeley-Los Angeles-London, California University Press, 2007, 212-224.
- Sible de Blaauw, Cultus en decor. Liturgie en architectuur in laatantiek en middeleeuws Rome, Delft, Eburon, 22007, 1-45.
- Giovanna di Giacomo, Le case Romane sotto la basilica dei SS. Giovanni e Paolo al Celio, Roma, 2007.
- Maxim Invernizzi, Tolerant of puriteins? Keizer Julianus en de christenen, RUG, 2010-2011, 37-94.
- Peter Lampe, Christians at Rome in the first two centuries, London, T&T Clark International, 2003, 359-367.
- Hans Teitler, Julianus de Afvallige, Amsterdam, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2009.
Een huiskerk in de Case Romane
- Gioacchino De Sanctis, I Santi Giovanni e Paolo, Martiri Celimontani, PP. Passionisti, Roma, 1962.
- Richard Krautheimer, Corpus basilicarum christianarum Romae, I,4, Vatican City, 1948, 265-303.
- Georgina Masson, Agon gids voor Rome, Amsterdam, Agon, 1988, 291-293.
- Arnold Provoost, Jan Vaes, Johnny Pelsmaekers, De materiële cultuur van de eerste christenen, Leuven, Acco, 1983, 199-202.
- Arnold Provoost, Ontstaan van het vroege christendom en de verdere evolutie ervan in het westen. Een archeologische kijk op de vroegchristelijke maatschappij, kunst en beeldtaal, KUL, 2005.
Een reliekschrijn in de Case Romane
- Hugo Brandenburg, Ancient Churches of Rome from the fourth to the seventh century, Turnhout, Brepols, 2005, 156-162.
- Beat Brenk, Microstoria sotta la chiesa dei SS. Giovanni e Paolo: la christianizzazione di una casa privata, in Revista dell’ Istituto Nazionale d’Archeologia e Storia dell’ Arte, Ser. III, XVIII, 1995, 169-205.
- Kate Cooper and Julia Hillner, Religion, Dynasty, and Patronage in Early Christian Rome, 300-900, Cambridge, University Press, 2007.
Basilica Santi Giovanni e Paolo
- Richard Krautheimer, Corpus basilicarum christianarum Romae, I,4, Vaticaan, 1948,297-300.
- www.romasegreta.it/celio/ss-giovanni-e-paolo.html
www.simmetria.org
Veel dank aan Els Hendrickx, clublid, en Herman de Kuyffer voor het nalezen van de teksten en de vele nuttige opmerkingen.
Dit is een bijdrage van clublid Toon Verhelst. Dit is deel V en het slot van een uitgebreide bijdrage over de Case Romane en de basilica Santi Giovanni e Paolo.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 april 2018. Bekijk het origineel.

