De waterput van Aesculapius in de Basilica San Bartolomeo all’ Isola

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Er is nog wel meer te vertellen over het Tibereiland in Rome, maar dit is voorlopig onze laatste bijdrage over dit onderwerp. Gisteren las je over het ontstaan van de Basilica San Bartolomeo all’Isola, vandaag stappen we hier even binnen, met vooral aandacht voor de mysterieuze waterput in de kerk, wellicht de bron van Aesculapius.

Het interieur van de basilica lijkt bij een eerste blik wat somber, de kapellen geven een ietwat rommelige indruk. De zuilen zijn antiek, ze behoorden wellicht tot de tempel van Aesculapius of tot één van de andere tempels die in de oudheid op deze plaats gebouwd werden. Slechts twee zuilen, de derde links en rechts, hebben hun prachtige antieke basis behouden. Het is hoe dan ook andermaal een fraai staaltje van materiaalrecuperatie uit de oudheid.

De minder aantrekkelijke stucco-kapitelen werden tijdens de zeventiende eeuw toegevoegd. De fresco’s en schilderijen zijn van kleine meesters uit de zeventiende en de negentiende eeuw, sommigen raakten zwaar beschadigd door de talrijke overstromingen die zoals je de voorbije dagen kon lezen, in de loop der tijd enorme vernielingen hebben aangericht.

In het midden van de monumentale trap naar het koor, op de tweede trede, is het bovenstuk te zien van een diepe waterput. Hij is interessant omdat hij boven een schacht staat die 12 m diep is en wellicht overeenstemt met de genezende bron in de vroegere tempel van Aesculapius.

Dat is niet met zekerheid geweten, maar een dergelijke bron bevindt zich ook in de Aesculapius-tempel in Agrigento op Sicilië. De Romeinse architect en ingenieur Vitruvius die een tijdgenoot was van Caesar en Augustus, vermeldt dat alle tempels van Aesculapius hun eigen fontein met stromend water moesten hebben, een verband tussen de waterput op deze plek en de originele Aesculapiusbron is dus zeker aannemelijk.

De kerk van Otto III werd wellicht zodanig gesitueerd dat de put van Aesculapius net in het midden van de toegang tot het koor kwam te liggen. De rand is diep ingesneden door het eeuwenlange wrijven van de koorden om emmers water boven te halen. De put is tegenwoordig zorgvuldig dichtgemaakt om te vermijden dat iemand op het onzalige idee zou komen erin te kruipen.

Aan het gebruik van deze waterput kwam een einde in het begin van de negentiende eeuw toen het water te vervuild was geraakt. De moeilijk leesbare inscriptie luidt ‘Os putei s(an)c(t)i circu(m)dant orbe rotantf’ of ‘heiligen staan in een kring rond de opening van de put’.

Een andere gedocumenteerde maar vandaag verdwenen inscriptie luidde: ‘Wie dorst heeft, kome naar de fontein om bij de bron een heilzame dronk te nemen’. Rondom staan vier figuren, de eerste stelt Christus voor met een kruis in de nimbus, de tweede links is de heilige Bartolomeüs die het mes van zijn terechtstelling in de hand houdt, hij werd zoals gisteren verteld levend gevild. De derde figuur rechts is de heilige Paulinus.

De vierde figuur, gericht naar het koor, is keizer Otto III. Wetende dat Otto III slechts 21 jaar werd, lijkt ons deze beeltenis niet erg waarheidsgetrouw. De keizer draagt een scepter en een kroon en heeft een schijf in de hand waarop een kerk is afgebeeld met links ervan een campanile. Ook hier klopt iets niet: de klokkentoren die zich links van de kerk verheft, dateert immers net als de overige Romeinse campaniles uit de twaalfde eeuw. Ook hebben de letters van de hiervoor geciteerde inscriptie niet meer de vroegere kracht en grootsheid die ze nog in het begin van de elfde eeuw bezaten.

Naar alle waarschijnlijkheid werd dit kleine monument dus vervaardigd in de loop van de twaalfde eeuw en behoort het zeker niet tot de oorspronkelijke kerk van Otto III. De afbeelding van Otto III werd dus vermoedelijk meer dan anderhalve eeuw na zijn dood uitgevoerd.

Het hoogaltaar bestaat uit een badkuip uit de oudheid in rood porfier, ze bevat de relieken van Bartolomeüs. De kuip komt ongetwijfeld uit één van de Romeinse thermen, maar van welk badcomplex dit exemplaar afkomstig is valt niet meer te achterhalen.

Vóór het altaar zie je nog twee kleine stukken van de cosmatenvloer die omstreeks 1100 geplaatst werd, de rest werd in de loop der eeuwen door de Tiber weggespoeld. Zoals je de voorbije dagen kon vernemen is dat niets nieuws op deze plek.

In het transept rechts hangt tegen de muren een vreemde metalen ‘korf’ met een grote schaal. We lezen ‘catino di fattura araba, utilizzato dall’ imperatore Otto III, fine Xe s. per trasportare da Benevento a Roma i resti di S. Bartolomeo. Rubato da ignoti nel gennaio 1981, è ritrovato nel maggio 1985’.

Volgens de overlevering was het in deze verpakking dat de resten van de apostel Bartolomeûs in Benevento arriveerden. In ieder geval bevonden ze zich hierin toen Otto III de overblijfselen van de apostel naar Rome bracht. De korf werd gestolen in 1981 maar teruggevonden in 1985. Het is van oorsprong een Arabisch werk dat vervaardigd werd omstreeks het jaar 1000.

Rechts van de apsis (boven de trappen) bevindt zich een kapel met naast de trappen twee leeuwen, zoals men die wel vaker in middeleeuwse kerken aantreft. De kapel zelf is zeer oud, en dateert wellicht zelfs van vóór de stichting van de kerk in 997.

Het laat-zestiende-eeuwse plafond is zwaar maar mooi. Boven het altaar bevindt zich een interessant elfde-eeuws fresco dat nog niet zolang geleden herontdekt werd. Onder het altaar van de kapel ligt het lichaam van de heilige Theodora.

In de linkermuur steekt een kanonkogel met een diameter van 14 cm, die tijdens het Franse beleg van 1849 vanaf de Janiculusheuvel werd afgevuurd. Hoewel de kogel insloeg in een op dat ogenblik volle kerk raakte als bij wonder niemand gewond. De kogel heeft men laten zitten op de plaats waar hij doel trof; er wel wel een gedenkplaat rond gebouwd die herinnert aan de gebeurtenis.

Links van de apsis bevindt zich een kapel die gewijd is aan de heiligen Adalbertus en Paulinus. Ook hier bevat de vloer nog een deel van het oorspronkelijke cosmatenwerk. De kapel werd destijds gesponsord door de houders van de vele watermolens op de Tiber die Paulinus als patroonheilige hadden gekozen. De molens zie je nog afgebeeld op twee kleine zeventiende-eeuwse fresco’s, links en rechts van het altaar en op de linker achtermuur.

Omdat deze molens erg belangrijk waren voor de voedselvoorziening van de stad werd hun aanwezigheid op de stroom toch aanvaard, hoewel ze onrechtstreeks de oorzaak waren van frequente overstromingen. De molenaars bouwden rond hun molen immers een complete constructie, nodig voor de opslag en de verwerking van het graan. Door het grote aantal molens werd de richting van de rivier beïnvloed, wat elders en in sommige omstandigheden voor overlast zorgde.

De deur rechts in deze kapel leidt naar de sacristie waar enkele trappen leiden naar een klein overgebleven deel van de originele crypte. Deze is meestal gesloten maar als je een priester of toezichthouder aantreft is deze soms weleens bereid om de deur even te openen. Een eurobiljet als bijdrage voor de parochie doet soms wonderen. Ook vanuit de kleine tuin naast de linkerkant van de kerk kan je soms de crypte bereiken, maar ook deze is niet altijd toegankelijk.

Merkwaardig zijn de kapitelen in de vorm van arenden, het keizerlijke embleem van Otto III. In de rechter zijbeuk bevat de tweede kapel (gezien vanaf de hoofdingang) op het altaar het missaal van de op 24 maart 1980 vermoorde kardinaal Romero van San Salvador. Gevolg gevend aan de wens van paus Johannes-Paulus II werd de San Bartolomeo all’ Isola zoals eerder verteld een memoriaal voor de christelijke martelaren van de twintigste eeuw.

Ten slotte kunnen we nog vermelden dat zich in de (meestal niet te bezoeken) kleine kloostertuin nog enkele resten bevinden van de tempel van Aesculapius. Al kan het evengoed een andere Romeinse tempel zijn, dat valt niet meer te achterhalen. Bijna twintig jaar geleden werd in de fundamenten van die oorspronkelijke kerk een gedeelte van de nog steeds indrukwekkende tempelmuren blootgelegd die dateren uit ongeveer 290 v. Chr. Om welke tempel het juist gaat is nog altijd niet met zekerheid geweten.

Volgens het verhaal bevond zich hier oorspronkelijk de tempel van Aesculapius, maar zoals eerder verteld werden nadien op dezelfde plek ook nog andere heiligdommen ingericht, gewijd aan Jupiter Jurarius, Semo Sancus Dius Fidius, Gaia, Faunus, Vejovis, Tiberinus en Bellona. Archeologisch onderzoek is hier overigens niet gemakkelijk omdat de diep ondergronds gelegen ruimte bij de minste stijging van de rivier onder water stroomt.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 september 2017. Bekijk het origineel.