Drie parken willen samen nieuwe toeristische strategie ontwikkelen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Zoomarine, Bioparco di Rome en de Cittxe0 della Scienza in Napels lokken samen jaarlijks 2 miljoen bezoekers. Deze drie parken zijn allemaal intensief bezig met natuurbehoud of het economische herstel van de Tyrrheense Zee. Ze gaan nu samenwerken om een gemeenschappelijke strategie te ontwikkelen inzake onderzoek en onderwijs maar ook voor de verdere ontwikkeling van het toerisme. Op korte termijn wil men er gezamenlijk minstens 200.000 bezoekers bij. Het strategisch partnerschap moet resulteren in een aantal samenwerkingsprojecten. In een eerste fase wordt hiervoor een investeringsbedrag van 180 miljoen euro vrijgemaakt.

De drie parken doen het overigens alles behalve slecht. Nu al weten ze jaarlijks zowat 2 miljoen bezoekers te bekoren en samen tellen ze ruim 1.000 medewerkers. Er zal ook in de toekomst volop worden ingezet op groei en werkgelegenheid. Volgens Aurelio Latella de directeur-generaal van Zoomarine is het concept ‘toerisme’ vandaag veel veranderd. De uitdaging ligt niet alleen in de uitbouw en het in stand houden van de parken maar in het verhogen van de beleveniswaarde van de bezoekers. Dankzij allerlei online mogelijkheden en nieuwe technlogiexebn is het nu ook mogelijk om dat effectief te realiseren. Luigi Amodio, voorzitter van de Cittxe0 della Scienza van Napels benadrukt vooral het belang om te investeren in kennis. Paolo Giuntarelli, voorzitter van Bioparco di Roma, stelt dat de samenwerking tussen zijn instituut en Zoomarine erg belangrijk is, zowel op het vlak van marketing als op wetenschappelijk en cultureel terrein.

De dierentuin van Rome heeft zijn ontstaan te danken aan Carl Hagenbeck, een Duitser die in 1908 in Rome arriveerde. Hij had in zijn land ervaring opgedaan met de ontwikkeling van de Zoologischer Garten van Hamburg. De Romeinse Giardino Zoologico zou in dezelfde stijl worden ontworpen: brede groene ruimtes en brede waterkanalen in plaats van de klassieke kooien en afsluitingen om de dieren op een veilige afstand te houden. Als locatie werd aanvankelijk gekozen voor een gebied van 12 ha in het noorden van Villa Borghese. Vandaag is het park al 17 ha groot. De Bioparco – Giardino Zoologico di Roma is één van de oudste dierentuinen in Europa en is de voorbije honderd jaar enorm gexebvolueerd.

Vandaag is Bioparco veel meer dan alleen maar een dierentuin. Nochtans is het ooit anders geweest. De aanvankelijke bedoeling was louter amusement, met een klassieke collectie wilde dieren, als attractie voor de bezoekers. Gaandeweg wijzigde het concept van het dierenpark en vandaag is de Bioparco Roma actief betrokken bij allerlei natuurkundige experimenten en wetenschappelijke onderzoeken. De dierentuin bevindt zich in het noordelijke gedeelte van de Villa Borghese. De officixeble opening had plaats op 5 januari 1911 en gebeurde door burgemeester Nathan.

De dierentuin is zoals gezegd volledig gebouwd op initiatief van Carl Hagenbeck, die zijn carrixe8re was begonnen als een nogal fanatieke dierenhandelaar. De architectuur was van Lehmann en Eggenschwiller. Hagenbeck had samen met enkele anderen een paar jaar eerder vorm gegeven aan de zoo van Hamburg, die gebouwd was volgens een voor die tijd volledig nieuw concept, waarbij de dieren niet meer louter werden tentoongesteld in klassieke kooien. In die tijd werd een dierentuin beschouwd als een soort levend museum en van de tentoongestelde dieren was het voor veel mensen eigenlijk alleen maar belangrijk om te weten of ze eetbaar waren. Daarbij ontbrak ook elke commercixeble strategie. Veel verstand van dieren had Hagenbeck niet.

Zo ontwierp hij een ijsberenverblijf, waar meteen maar allerlei soorten pooldieren bij elkaar werden gezet, gaande van zeeleeuwen tot zeehonden en waar je het kon meemaken dat pinguxefns van de Zuidpool naast ijsberen van de Noordpool moesten leven. Er werd geen enkele poging gedaan om dieren uit dezelfde wereldstreek naast elkaar te plaatsen of het publiek zelfs maar te informeren van waar de dieren precies afkomstig waren. Maar veel beter dan Hamburg leende het warmere Rome zich voor het idee zoals Hagenbeck dat voor ogen had: fraaie decors en panorama’s, met een spannende tropicale beplanting die de meeste dierenverblijven en gebouwen konden verbergen, de greppels, sloten en schaarse hekken zo goed als onzichtbaar maakten, zodat het publiek de dieren in een “echte” natuurlijke omgeving konden bekijken. Bovendien kreeg hij daarvoor een oppervlakte van 12 hectare ter beschikking.

Dat bleek een voltreffer. Hagenbeck lukte in zijn opzet en de Romeinse zoo groeide in korte tijd uit een van de belangrijkste in Europa en wist in aanpak, stijl en schoonheid moeiteloos de in die tijd belangrijke dierentuinen, waaronder deze van Berlijn en Parijs te overklassen. Na de eerste, erg succesvolle jaren, bleek al gauw dat het concept weliswaar wel mooi, maar niet blijvend was. Bezoekers wilden regelmatig nieuwe dieren en decors zien en bleven thuis toen vernieuwingen uitbleven. Dat bleek ook onbetaalbaar. De dierentuin begon zich dan ook al gauw toe te leggen op een beperking van de collectie maar schonk gaandeweg meer aandacht aan de zeldzaamheid van de soorten, dieren die je zelfs in het wild slechts met moeite te zien krijgt.

Dat sloeg opnieuw aan en het dierenverblijf werd vanaf 1926 verschillende keren uitgebreid. Ook werd beslist de beschikbare oppervlakte met 5 hectare te vergroten. In 1933 mocht architect Raffaele De Vico aan de slag met het nieuwe gebied dat twee jaar later werd geopend, met als blikvangers een enorme vogelkooi en een reptielcentrum. De nieuwe hoofdingang van de dierentuin werd ontworpen door Armando Brasini.

De Romeinse dierentuin won snel aan populariteit maar de tweede wereldoorlog bleek nefast voor het beheer van de zoo en ook het aantal bezoekers daalde fors. Na de oorlog werd duidelijk dat dat veel onderdelen van de dierentuin vanaf nul moesten worden heropgebouwd. Een forse herstructurering was nodig en de gevolgen zouden zich tot vele jaren later laten voelen. Zo moest in 1970 het reptielencentrum de deuren sluiten, al was dat ook omdat de overheid inmiddels nieuwe regels had opgelegd voor het houden van reptielen. De ombouw duurde negen jaar en pas in 1983 opende de nieuwe structuur.

In 1994 groeide het idee om de Romeinse Bioparco ingrijpend te transformeren. Door het aanhoudende verlies, het gebrek aan financixeble middelen, de matige steun van de overheid en het dalende aantal bezoekers leek de zoo ten dode opgeschreven indien er niet werd ingegrepen. In 1997 presenteerde de Stichting Gilman de structuur en de richtlijnen voor de uitbouw van Bioparco. In april 1998 werd de vennootschap Bioparco SpA opgericht, met de stad Rome als voornaamste aandeelhouder (51%) en als andere voornaamste vennoten de Costa Edutaiment SpA (39%) en de Cecchi Gori Holding Ltd. (10%). Zij gingen uit van een eenvoudige statistische berekening: wereldwijd bezoeken jaarlijks ongeveer 600 miljoen mensen een dierentuin, waarvan 100 miljoen in Europa. Mits een goed uitgebouwde infrastructuur, die zou gebruikt kunnen worden om de mensen bewust te maken van de milieuproblematiek en het belang van natuurbehoud en tegelijk het grote publiek kan informeren over diverse aspecten van de natuurkunde, zou dat moeten lukken. Het directe, emotionele contact met de dieren zou die materie voor de bezoekers wat spannender moeten maken.

De aanpak lukte. De Romeinse Bioparco werd voor het eerst uitgebouwd als een echt bedrijf. De dierentuin kreeg een nieuwe directie, er kwam nieuw personeel, waaronder wetenschappers, biologen en een dierenarts. Het doel was niet meer louter vermaak, maar wetenschappelijk-cultureel. Er werd een professionele public relations-dienst uit de grond gestampt die de communicatie met het grote publiek moest verzorgen en zich vooral zou richten op jonge bezoekers en scholen. Samen daarmee werd ook een afdeling verkoop en marketing opgericht, evenals een technische afdeling die meteen de praktische haalbaarheid en kostprijs kon evalueren van de nieuwe ideexebn die uit de hoofden van de marketingploeg kwamen.

Vandaag is Bioparco di Roma een begrip geworden. De moderne dierentuin is nu een bedrijf dat als het ware werkt volgens de hoogste industrixeble normen. Het is een zoo die met educatie en wetenschap bezig is en die stukje bij beetje moderniseert. Dat wil zeggen, minder diersoorten, meer dieren van één soort in grotere verblijven en, in het geval van het Zuid-Amerikaans faunagebied, met een mix van dieren afkomstig uit dezelfde wereldstreek. Bioparco krijgt de steun van diverse instanties voor onderzoek en natuurbehoud. Het bedrijf levert een waardevolle bijdrage aan de bescherming en het behoud van diersoorten die dreigen uit te sterven, niet alleen door middel van onderzoeksprojecten en instandhoudingprogramma’s, maar ook en vooral, door middel van het informeren van de bezoekers. Voorts worden regelmatig congressen en seminaries georganiseerd waar de meest actuele informatie en onderzoeksresultaten worden doorgespeeld aan collega’s uit de hele wereld.

Bioparco – Giardino Zoologico di Roma herbergt momenteel zo’n 230 verschillende diersoorten (in totaal ruim 1.200 dieren), waaronder reptielen, vogels, zoogdieren en amfibiexebn, wat de bezoekers en wetenschappers een uitstekende mogelijkheid geeft om deze dieren te bestuderen. De diverse onderzoekprojecten hebben als doel kennis uit te wisselen met andere dierentuinen, de welvaart van de dieren in Bioparco te verbeteren en om de wilde dieren, die veelal met uitsterven worden bedreigd, te beschermen. Het onderzoek is noodzakelijk om de natuurlijke leefomgeving van de verschillende diersoorten zoveel mogelijk na te bootsen, zodat de dieren zich zoveel mogelijk thuis voelen en natuurlijk gedragen. De Romeinse dierentuin is de voorbije jaren dus volledig getransformeerd van louter vermakelijkheid tot een wetenschappelijk, educatief en cultureel centrum, met als grootste doel dieren te beschermen in hun oorspronkelijke, natuurlijke omgeving.

www.bioparco.it

Il Bioparco, il Giardino Zoologico di Roma, Viale del Giardino Zoologico 20

www.zoomarine.it

Zoomarine, Via Zara snc, Torvaianica (Pomezia), Roma

www.cittadellascienza.it

Via Coroglio 104, 80124 Napoli

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 30 mei 2012. Bekijk het origineel.