Regelmatig krijgen we een vraag over de Santa Maria in Trastevere, één van de mooiste en oudste kerken van Rome. Over deze kerk, de geschiedenis ervan en de vele bezienswaardigheden in het gebouw, valt echter zoveel te vertellen dat vijftien opeenvolgende artikels wellicht niet voldoende zouden zijn. Dat zou wat teveel van het goede zijn. Daarom brengen we de komende weken, in verschillende afleveringen, nu en dan een bijdrage over een aantal opmerkelijke aspecten of bijzondere bezienswaardigheden van deze kerk. Vandaag deel II.
De gerestaureerde gevelmozaïeken van de Santa Maria in Trastevere
Zoals je in de vorige bijdrage over de Santa Maria in Trastevere kon lezen, werd de voorgevel van de basiliek ruim drie jaar geleden gerestaureerd. Vandaag bekijken we die gevel eens wat grondiger.
De gevel met timpaan (het driehoekige gevelveld tussen de kroonlijst en de schuin oplopende daklijsten van een gebouw) heeft drie vensters met erboven een mozaïek dat toegeschreven wordt aan Pietro Cavallini (actief in de periode 1273-1308), al denken sommigen dat het kunstwerk ook in een iets latere periode zou kunnen gemaakt zijn.
Het toont de ’Madonna met Kind’ geflankeerd door vijf vrouwen aan iedere kant en links en rechts van Maria, Callistus en een kanunnik die men identificeert als een in het begin van de veertiende eeuw gestorven kanunnik van de kerk.
De voedende borst van de Madonna is als een puntig melkflesje. Twee weduwen rechts van Maria dragen een gedoofde fakkel, de vrouwen met een brandend vlammetje stellen maagden voor.

De sterk vooruitstekende kroonlijst op de gevel is wellicht een toevoegsel uit de dertiende eeuw, zoals nog andere soortgelijke kroonlijsten in Rome.
Mooie voorbeelden hiervan zijn de Sant’ Agostino en de Santa Maria in Aracoeli. Ten tijde van paus Pius IX (1846-1878) werden de nu deels vergane schilderingen op de gevel aangebracht.

De romaanse campanile uit de twaalfde eeuw heeft op de bovenste verdieping een klein, fraai mozaïek dat natuurlijk ook de ‘Madonna en Kind’ voorstelt.
De klok op het dak is naar verluidt erg oud, al vinden we in onze documentatie geen jaartal terug. Wie het weet mag het ons altijd vertellen.
De buitenkant van de campanile, die gevormd werd door zeer vlakke, met kleine bogen verbonden lisenen, doet denken aan de Lombardische stijlperiode.
Lisenen zijn verticale, iets uit de muur springende stroken zonder voetstuk of bekroning. Ze hebben een louter decoratieve functie: door het gebruik van lisenen wordt een muur in vlakken verdeeld.
De porticus waarvan de colonnades door een architraaf verbonden worden, werd in 1702 toegevoegd door Carlo Fontana.
De beelden op de balustrade werden tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw geplaatst. In de porticus bevinden zich lapidaria die tijdens opgravingen aan het licht zijn gekomen.

Naast grafstenen zien we ook onderaan, tegen de gevelmuur, de resten van de negende-eeuwse schola cantorum die door paus Gregorius IV (828-844) aan de vorige kerk geschonken werd.
Bij de twaalfde-eeuwse nieuwbouw was deze schola cantorum verloren gegaan maar ze werd in 1870 teruggevonden onder de vloer van de huidige kerk.
Let vooral ook op de sarcofaag links met de heraldische leeuw van de familie Papareschi, dit was het eerste graf van paus Innocentius II die tot deze familie behoorde.
Aan de muren van de porticus zijn ook nog talrijke inscripties bevestigd, zie bijvoorbeeld op de rechter zijmuur, uiterst rechts naar het plein toe en net boven de platen van de schola cantorum.

We lezen de vierde regel ‘annis XXXXV diebus XI sine ulla querel(a)’. Hier verklaart de Romein Marcus Occeius vijfenveertig jaar en elf dagen getrouwd te zijn geweest zonder ooit ruzie (‘querel’ op de plaat) te hebben gemaakt met zijn vrouw.
Dat zou ook vandaag nog een hele prestatie zijn die een inscriptie waard is. Let ook op de twee vijftiende-eeuwse fresco’s, op de linker korte zijde en links van de hoofdingang waarop de Annunciatie afgebeeld staat.
Toen op 15 juli 1823 de Sint-Paulus buiten de Muren door brand verwoest werd, nam tijdens het Heilig Jaar 1825 de Santa Maria in Trastevere de taak over als patriarchale basiliek en werd zo één van de vier basilieken met een Porta Sancta, een heilige poort, en één van de traditionele bedevaartskerken.
Naast de voormelde San Paolo fuori le Mura, zijn dat de Santa Maria Maggiore, de San Giovanni in Laterano, de San Pietro, de San Lorenzo fuori le Mura, de Santa Croce en de San Sebastiano fuori le Mura. Wie ze allemaal bezocht kon rekenen op een volle aflaat.
Het inschakelen van de Santa Maria in Trastevere als ‘reserve-pelgrimskerk’ was overigens al een paar keer eerder gebeurd, namelijk in 1625 en 1700 toen de buiten de stadsmuren gelegen San Paolo wegens politieke onrust, epidemies en overstromingen ongeschikt werd bevonden om zoveel pelgrims te ontvangen.

Bij die gelegenheden vervulde de middendeur van de Santa Maria in Trastevere de rol van Porta Sancta. Dit kan je nog steeds lezen op de deurpanelen.
Let ook op een vers uit Psalm 118:119 ‘haec est porta domini, justi intrabunt in eam’, dat zijn de woorden die de paus uitspreekt telkens hij met een hamer op de heilige poort van een van de vier basilieken slaat.
De lijsten rond de drie ingangsdeuren zijn originele antieke friezen uit de keizertijd.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 26 april 2021. Bekijk het origineel.

