Gisteren kon je lezen hoe je voortaan vijf dagen per week toegang krijgt tot Palazzo del Quirinale. Vandaag nemen we je alvast even mee voor een bezoek een dit fraaie gebouw en staan we even stil bij het ontstaan van wat vandaag de officiële residentie is van president Sergio Mattarella.
Het paleis blijft onlosmakelijk verbonden met de pausen. Omdat de buurt van het Vaticaan bekend stond als een plek waar vaak malaria heerste, besloot de zeventigjarige paus Gregorius XIII (1572-1585) in 1573 op de Quirinaal-heuvel een zomerverblijf te bouwen.
De werken begonnen in 1574 onder leiding van Martino Longhi de Oudere. Deze architect realiseerde ondermeer ook Palazzo Altemps, de Santa Maria della Consolazione en de Santa Maria della Vallicella, beter bekend als de Chiesa Nuova.
Longhi stierf in 1590 en na hem zouden nog een hele reeks andere architecten een eigen inbreng aan het gebouw toevoegen. Zo zie je aan de linkerzijde van Palazzo del Quirinale een machtig bastion dat tot het ontwerp behoorde van de opvolger van Longhi, Ottaviano Mascherino (1524-1606). Die ken je wellicht als de architect van de gevel van de Santa Maria della Scala in Trastevere.
Daarna volgden Domenico Fontana en Flaminio Ponzio. In 1592 waren de werken eindelijk voltooid. Opdrachtgever Gregorius XIII was toen al zeven jaar overleden, waardoor de pas verkozen Clemens VIII Aldobrandini (1592-1605) er als eerste paus tijdens de zomer kwam wonen.
Paus Paulus V Borghese (1605-1621) maakte er in 1615 zelfs zijn vaste verblijfplaats van, zijn naam staat gebeiteld boven de hoofdingang. Deze paus gaf tevens de opdracht voor de bouw van de monumentale poort met de half liggende beelden van Petrus en Paulus erboven. Het is een ontwerp van Carlo Maderno.
Erboven bevindt zich de door Bernini getekende loggia die gebruikt werd voor de pauselijke zegeningen. In Palazzo del Quirinale stierven 22 pausen. Paus Sixtus V had de twijfelachtige eer de eerste van die reeks te zijn, dat was in 1590.
Tijdens de negentiende eeuw werden in dit paleis in de Cappella Paolina vier pausen verkozen, het waren opeenvolgend Leo XII in 1823, Pius VIII in 1829, Gregorius XVI in 1831 en Pius IX in 1846.
Het gebouw kende ook zijn drama’s. Vanuit Palazzo del Quirinale ontvoerde Napoleon Bonaparte in 1798 Pius VI (1775-1799), evenals zijn opvolger Pius VII (1800-1823) in 1809.
Toen Pius VII weigerde als hoofd van de kerkelijke staat de economische blokkade tegen Engeland toe te passen trokken achtduizend Franse soldaten Rome binnen. De paus vluchtte naar het Quirinaal. Op de avond van 17 maart 1809 veegde Napoleon (titelvoerend koning van Italië) in Wenen de kerkelijke staat van de kaart van Europa.
Pius deed hem daarop in de kerkban en enkele Franse soldaten werden in Rome vermoord. Op 7 juli drongen honderdvijftig Franse soldaten, bijgestaan door een zestigtal Romeinse medestanders het Quirinaal binnen langs een raam tegenover de Sant’ Andrea al Quirinale (rechts van het paleis). Ze trapten verscheidene deuren in maar hoefden geen geweld te gebruiken omdat de paus zijn Zwitserse wachters had opgedragen zich niet te verzetten.
De koortsige en ziekelijke Pius VII wachtte de soldaten op in groot ornaat en liet zich gewillig mee naar buiten voeren waar een rijtuig wachtte dat hem gevankelijk naar Fontainebleau bracht. Toen Napoleon de gevangen genomen paus op een bepaald ogenblik duidelijk aan het vleien was omdat hij hem nodig had, zei de paus dat hij een komediant was. Daarop ontstak Napoleon in woede, waarop de paus laconiek zei: ‘tragediante’. De paus bleef in Fontainebleau tot de val van Napoleon.
In 1848, toen Garibaldi en Mazzini aanstalten maakten om hun kortstondige Italiaanse republiek uit te roepen, zag Pius IX (1846-1878) zich genoodzaakt uit het Quirinaalpaleis te vluchten. Om zijn vlucht te camoufleren werd een privé-audiëntie geënsceneerd waarbij de Franse ambassadeur hertog d’Harcourt hardop de krant las om de indruk te wekken dat er een gesprek werd gevoerd.
Ondertussen verliet de vermomde paus ongemerkt het streng bewaakte gebouw. Toen na de gevechten op de Janiculus-heuvel in 1849 de pas gestichte republiek verdween, kwam Pius IX in 1850 niet terug naar het Quirinaal, maar verkoos hij opnieuw het Vaticaan als residentie.
In 1870 moesten de pausen het Quirinaal definitief verlaten omdat het gebouw voortaan als koninklijk paleis zou fungeren. Pius IX weigerde echter de sleutels af te geven, daarom moest de toegang tot het paleis met breekijzers worden opengebroken.
Koning Vittore Emanuele II stierf hier in 1878 kort vóór zijn tegenstander Pius IX. Nadat de Italianen zich in 1946 via een referendum vóór de republiek hadden uitgesproken, werd het Quirinaal het presidentieel paleis. Van 1962 tot 1978 hebben de opeenvolgende Italiaanse presidenten er effectief gewoond, sindsdien heeft het gebouw alleen nog een ceremoniële functie.
In het Quirinaalpaleis werd op 8 januari 1930 het huwelijk ingezegend tussen kroonprins Umberto II en de Belgische prinses Marie-José, dochter van Albert I en Elisabeth. Voor de Kerk trouwden ze in de vlakbij gelegen Sant’ Andrea al Quirinale. Umberto II regeerde zeer kort, van 9 mei tot 2 juni 1946, toen de Italiaanse republiek werd uitgeroepen en de koning vervolgens in vrijwillige ballingschap ging.
Bij een bezoek aan Palazzo del Quirinale krijg je waarschijnlijk ook de corazzieri te zien, de presidentiële garde. Het zijn boomlange en stoere kerels die minimum 1,90 m groot moeten zijn maar de meesten zijn minstens 2 m lang. Ze zijn gekleed in vuurrood-met-blauw uniformen en glimmende, met paardenstaarten versierde helmen.
Kurassiers waren destijds de zwaarst bewapende cavaleriesoldaten te paard die een borstharnas droegen dat een kuras heette. Daar komt de naam kurassier vandaan. Kurassiers waren op het slagveld de zwaarste eenheid, in taak en impact vergelijkbaar met de huidige tankdivisies.
De weidse binnenplaats met klokkentoren is mooi. Links van de nationale driekleur hangt, indien de president aanwezig is, de presidentiële vlag. Is een vreemd staatshoofd op bezoek, dat verhuist de presidentiële vlag naar het midden, net onder de driekleur. Let op het uurwerk, met slechts zes indelingen en één wijzer. Het vergt enige tijd om hier het juiste uur af te lezen.
Het bezoek aan het interieur is eveneens interessant. Er bevinden zich heel wat werken van grote meesters, prachtige meubelen, oude Romeinse mozaïeken en keramieken vazen. De salons zijn overdadig versierd, maar vooral de doorkijkjes naar de binnentuinen zijn prachtig. De statietrap is versierd met het prachtige fresco met ‘Christus tussen de engelen’ door Melozzo da Forli, ooit sierde het deels de apsis van de Santi Apostoli.
Bovenaan de trap bevindt zich de Sala Regia (uit 1616 van Carlo Maderno) met een mooie fries, uitgevoerd door Lanfranco en Saraceni. De Galleria di Alessandro VII werd in 1657 versierd door een aantal toppers van de Romeinse schilderkunst onder leiding van da Cortona.
Het onderhoud van dit gigantische paleis kostte in 2006 viermaal meer dan het onderhoud van Buckingham Palace. Sinds dat bekend werd probeert de presidentiële hofhouding te besparen.
Links van het Quirinaalpaleis ligt een groot trappencomplex dat naar de Via della Dataria leidt, genoemd naar een pauselijk kantoor dat zich hier bevond. Toen de tragische Pius IX (1846-1878) al enkele jaren aan het bewind was, naderde men Piazza del Quirinale van deze kant nog altijd langs een onverhard, door brokken tufsteen en weelderige vegetatie omzoomd pad dat bijzonder schilderachtig contrasteerde met de omgeving.
Ondanks dit ‘poëtisch’ gegeven moest er dus een weg komen en daarmee werd Virginio Vespignani (1808-1882) belast. Pius IX was absoluut niet tevreden met het eindresultaat en toen bleek dat de kosten waren opgelopen tot liefst 350.000 scudi, vroeg de zwaar ontgoochelde paus aan de architect hoeveel het zou kosten om het terrein in zijn oorspronkelijke staat te herstellen…
Vespignani was nochtans niet de minste. Hij hielp onder meer mee aan de restauratie en herbouw van de buitengevel van Porta Pia (1868) en het herstel van de Santa Maria Maggiore en de San Lorenzo buiten de Muren.In 1869 werd hij de belangrijkste architect van de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren.
Hij was hoogleraar architectuur aan de Academie van Sint-Lukas en bracht het zelfs tot president van die instelling. Hij tekende tevens mee het ontwerp uit van de begraafplaats Campo Verano in Rome.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 16 juni 2015. Bekijk het origineel.

