Een kijkje op Piazza di Santa Maria in Trastevere

piazza santa maria 1

De voorbije maanden hebben we de basilica di Santa Maria in Trastevere uitgebreid verkend. Recent maakten we eveneens kennis met de mooie fontein van Carlo Fontana op Piazza di Santa Maria in Trastevere, het plein vóór de basiliek. Vandaag kijken we nog even rond op dit kleine pleintje, waar toch ook nog wel wat anders te zien is.

Het grote gebouw links op het plein (nr. 24) als je met je gezicht naar de basiliek staat, is het zeventiende-eeuwse extra-territoriaal Palazzo di San Callisto, genaamd naar paus Callixtus (of Callisto in het Italiaans). Hij was paus van 217 tot 222 de vijftiende opvolger van Petrus.

Onder het palazzo werden, acht meter onder het straatniveau, resten teruggevonden van het huis van Callixtus, destijds een ecclesia domestica. Andere bronnen melden dat Calixtus hier niet woonde, maar er enkel gevangen werd gehouden en de marteldood stierf.

Het palazzo is in de veertiende eeuw gebouwd als residentie van de titulaire kardinalen van de basiliek. Het werd in de vijftiende eeuw gerenoveerd door paus Eugenius IV (Gabriele Condulmer, pontificaat 1431-1447), en vervolgens in de tweede helft van de zestiende eeuw door kardinaal Giovanni Morone (1509-1580) uitgebreid door enkele aangrenzende huizen erin op te nemen.

In 1608 schonk paus Paulus V (Camillo Borghese, pontificaat 1605-1621) het aan de Benedictijnen als compensatie voor het klooster dat zij op de Quirinalis-heuvel hadden en dat de paus toen wilde afbreken om er de pauselijke zomerresidentie (nu het Palazzo del Quirinale of het presidentieel paleis) uit te breiden.

Het gebouw kreeg toen de naam Palazzo di San Callisto, verwijzende naar de aangrenzende kleine kerk San Callisto. Het werd in 1854 gerestaureerd door paus Pius IX (Giovanni Mastai Ferretti, de man met het langste pontificaat uit de geschiedenis, 1846-1878).

Door het Verdrag van Lateranen (1929) tussen Mussolini en Pius XI (Achille Ratti, pontificaat 1922-1939), werden het klooster en de aanpalende grote tuin extraterritoriaal bezit van de Heilige Stoel.

Tegenwoordig herbergt het palazzo onder andere de ‘Dicasterie voor Leken, Familie en Leven’, het ministerie van de Romeinse Curie waarvan de Belgische kardinaal Jozef De Kesel lid is sinds 23 december 2017.

piazza_santa_maria (2)

Het palazzo bestaat uit vier gebouwen rondom een binnenplaats, waarin een standbeeld staat van Pius XI. De drie verdiepingen tellende voorgevel domineert de Piazza di Santa Maria in Trastevere. In 1990 werd het op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.

Rechts van de basiliek staat het Casa dei canonici, het huis van de kanunniken van de Santa Maria in Trastevere, gebouwd door paus Gregorius IV in 828 voor de kanunniken van de kerk.

In het pand bevond zich, zoals blijkt uit de talrijke sarcofagen die tijdens opgravingen zijn ontdekt, ook een begraafplaats.

Het gebouw heeft in de loop van de eeuwen talrijke veranderingen ondergaan en werd in de achttiende eeuw volledig gerenoveerd.

Op het timpaan boven de achttiende-eeuws ingangspoort lezen we de inscriptie “FONS OLEI”, verwijzend naar de ‘oliebron’ van de basiliek, het wonderlijke fenomeen dat in de oudheid zou zijn waargenomen en waarmee we al eerder kennismaakten.

piazza_santa_maria (4)

Op de hoek van het plein met Piazza di San Callisto vinden we het Palazzo Cavalieri Ossoli, ook gekend onder de naam Palazzo Leopardi. Het werd gebouwd in de zestiende eeuw door de familie Velli. In 1584 werd het, vermoedelijk via overerving, eigendom van de Cavalieri, een familie die verwant was aan de Velli.

Het was een tijdlang de woning van Emilio de’ Cavalieri (1550-1602). Hij componeerde hier spirituele muziek en theatermuziek. Belangrijk was zijn eerste opera ‘Rappresentazione di Anima e di Corpo’ die voor het eerst in Rome werd opgevoerd in februari 1600 en een decennium vooruitliep op het latere oratorium.

piazza_santa_maria (5)

Dit muziektheaterwerk vertoont zowel kenmerken van een oratorium als van een opera en wordt in beide genres weleens als de allereerste bewaard gebleven compositie beschouwd.

Halfweg de zeventiende eeuw ging het palazzo over naar de familie Sciarra, en nog later naar de Ossoli. In 1763 werd het de verblijfplaats van jezuïeten die uit Portugal waren verdreven.

Onder de Napoleontische bezetting van Rome (1799) moesten alle vreemde religieuzen de stad verlaten. Het gebouw werd toen gekocht door graaf Monaldo Leopardi, vader van de befaamde dichter en filosoof Giacomo Leopardi (1798-1837).

Giacomo Leopardi heeft enkele maanden in dit palazzo doorgebracht. Als dichter wordt hij in één adem genoemd met Dante, Petrarca en Tasso. Nietzsche (1844-1900) noemde hem ‘een van de grootmeesters van het proza’.

Leopardi was zwaar gehandicapt en gebocheld. Zijn leven was een onafgebroken gevecht tegen frustratie en pijn. Toch is zijn oeuvre verbluffend, zowel in aard als in aantal. Naast het vertalen van klassieken, schreef hij ook ontelbare filologische commentaren en kritische teksten.

Leopardi hield niet van Rome waar hij als volwassene slechts vijf maanden verbleef. Hij noemde de stad een ‘literaire en morele mestvaalt, een in zichzelf gekeerde stad, arm aan geestelijk leven en vol walgelijke vrouwen’. Hij was slechts 38 toen een cholera-epidemie in Napels hem uit zijn afschuwelijke lijden verloste.

In 2015 maakte Mario Martone aan biografische film over Leopardi, Il giovane favoloso, in Italië een kaskraker. De prent steunt op de novelle ‘Pèlerinage à la tombe de Leopardi’ die Anna Maria Ortese schreef in de jaren ’50 van de vorige eeuw.

piazza_santa_maria (7)

Het gebouw wisselde al snel weer van eigenaar. In 1806 kochten broeder Francesco Stracchini en monseigneur Belisario Cristaldi het palazzo van graaf Leopardi. Ze stichtten hier ‘La Pia Casa del Rifugio di Santa Maria in Trastevere’ (‘Het Vrome Huis van Toevlucht van Santa Maria in Trastevere’).

Die instelling diende om vrouwen te huisvesten die uit de gevangenis waren ontslagen nadat ze hun straf hadden uitgezeten. Sinds 1978 herbergt het gebouw een hulporganisatie die door de regio Lazio wordt beheerd.

Palazzo Pizzirani bevindt zich recht tegenover de basiliek, aan de overkant van Piazza di Santa Maria in Trastevere. Het werd gebouwd in de zeventiende eeuw op de plaats waar voordien vijf oude huizen stonden.

Het behoorde toe aan de Cesarini, maar ging in de achttiende eeuw over naar de familie Leoni, vervolgens naar de Cucurni en in de negentiende eeuw naar de Pizzirani.

Het huisvestte enige tijd het Conservatorio delle Pericolanti en stond ook bekend als het Casa di Carità, opgericht in 1786 door Francesco Cervetti. Dit instituut huisvestte een veertigtal jonge meisjes die op straat rondzwierven, om hen te beschermen tegen uitbuiting en prostitutie (‘pericolanti’ = mensen die gevaar lopen om toe te geven aan zonde of ondeugd).

piazza_santa_maria (6)

In de negentiende eeuw telde Rome 18 zogenoemde ‘conservatori’ die als doel hadden “de eerbaarheid van de meisjes te redden en hen een christelijke opvoeding te geven”.

Het palazzo heeft drie verdiepingen waarvan de bovenste in de negentiende eeuw werd toegevoegd. De grandioze ingangspoort bevindt zich in de vleugel aan de Piazza di Sant’Apollonia.

Boven deze deur is een grote adelaar afgebeeld, het heraldische symbool van de Cesarini. Aan de kant die uitkijkt op de Piazza di Santa Maria in Trastevere is de begane grond aangepast als restaurant.

Met dank aan
JOHAN VANHECKE
voor de medewerking
aan dit artikel en
voor de illustraties

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 31 maart 2022. Bekijk het origineel.