Een kus op de Ponte Milvio in Rome

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Een paartje dat elkaar eeuwige trouw belooft, moet volgens de traditie op de Ponte Milvio in Rome een hangslot aan de lantaarn bevestigen. Op die manier zijn ze volgens de legende dan voor altijd met elkaar verbonden. Raar? Misschien wel, maar tot de dag van vandaag trekken nog steeds heel wat koppeltjes naar de Milvische brug (foto’s hieronder) om er hun hangslotje te bevestigen. De Ponte Milvio is wellicht de beroemdste brug van Rome, zij het om een andere reden.

In het jaar 312 trok keizer Constantijn Italië binnen om Maxentius af te zetten. Op 27 oktober kwam het tot de befaamde slag bij de Milvische brug, die uiteindelijk door Constantijn werd gewonnen. Waarom Maxentius Constantijn precies daar aanviel, is niet bekend. Waarschijnlijk hadden zijn priesters positieve voortekenen waargenomen op die dag.

Maxentius had nochtans een een ruim numeriek overwicht aan manschappen. Constantijn zou aan de vooravond van de veldslag echter een lichtend kruis hebben gezien aan de hemel, met de tekst “in hoc signo vinces” (in dit teken zult gij overwinnen). Volgens de legende liet Constantijn daarna zijn mannen het teken op hun schilden schilderen en tegen de verwachtingen in werd het gevecht door Constantijn gewonnen. Het voorval inspireerde Constantijn om christen te worden.

Na de slag vluchtte Maxentius met de restanten van zijn leger. In de verwarring zou hij in het water gevallen zijn en verdronken. Als aandenken aan de slag op de Ponte Milvio werd drie jaar later, in 315, een 22 meter brede en 15 meter hoge triomfboog opgericht, de boog van Constantijn, die je nog steeds naast het Colosseum kan zien staan.

In deze triomfboog werden delen verwerkt van oudere soortgelijke bouwsels uit de tijd van Hadrianus, Trajanus en Marcus Aurelius. Op die boog stonden destijds vier grote bronzen paarden, die eerder op de (thans verdwenen) triomfboog van Nero hadden gestaan. De paarden hebben de tijd overleefd, je vindt ze nu op de San Marco in Venetië.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 20 augustus 2006 op het Romenieuws-archief.