Een vroegchristelijk doopbassin onder de San Marcello al Corso

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Over de barokke San Marcello al Corso heb je recent al enkele bijdragen kunnen lezen. Maar in de ondergrond van Piazza di San Marcello en onder de kerk ligt een interessante bezienswaardigheid verborgen: een middeleeuws doopbassin gebouwd op een vroegchristelijke doopvont (late vierde of vroege vijfde eeuw) opgetrokken op de plaats van een catabulum of poststation uit de tijd van Augustus.

Dat catabulum werd gebouwd in de eerste eeuw v. Chr. (einde bouw in 7 v. Chr.) als hoofdstation van het segment van de cursus publicus aan de Via Flaminia/Via del Corso en was dus voorzien van grote paardenstallen. Zoals we weten was de cursus publicus de keizerlijke koerier- en postdienst van het Romeinse Rijk.

De belangrijke heirbanen werden op regelmatige afstanden voorzien van een halteplaats (statio) of fort (castellum), waar paarden konden worden gewisseld en reparaties aan koetsen en karren konden worden uitgevoerd. De reizigers moesten over een door de keizer getekend document beschikken om van deze wegen gebruik te mogen maken. De koeriers te paard waren meestal legionairs en de koetsen werden gebruikt door magistraten.

De Romeinen baseerden hun koeriersdienst op het systeem dat werd gebruikt in het Perzische Rijk. Keizer Augustus gebruikte in eerste instantie hetzelfde systeem als de Perzen, waarbij op de halteplaatsen de berichten aan een andere koerier werden doorgegeven, maar hij stapte al snel over op een systeem waarbij dezelfde koerier steeds van paard verwisselde. Dit was efficiënter omdat zo de koerier zelf, die de berichten van de verzender had ontvangen, naar extra informatie kon worden gevraagd. De transportsnelheid was wel iets lager, maar de berichtgeving was veiliger en betrouwbaarder.

Dankzij deze sneldienst kon Augustus dagelijks nieuws uitwisselen met zijn generaal Agrippa, met zijn raadgever Mecenas en met zijn vrouw Livia, waar ze zich ook bevonden. Op de plaats waar deze keizerlijke paardenstallen lagen, zou de Heilige Marcellus als martelaar gestorven zijn.

De bronnen over het leven van Paus Marcellus I(308-309) zijn niet eenduidig. Hij wordt soms verward met de paus vóór hem, de Heilige Marcellinus die ook stierf als martelaar en op dezelfde dag, 16 januari, maar een paar jaar eerder in 304. Mogelijk gaat het zelfs om één en dezelfde persoon en heeft één van beiden nooit bestaan.

Volgens sommige bronnen werd Marcellus door keizer Maxentius gearresteerd en veroordeeld tot dwangarbeid in het postsorteercentrum naast de stallen, waar hij tewerkgesteld was als slaaf in de afdeling zwaar vervoer. Volgens een andere versie zou Marcellus op bevel van de keizer hier jaren als stalknecht gewerkt hebben en moest hij de stallen onderhouden. De oude paus moest deze stallen met de blote handen schoonmaken en zou bezweken zijn aan nausea (misselijkheid) ten gevolge van de stank.

Nog een andere overlevering vertelt dat hij na negen maanden werd bevrijd door het volk of de Romeinse clerus, maar vervolgens opnieuw gearresteerd voor het inzegenen van een huiskerk. Dat huis zou dan omgevormd zijn tot stal, waar hij na enkele dagen stierf van uitputting op 16 januari 309. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Heilige Marcellus de patroon is van de stalknechten en paardenfokkers. Volgens nog andere bronnen werd Marcellus uit Rome verbannen naar een onbekend oord en stierf hij in ballingschap.

In de vierde eeuw werd op of vlak bij de plaats van de stallen (volgens sommige bronnen aan de overkant van de straat) en het martelaarschap van Marcellus een kerk gebouwd, de Titulus Marcelli. De oude doopkapel van die kerk werd in 1912 ontdekt en ligt nu onder de Banca di Roma links van de kerk. Vanuit de salon van de bank kan je door een koepel in de vloer een blik werpen op het middeleeuwse doopbassin, maar wij daalden via een toegang in de sacristie van de kerk af in de ondergrondse ruimtes.

Onder de vloer van de middeleeuwse doopvont uit de twaalfde-dertiende eeuw werd in 1978 een nog oudere, vroegchristelijke (eind vierde – eerste helft vijfde eeuw) doopvont bloot gelegd met dezelfde vorm, het middeleeuwse bassin werd bovenop het oude gezet en heeft de oorspronkelijke achthoekige vorm behouden. De vrijwel intacte structuur valt op door haar grootte, de dopeling kon er gedeeltelijk worden in ondergedompeld, een eerder uitzonderlijk gegeven binnen de muren in Rome. Goed zichtbaar zijn ook de nissen aan de binnenzijde en de marmeren bekleding.

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 12 juli 2019. Bekijk het origineel.