Het verhaal van pausin Johanna is één van de meest hardnekkige fabels die in Rome circuleren, maar er wordt binnenkort toch een film over gemaakt. In de nieuwe film van regisseur Volker Schlöndorff (‘Die Blechtrommel’) zal actrice Franka Potente (Lola Rennt, The Bourne Identity,…) de rol spelen van de mytische vrouwelijke paus Johanna von Ingelheim. Dit wordt meteen de titel van de film: Pope Joan. Het gaat om een Brits-Duitse co-productie en de opnamen beginnen in mei 2007. De film komt in de bioscoop in de loop van 2008.
Franka Potente werd beroemd in Duitsland en een aanzienlijk stuk daarbuiten dankzij de blitse filmhit Lola Rennt. Vervolgens kreeg ze ook buiten de landsgrenzen veel aandacht dankzij haar rol als het vriendinnetje van Matt Damon in The Bourne Identity en het vervolg op die film, The Bourne Supremacy. Nu zal Potente de hoofdrol gaan spelen in Pope Joan van Volker Schlöndorff, gebaseerd op de roman van Donna Woolfolk. Waarom precies dat boek werd uitgekozen is niet duidelijk, want over de zogenaamde vrouwelijke paus zijn heel wat boeken gepubliceerd.
Johanna von Ingelheim (gespeeld door Potente) is het hoofdpersonage in Pope Joan. Deze 9de eeuwse vrouw van Engelse voorouders wordt geboren in de Duitse stad Mainz. Wanneer haar oudere broer omkomt tijdens een aanval van Vikingen, neemt ze zijn identiteit over. Onder de naam van haar broer treedt ze vervolgens in bij een Benedictijner klooster en komt zo uiteindelijk in Rome terecht. Daar raakt ze verstrikt in een web van passie en politiek. De situatie is levensbedreigend, maar tegelijkertijd wordt ze tegen wil en dank ook langzamerhand in de richting van de machtigste troon van de westerse wereld geduwd; die van de paus…
Geef toe: als dramatisch en spannend verhaal zijn alle ingrediënten aanwezig. Maar wat is er waar van dit verhaal? Pausin Johanna is een legendarische figuur die in de 9e eeuw (rond 855) ofwel – volgens andere bronnen – in de 11de eeuw het pausambt zou hebben bekleed. In sommige middeleeuwse geschriften wordt zij ook Agnes genoemd.
Een eerste vermelding van pausin Johanna zou bij Anastasius Bibliothecarius uit de 9e eeuw te vinden zijn. De authenticiteit van de vermelding wordt betwist, bovendien zou Anastasius er als tegenpaus politieke bedoelingen mee hebben gehad. Al tijdens de opkomst van het humanisme werd twijfel geuit over het waarheidsgehalte van de Johannalegende. In de 15de eeuw door Enea Silvio Piccolomini, de latere Paus Pius II, in de 16de eeuw door Johannes Aventinus en in de 17de eeuw door David Blondel.
Blondel heeft als eerste door kritisch onderzoek vastgesteld dat pausin Johanna een niet-bestaande figuur was. In zijn kritische bronnenonderzoek bewees hij bijvoorbeeld dat de vermelding van Johanna in de reeks 9de eeuwse pausen in het Liber Pontificalis een 14de-eeuwse toevoeging was. Daarentegen werd de geloofwaardigheid van de legende in de 16e eeuw door de reformatoren juist verdedigd.
In het onderzoek naar de Johannalegende is een van de meest voorkomende thesen dat de legende is gebaseerd op een oud volksverhaal van de stad Rome. In de binnenstad bevond zich een beeld uit de oudheid, vermoedelijk een afbeelding van een Mithraspriester en een jongeling. Deze jongen werd aangezien voor een vrouwelijke figuur. De inscriptie zou zijn geïnterpreteerd als grafschrift van Johanna.
De legende wordt ook weleens als een satirische aanval op paus Johannes VIII beschouwd (872-882), die een zwakke paus zou zijn geweest en door sommigen als wekeling of een vrouwelijke figuur wordt voorgesteld. Nog een andere mogelijkheid is dat de legende werd gelanceerd als een instrument om de ontplooiing van vrouwen tegen te gaan. Vrouwen werden in de Middeleeuwen in toenemende mate gezien als een gevaar voor de kerk, omdat hun ‘wellust’ hen ertoe zou verleiden met de duivel in zee te gaan. De legende past uitstekend in dat beeld.
De legende werd voor het eerst in 1225 officieel op schrift gesteld door de Franse dominicaan Jean de Mailly in zijn Chronica universalis Mettensis. De legende vertelt dat na de dood van paus Leo IV (855) deze zou opgevolgd zijn door een vrouw die zich in mannenkleren hulde om bij haar minnaar te kunnen zijn. Ze zou geboren zijn in Mainz (Duitsland) als dochter van een Britse priester en Judith, een ganzenhoedster. Het verhaal vond verspreiding door heel Europa omdat het aan het eind van de 13de eeuw door de dominicaan Martinus Polanus (Martinus van Opava) werd opgenomen in zijn kroniek Chronicon pontificum et imperatorum. Deze kroniek is bewaard gebleven in de vorm van latere afschriften.
Volgens de legende zou Johanna zo’n 2,5 jaar paus geweest zijn. Zij werd unaniem tot paus gekozen, maar zou uiteindelijk ontmaskerd zijn doordat ze tijdens een processie op weg naar het Lateraanse paleis, beviel van een kind. Dat zou gebeurd zijn in de Via di San Giovanni in Laterano, vlak bij de San Clemente. Moeder en kind werden gedood en ter plekke begraven, al wordt ook verteld dat de moeder stierf bij de geboorte van haar doodgeboren kind.
De historische feiten vertellen een ander verhaal. Paus Leo IV werd immers opgevolgd door Benedictus III, van wie voldoende geweten is om zeker te zijn dat het geen vrouw was. Toch wordt de twijfel in stand gehouden. Zo zou er tussen de pauselijke bustes in de kathedraal van Siena tot 1592 een borstbeeld van pausin Johanna hebben gestaan. Die buste is nadien op mysterieuze wijze verdwenen.
De legende rond “pausin Johanna” is de voorbije jaren dan ook een dankbaar thema geweest voor diverse schrijvers. Zij steunen daarbij op historisch materiaal, waarin de pausin figureert zonder te reflecteren over latere resultaten van wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van die bronnen. Een goed voorbeeld is de roman ‘Pausin Johanna’ van Emmanuel Rhoidis uit de 19de eeuw, die ook in het Nederlandse taalgebied werd uitgegeven in een vertaling van Gerrit Komrij. Al is het allemaal niet waar, het onderwerp blijkt nu zelfs voor filmmakers boeiend en interessant om te vereeuwigen op het witte doek.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 8 januari 2007 op het Romenieuws-archief.

