Nog tot zondag 18 januari 2009 organiseert het Museum voor Schone Kunsten in samenwerking met de Vakgroep Architectuur en de Universiteitsbibliotheek Gent, en met de Koninklijke Bibliotheek van België een tentoonstelling met het grafisch werk van Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Piranesi was een Venetiaans architect en etser, die vrijwel zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt in Rome. Zijn oeuvre bestaat uit grootformaat etsen van Romeinse stadsgezichten en uit studies van de antieke architectuur, maar ook uit gefantaseerde bouwwerken, waaronder de bekende reeks ‘Carceri’ of ‘kerkers’. Door zijn archeologische werken en polemische interventies werd hij een van de meest bekende en belangrijkste intellectuele figuren van het kosmopolitische 18e eeuwse Rome, en een der belangrijkste inspiratoren van het neoclassicisme. Zijn hoogst persoonlijk oeuvre behoort tot het mooiste wat in de etskunst is gerealiseerd. De collectie in Gent is nooit eerder getoond aan het publiek. Piranesi staat de jongste jaren wel meer in de belangstelling, ondermeer vorig jaar nog met een grote overzichtstentoonstelling van zijn originele etsplaten in het Museo del Corso in Rome en een expo over zijn leven en werk in Nederland.
De bibliotheek van de Universiteit Gent bezit een vrijwel complete, goed bewaarde collectie prenten van Piranesi, grotendeels afkomstig uit een schenking van Joseph Bonaparte aan de stad Gent. De kern van de verzameling is een exemplaar van het verzameld werk, uitgegeven door de zonen Piranesi tussen 1800 en 1807, met circa 950 van de 1028 catalogusnummers. Daarnaast bezit de bibliotheek in totaal circa 150 losse bladen, met onder andere de ‘Carceri’ (2de staat), de ‘Grotteschi’, het ‘Campo Marzio’…. De tentoonstelling ‘Piranesi. De prentencollectie van de Universiteit Gent’ gaat in op de activiteiten van Piranesi en zijn atelier als kunstenaar, archeoloog, polemist, en antiquair, en situeert zijn voorstelling van Rome in de traditie van het Romeinse stadszicht en de archeologische illustratie. Met zijn vroege werk sluit Piranesi immers aan bij de bestaande lange traditie van visualisering van Rome voor pelgrims en toeristen. Hij verandert deze beeldvorming geheel, zowel in formaat en tekenstijl als in de keuze van de onderwerpen en gezichtspunten.
De tentoonstelling toont circa 180 prenten en boeken van Piranesi zelf. Deze worden in hun context geplaatst door middel van een zeventigtal prenten en boeken van kunstenaars, archeologen en architectuurhistorici van de 16de tot begin 19de eeuw, voor het grootste deel eveneens afkomstig uit de uitzonderlijk rijke, nagenoeg onbekende collectie van de Universiteitsbibliotheek, en uit het prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek Brussel (met werk van Palladio, Kircher, Fischer von Erlach, Falda, Cruyl, Van Nielandt, Vasi…) Als toegift worden een onbekende originele tekening van Piranesi en een schitterende aquarel met een stadszicht op Rome van Lieven Cruyl getoond, die onlangs teruggevonden zijn in een particuliere verzameling in Gent. De tentoonstelling werd samengesteld en gerealiseerd door een onderzoeksteam van de Vakgroep Architectuur & Stedenbouw van de UGent.
De invloed van de befaamde Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) is nog overal om ons heen waarneembaar. Piranesi werd vooral bekend door zijn carceri, de kunstig gebouwde kerkers. Ze bestonden slechts in de geest van de maker. Giovanni Battista Piranesi, die een grote kunsthistorische kennis had, beschikte over een groot voorstellingsvermogen waarin alleen plaats was voor het uitzonderlijke, het exuberante, dat het oog moest strelen. Naast de carceri heeft Piranesi nog veel meer tekeningen gemaakt, voor plannen die nooit zijn verwezenlijkt – op meubels en één enkele kerk na, de Santa Maria del Priorato in Rome waar hij ook begraven is. Zeer bekend zijn de talrijke Romeinse tekeningen die hij maakte en waarvan er velen in boekvorm werden gebundeld. Piranesi beschouwde zichzelf echter allereerst als architect en was als zodanig ook opgeleid. Wat zijn ideeën over vormgeving betreft kun je hem beschouwen als de ontbrekende schakel tussen barok, rococo en neoclassicisme en zijn uitloper naar het empire. Althans, naar Italiaanse maatstaven. Daar heeft de rococo, anders dan in Zuid-Duitsland en Oostenrijk, nooit voet aan de grond gekregen.
De labyrinth-achtige gebouwen, waarin de personages in video-games elkaar achterna zitten, doen denken aan de imaginaire kerkers die de Italiaanse meester tekende. Diezelfde sinistere kerkers hebben ook model gestaan voor de decors in ’De ontdekking van de hemel’, de speelfilm naar het magnum opus van Harry Mulisch. Ook Escher heeft met zijn vreemde bouwsels goed gekeken naar Piranesi. Piranesi was de eerste moderne ontwerper die zich niets aantrok van de soberheid die het classicisme in zijn tijd vereiste, maar er als een post-modernist avant-la-lettre tegenaan ging. Hij combineerde Etruskische ornamentiek met rococo-elementen en ontwierp een aantal gebouwen die overladen zijn met ornamenten. Piranesi was de eerste die de artistieke vrijheid in de architectuur bepleitte. Volgens hem moest elk ornament de nadruk krijgen die het verdiende, het ene wat meer, het andere wat minder, net zoals in de natuur bepaalde elementen meer of minder op de voorgrond treden. Wat er dan volgt is ’geen verwarring voor het oog, maar een aangename rangschikking van de dingen.’ Hij is ook de grondlegger van de ’architecture parlante’, de architectuur die met zijn ornamentiek en stijl iets zegt over de bewoners van een gebouw en over het specifieke gebruik ervan.
Piranesi had de speelse, enigszins duistere fantasie van de Venetiaan en de slimheid en praktische inslag van de in Rome levende handelaar. Hij had in Rome gewoon een winkel, waar vooral mensen kwamen die aan een grote reis bezig waren. Als herinnering aan die reis kochten ze bij hem zijn gravures of tekeningen. Zo voorzag hij niet alleen in zijn levensonderhoud maar kreeg daarmee ook de mogelijkheid zijn ideeën in heel Europa te verspreiden. Waarom Piranesi zo dol was op het tekenen van kerkers is niet duidelijk. De schrijver Thomas de Quincey heeft de taferelen uitgelegd als hallucinaties van een opiumschuiver. Maar er is geen enkele aanwijzing dat Piranesi opium gebruikte. Zijn kerkers zijn in de 19de eeuw een metafoor geworden voor de krochten van de menselijke geest. Piranesi was een helder denkend man, maar wel iemand met een speelse geest. Dat zie je aan de manier waarop hij als kenner van de oudheid vervallen gebouwen tracht te reconstrueren. Dat gebeurde voor zijn tijd ook wel, maar daarbij ging men toch vooral af op bronnenmateriaal en archeologische vondsten.
Ook Piranesi maakte daarvan gebruik, maar hij is een van de eersten geweest die de zaak met zijn verbeelding trachtte aan te vullen. Hij ontdekte bijvoorbeeld dat de zware blokken marmer die voor de bouwwerken waren gebruikt op een bepaalde plaats een gat of uitsparing vertoonden. Door scherpzinnige observatie en gebruik van de fantasie kwam hij erachter dat die uitsparing bestemd was voor de lier waarmee ze die zware stenen naar boven moesten hijsen. Aan de hand van die bevindingen ontwierp hij zelfs allerlei gereedschap. Het levende verleden zat voor hem verscholen in de dingen. Hij onderzocht alles, voelde zich niet te goed om het rioleringssysteem van Rome te bestuderen. Dat was nieuw in die tijd. Hij week af van de gebaande paden.
De jonge Piranesi had zijn belangstelling voor het architectenvak niet van een vreemde. Zijn vader was steenhouwer en bouwmeester, een combinatie die in het 17de-eeuwse Italië niet uitzonderlijk was. Ook de broer van zijn moeder, oom Matteo Lucchesi, was architect. Hij is waarschijnlijk degene bij wie de jonge Piranesi in de leer was. Waarschijnlijk heeft Piranesi ook stage gelopen bij Giovanni Scalfarotto, een navolger van de beroemde bouwmeester Andrea Palladio. Met hun inbreng schiep P
iranesi zijn zo roemruchte universum. In zijn leefwereld werd vooral veel gediscussieerd over de meest ideale architectuur zonder dat er veel van die gedachtenspinsels werd uitgevoerd.
De ambiteuze bouwplannen van Piranesi zijn maar een enkele keer concreet uitgewerkt. Paus Clemens XIII deed hem in 1763, toen Piranesi al 43 jaar oud was, het opmerkelijke verzoek een ontwerp te maken voor ingrijpende veranderingen in het interieur van de San Giovanni in Laterano in Rome. De paus vroeg Piranesi een nieuw koor te bedenken. Ook wilde hij het hoogaltaar van een eigentijdse snit voorzien. Piranesi verbeeldde zijn plannen in meesterlijke tekeningen met een verbazend kunstzinnig karakter maar ze werden nooit verwezenlijkt. Misschien was het budget niet toereikend, of was het eenvoudig een kwestie van smaak: de paus wilde met het hoogaltaar ook rekening houden met nieuwe ideeën (het opkomende neoclassicisme) die aan het einde van de 18de eeuw opgeld deden.
Piranesi haalde daarop de tekeningen weg bij de paus en schonk ze aan de neef van de paus, kardinaal Rezzonico, die de architect wel graag een opdracht gaf. Rezzonico was toen grootmeester van de Ridders van Malta en vond dat zijn ordekerk, de Santa Maria del Priorato op de Aventijnse heuvel, best een nieuw kleedje mocht hebben. Piranesi mocht er zelfs een bijpassend plein voor ontwerpen. Nog altijd hevig geïnteresseerd in de klassieke Oudheid, maakte Piranesi er een mengelmoes van stijlen van, met beeldbepalende elementen uit zowat elke tijd. Stijlen die waren ontwikkeld door de Etrusken, de Romeinen. Maar ook de Ridders van Malta en de leden van de familie van de Rezzonico’s werden in deze kerk bijeengehusseld tot een intrigerend geheel. Bezoekers van de kerk, die vooral afkomen op het graf van Piranesi, die in zijn eigen ontwerp is begraven, verbazen zich nog steeds over de intellectuele lenigheid van de bouwmeester.
Maar ook in de toegepaste kunst liet Piranesi zien dat er met hem niet te spotten viel als het ging om kennis en inzicht van de Oudheid. Hij combineerde elementen uit de natuur met andere elementen uit de Oudheid. In een tafel werden Romeinse oorlogsschepen kunstig verwerkt. Klokken kregen de vorm van een denneappel en een wandtafel werd voorzien van dierenpoten met sierlijke hoefjes. Met sommige ideeën verkende Piranesi ook wel de grenzen van het artistiek betamelijke. Zo verwerkte hij fragmenten van monumenten tot geheel ’nieuwe’ maar erg oud lijkende meubels en kleine monumenten. Ze vonden gretig aftrek bij een publiek dat meende dat het met een dergelijk stukje antiek ook een authentiek bewijs van de Oudheid in huis had.
Om het idee van authenticiteit zo hoog mogelijk op te voeren, maakte Piranesi van de fragmenten eerst tekeningen die het toekomstige designvoorwerp in zijn historische omgeving plaatste. Aan de kopers kon hij met zo’n tekening laten zien dat het werkelijk om historische kunst ging. Uiteindelijk leidde deze omgang met van alles wat kan, of eigenlijk helemaal niet kan en mag, naar de indrukwekkende serie ’kerkers’, die na 1760 haar beslag kreeg. Deze gefantaseerde bouwwerken roepen een beeld op van een Rome dat nooit heeft bestaan. Wie van de carceri een maquette maakt, komt al snel tot de conclusie dat het ontwerp helemaal niet deugt. Trappen houden abrupt in de ruimte op, kruisen elkaar in het luchtledige of kunnen omwille van de wetten van de zwaartekracht niet eens gerealiseerd worden.
Piranesi. De prentencollectie van de Universiteit Gent
Museum voor Schone Kunsten
Citadelpark
9000 Gent
Tel.: 09 240 07 00
Fax: 09 240 07 90
E-mail: museum.msk@gent.be
Website: http://adore.ugent.be/piranesi/
Toegangsprijzen museum
* 5 euro (individuele bezoeker)
* 3,75 euro (Gentenaars, 55+, groepen)
* 1 euro (jongeren 19 t/m 25 jaar)
* gratis (jongeren t/m 18 jaar; Gentenaars: elke zondag van 10 tot 13 uur).
Openingsuren
Tot zondag 18 januari 2009, dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur
Rondleidingen en workshops:
Tel. 09 240 07 07, fax 09 240 07 90, e-mail msk.educatie@gent.be
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 27 september 2008. Bekijk het origineel.

