Tegen de muurpilaar links van de laatste kapel in de Santa Maria in Aracoeli in Rome (de eerste vanaf het transept richting gevel) staat het graf van prins Eugenio Ruspoli (1866-1893), de zoon van de toenmalige burgemeester van Rome. Een marmeren landkaart markeert de laatste rustplaats van deze illustere figuur die in zijn tijd een befaamd ontdekkingsreiziger was maar jong stierf, op amper 27-jarige leeftijd.
Het was overigens geen aangename dood maar niet helemaal onverwacht voor iemand die vreemde continenten verkende: de man werd in Afrika door een woeste olifant op de slagtanden gespietst en vervolgens vertrappeld. We lezen ‘fu ucciso da un elefante infuriato presso il fiume Sagan il 4 decembre 1893’.
De jaren na 1880 werden gemarkeerd door de wedloop om Afrika en de modernisering van Ethiopië. In de periode stuurde de Italiaanse regering regelmatig missies naar Afrika om de gebieden te verkennen en veilig te stellen. Prins Eugenio Ruspoli, een telg van de oorspronkelijk Florentijnse adellijke familie, nam hierbij, afhankelijk van de situatie, verschillende rollen op zich, gaande van afgezant, leider van een overwinnende militaire macht tot ontdekkingsreiziger en jager.
Het waren alleszins woeste en gevaarlijke ondernemingen. In zijn boek Through Unknown African Countries uit 1897 stelt de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Arthur Donaldson Smith dat Ruspoli steevast reisde met een grote gewapende strijdkracht en vaak oorlog voerde met lokale stammen.
Toen Ruspoli met zijn karavaan het Amharagebergte in Somalië bereikte verscheen plots een grote olifant. Ruspoli, die zich het dichtst bij het dier bevond, gebaarde naar zijn karavaan om te stoppen en liep alleen naar voor om de olifant neer te schieten. Hij sloop tot tot 30 m afstand en vuurde toen. De kans dat de ervaren jager de olifant van zo vlakbij heeft gemist is klein, maar het dier was alleszins niet erg gewond.
De reusachtige olifant draaide zich om, was in een oogwenk bij de prins en spietste hem op zijn slagtanden. De opgewonden inboorlingen en begeleiders konden alleen maar machteloos toekijken. Volgens later opgetekende verslagen van ooggetuigen leek het eindeloos lang te duren dat het beest Ruspoli in de lucht bleef zwaaien, vooraleer het lichaam uiteindelijk tegen de grond sloeg en hem vervolgens nog eens vertrappelde, om zeker te zijn dat het laatste restje leven dat eventueel nog in de prins zat verdwenen was.
Het opperhoofd van een lokale stam vertelde dat Ruspoli lange tijd in zijn dorp had doorgebracht. De resten van de ontdekkingsreiziger werden in dit dorp begraven naast de laatste rustplaats van enkele bekende stamleiders. Eugenio’s kleinzoon Marescotti Ruspoli (die in 1942 zou sneuvelen tijdens de Slag om El Alamein) ging vele jaren later op zoek naar het graf en bracht de overblijfselen van zijn grootvader in mei 1928 terug naar Rome. Daar werden ze begraven in de tombe die we vandaag zien in de Santa Maria in Aracoeli.
Eugenio Ruspoli bracht talrijke zoölogische, botanische, mineralogische en etnografische vondsten en gegevens mee naar Italië. Hij was ook de ontdekker van het Meer van Ciamò in Ethiopië, dat na zijn dood werd hernoemd als het Meer van Ruspoli. Hij is tevens de ontdekker van een zeldzame felgekleurde vogel, die later bekend zou worden als de toerako van Ruspoli (Tauraco ruspolii). In 1892 publiceerde Eugenio een verslag van zijn eerste reis dat onder de titel Nel paese della mirra als boek werd uitgegeven. Het telt 70 pagina’s en is nog altijd verkrijgbaar.
Prins Eugenio Ruspoli behoorde tot de oude adellijke familie Ruspoli. De oorsprong van deze familie gaat terug tot de dertiende eeuw in Firenze. In de zeventiende eeuw kwam Vittoria Ruspoli van de Marchesi uit Cerveteri, de laatste telg van de familie, naar Rome om er te trouwen met Sforza Vicino Marescotti IV, graaf van Vignanello. De zoon van Vittoria zou de achternaam van zijn moeder blijven dragen om de familienaam verder te laten bestaan.
In 1708, komt Vittoria’s neef, Francesco Ruspoli, aan het hoofd te staan van het Reggimento Ruspoli, dat ten strijde zal trekken voor de paus en de verdediging van het Vaticaan op zich neemt. Die daad leverde de familie heel wat eigendommen en een prinselijke titel op. Francesco I werd prins van Cerveteri. Sindsdien pendelen de familieleden tussen Vignanello, Cerveteri en het Palazzo Ruspoli in Rome.
Het indrukwekkende paleis van de ongelukkige prins bevindt zich vandaag nog steeds op de hoek van Largo Carlo Goldoni met de Via del Corso (nr. 418). Het werd gebouwd in 1586 en ziet er met zijn zwaar uitgevoerde ‘rustica’ eerder Florentijns dan Romeins uit. Het gebruik op de benedenverdieping van steenblokken die ‘in bosschage’ bewerkt zijn, geeft een indruk van grote kracht en stevigheid, maar het toont vooral de rijkdom en status van de bouwheer.
Het reusachtige gebouw is sinds 1990 eigendom van de financier Roberto Memmo. Palazzo Ruspoli wordt nog steeds bewoond door de Ruspoli’s. Nu en dan wordt een gedeelte van het gebouw opengesteld voor tentoonstellingen of een evenement. Het enorme palazzo werd in 1586 ontworpen door de Florentijnse beeldhouwer en architect Bartolomeo Ammannati (ook Ammanati) (1511-1592), een leerling van Baccio Bandinelli (Firenze) en architect Jacopo da Sansovino (Venetië).
Muziekliefhebbers kennen wellicht markies Ruspoli die tijdens het begin van de achttiende eeuw in dit Romeinse palazzo woonde. In zijn opdracht werden door verschillende meesters zowat vijftig cantaten gecomponeerd. De componist Georg Friedrich Händel (1685-1759) was bij Ruspoli enige tijd in vaste dienst als lid van zijn ‘virtuosi di canto e suono’, vocale en instrumentale virtuozen. Hij componeerde hier zijn tweede Italiaanse oratorium, ‘La Resurrezione’, dat met Pasen 1708 in dit paleis onder leiding van Corelli zijn première beleefde. In die periode was Domenico Scarlatti (1685-1757) in Venetië en Rome één van de toonaangevende componisten.
Händel schreef voor dezelfde Ruspoli ook de schitterende cantata ‘Alla Caccia’, bedoeld voor een jachtpartij georganiseerd door de markies. Van de vele werken die Händel in Rome componeerde maakte hij later dankbaar gebruik door ze tot aria’s om te werken voor opera’s die soms heel snel klaar moesten zijn en waarvoor de reeds gecomponeerde muziek zich uitstekend voor een tweede gebruik leende.
Gedurende eeuwen was het palazzo Ruspoli een must voor alle begoede Romereizigers, die vooral kwamen kijken naar de indrukwekkende statietrap. Deze fraaie trap, het absolute pronkstuk in dit gebouw, bestaat uit 120 treden die elk uit één stuk gekapt werden uit een marmerblok met een breedte van drie meter. De trap werd in de achttiende en de negentiende eeuw beschouwd als één van de vier wonderen van Rome. Het geheel werd ontworpen door Martino Longhi de jongere (1602-1660) die ook de mooie Sant’ Antonio dei Portoghesi tekende.
Van deze majestueuze trap, één van de mooiste in Rome, is een heel klein stukje te zien wanneer de poort open staat. De poort werd echter definitief gesloten nadat vóór de hoofdingang van palazzo Ruspoli prins Caetani werd vermoord. Enkele jaren geleden werd ze voor het eerst sinds lange tijd weer geopend, toen de nieuwe eigenaar op het gelijkvloers van het palazzo een kunstgalerij opende. Sindsdien kan je bij bepaalde tentoonstellingen en kunstexpo’s even een blik op de trap werpen en, indien je letterlijk je stoute schoenen aantrekt, er zelfs even een snelle klim op wagen.
Santa Maria in Aracoeli
Scala dell’Arce Capitolina 12, Rome
(tussen het Vittoriano en de Capitolijnse Musea, Piazza del Campidoglio)
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 mei 2018. Bekijk het origineel.

