De Romeinse keizer Heliogabalus (204-222) is de geschiedenisboeken ingegaan als een losbandige en knettergekke keizer met godsdienstwaanzin. Voor Romeinen werd hij de belichaming van zonde en wangedrag. Heliogabalus, eigenlijk Marcus Aurelius Antoninus, werd op 14-jarige leeftijd keizer. De Syrische zonnepriester met de geest van een puber regeert vier jaar lang het machtige keizerrijk. Zijn bewind wordt getekend door een aaneenschakeling van misdragingen: het schenden van tempels, het bespotten van goden, seksuele uitspattingen en extravagante orgieën. In het jaar 222 komt er een einde aan het bewind van Heliogabalus. Tijdens een opstand van de Pretorianen wordt hij, samen met zijn moeder Julia Soaemias, gedood.
Onder de Romeinse keizers zijn er heel wat liederlijke figuren en monsters geweest. Maar als we de antieke bronnen moge geloven spande de exotische Heliogabalus wel de kroon. Deze Syrische priester van de zonnegod Elagabal was pas veertien toen hij in 218 tot keizer werd uitgeroepen. De vier jaar die er toen volgden behoren tot de meest bizarre in de geschiedenis van het Romeinse hof. Nooit eerder zag men een keizer die zich publiekelijk zozeer misdroeg en zo'n aanfluiting maakte van zijn bestuur. Zijn keizerschap had nog het meeste weg van een onafgebroken orgie. Na vier jaar was de maat meer dan vol en werd de jonge keizer door soldaten bruut vermoord.
Wat van zijn korte bewind rest zijn voornamelijk sterke verhalen. Die zijn te vinden in een bonte levensbeschrijving van Heliogabalus, die deel uitmaakt van de zogenaamde Historia Augusta. Dat is een verzameling keizersbiografieën uit de vierde of vijfde eeuw, bedoeld als vervolg op Suetonius' 'Keizers van Rome'. In harde bewoordingen veroordeelt de auteur het leven van de verdorven jonge keizer. Maar intussen kan hij zich ook heel aardig uitleven. Hij levert tal van sappige details over de onvoorstelbare luxe waarmee Heliogabalus zich omringde. Inderdaad: sensatiezucht is van alle tijden.
'Het leven van Heliogabalus' wordt al eeuwenlang gezien als een van de boeiendste schandaalkronieken uit de klassieke letteren. Het is een fascinerend kleinood vol perversie en decadentie, dat bijvoorbeeld Louis Couperus inspireerde tot zijn roman De berg van licht. De geruchtmakende Latijnse tekst werd pas in 2001 voor het eerst in het Nederlands beschikbaar, door de publicatie van 'Het schandelijke leven van Heliogabalus', vertaald en toegelicht door Vincent Hunink (Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2001). De tekst van de vertaling wordt integraal herdrukt als appendix in het recente boek van Martijn Icks. Je kan die Nederlandstalige tekst ook volledig downloaden in PDF-formaat via deze link.
Een fragment uit deze historische tekst:
Ereambten, onderscheidingen en hoge functies verkocht hij allemaal voor geld, hetzij in eigen persoon, hetzij via zijn vele slaven en lust-assistenten. Hij benoemde mensen in de senaat zonder onderscheid in leeftijd, vermogen of afkomst, tegen betaling. Zelfs de functies van commandant, tribuun, gezant of generaal werden verkocht en zelfs de taken en diensten in het paleis. Twee wagenrenners, Protogenes en Cordius, die aanvankelijk zijn kameraden waren bij de races, liet hij later delen in zijn hele leven en alles wat hij deed. Veel anderen die hij mooi vond om te zien haalde hij weg bij het toneel, de Circus of de arena en bracht ze zijn paleis binnen. Op Hiërocles was hij zo gek dat hij diens geslachtsdelen zoende (dit is zelfs onfatsoenlijk om te zeggen), waarbij hij verklaarde dat hij het `Flora-feest aan het vieren was'.
Hij bedreef ontucht met een Vestaalse maagd, vernielde schrijnen, ontwijdde de rituele voorwerpen en wilde het eeuwigbrandend vuur doven. En niet alleen de godsdienstige plechtigheden van de Romeinen wilde hij afschaffen maar die van heel de wereld. Hij had namelijk maar één ding voor ogen: dat de god Heliogabalus overal zou worden vereerd. Zelfs in de gewijde ruimte van Vesta, waar alleen de Vestaalse maagden en priesters mogen komen, drong hij binnen. En dat terwijl hij in alle opzichten moreel bezoedeld was en degenen die hem bezoedeld hadden bij zich had! Hij probeerde ook het heilige voorwerp mee te nemen. De opperpriesteres wilde hem misleiden en wees hem een aarden pot aan, als zou dat de echte zijn. Toen hij die pakte maar er niets in kon vinden, gooide hij hem op de grond en brak hem kapot. Toch heeft hij geen afbreuk kunnen doen aan de cultus. Men vertelt namelijk dat er verschillende potten gemaakt waren die er hetzelfde uitzagen, juist om ervoor te zorgen dat nooit iemand de echte eruit kon halen. Niettemin nam hij wel een beeld mee waarvan hij dacht dat dit het Palladium was. Hij hulde het in goud en plaatste het in de tempel van zijn god.
Hij ging ook over tot de cultus van de Grote Moeder en onderging de Taurobolium-riten. Op die manier hoopte hij haar cultusbeeld weg te kunnen halen en ook alle andere heilige voorwerpen die achterin haar heiligdom bewaard worden. Hij liep wild met zijn hoofd te schudden tussen de gecastreerde sekteleden, bond zijn geslachtsdelen af en deed alles wat de Galli doorgaans nog meer doen. Het gewijde voorwerp wist hij mee te nemen en hij bracht het over naar het heiligdom van zijn eigen god. Ook hield hij een processie voor Salambo, compleet met alle rouwmisbaar en wilde gebaren van de Syrische cultus. Dat was eigenlijk een voorteken van zijn eigen op handen zijnde ondergang. Alle goden waren niet meer dan bedienden van zijn god, zo zei hij. Sommige noemde hij diens kamerheren, andere diens slaven en weer andere bedienden voor verschillende dingen. De zogenaamde `goddelijke stenen' wilde hij uit hun eigen tempel weghalen en ook het beeld van Diana uit het heiligdom in Laodicea, waar Orestes het had opgesteld.
Men zegt dat Orestes niet slechts één beeld van Diana op één plaats heeft opgesteld maar vele beelden op vele plaatsen. Nadat hij zich bij Drie-Rivieren in de buurt van de Hebrus ritueel had gereinigd op grond van een orakelspreuk, stichtte hij de stad Oresta, waar vaak mensenbloed zou vloeien. Hadrianus wilde dat die stad Oresta aangeduid werd met zijn eigen naam, hetgeen ook gebeurde op grond van een orakelspreuk, in de tijd dat Hadrianus aan waanzin begon te lijden. Er was hem namelijk opgedragen om `in het huis of in de naam van een waanzinnige te kruipen'. Daarna, zo wordt verteld, genas hij van zijn waanzin. Onder invloed daarvan had hij al vele senatoren ter dood veroordeeld, maar ze waren allemaal gered door Antoninus, die ze nadien binnenvoerde in de senaat. Daarmee verwierf hij zich de erenaam Pius, de Vrome, omdat iedereen geloofde dat ze al op bevel van de keizer waren gedood.
Heliogabalus bracht ook mensenoffers. Hiervoor koos hij uit heel Italië mooie, adellijke jongens van wie de vader en moeder nog in leven waren. Ik denk dat hij dat deed om het leed des te groter te maken, omdat het dan telkens twee ouders trof. Voorts beschikte hij over allerlei soorten magiërs, die hij elke dag offers liet brengen. Daartoe moedigde hij ze zelf aan en hij bracht dank aan de goden die hun gunstig gezind waren. Dat kon hij bepalen wanneer hij de ingewanden van de jongens schouwde en de slachtoffers martelde volgens het ritueel van zijn land.
Heliogabalus – Een denkbeeldige biografie
Auteur: Martijn Icks
ISBN: 9789035134874
Uitgever: Prometheus/Bert Bakker
Paperback, 304 pagina's, 2010
Prijs: 24,95 euro
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 15 september 2010. Bekijk het origineel.

