Hoewel burgemeester Alemanno de visie op moderne architectuur waarmee zijn voorgangers Walter Veltroni en Francesco Rutelli graag uitpakten, meermaals naar de verdoemenis heeft gewenst, moet het stadsbestuur tegenwoordig toch vaststellen dat er helemaal niets mis is met moderne projecten in Rome, tenminste indien ze mooi worden geïntegreerd in de omgeving en niet botsen met het erfgoed uit de oudheid.
Er zitten momenteel verscheidene grote projecten in de ontwerpfase en enkele andere zijn reeds volop in aanbouw. Het nieuwe congrescentrum La Nuvola van Massimiliano Fuksas in de EUR-wijk wordt iets om naar uit te kijken, maar ook La Città dei Giovani en het Forum dei Sapori van Rem Koolhaas aan de Via Ostiense moeten architecturale hoogstandjes worden om van te smullen.
In het noorden van de stad krijgt nu het megaproject Parco della Musica e delle Arti stilaan vorm. De stedelijke ontwikkeling in het noorden van Rome, zeg maar het gebied rond het vorig jaar geopende MAXXI-museum en het Auditorium (Parco della Musica) gaat dus volop verder.
Beide complexen zijn momenteel met elkaar verbonden door de Via Guido Reni en de Via Pietro De Coubertin. Beide wegen staan vol met geparkeerde auto’s, een tramlijn slingert er zich slordig doorheen.
De bedoeling is op termijn een nieuwe grote boulevard aan te leggen, die vertrekt vanaf de Ponte della Musica, dat is de nieuwe bijna afgewerkte brug over de Tiber die dit voorjaar zal voltooid zijn, en eindigt aan het Parco di Villa Glori.
Om dat park vlotter te kunnen bereiken wordt ook hier een nieuwe verlichte loopbrug voorzien, waardoor het Auditorium meteen ook vlot bereikbaar zal worden voor de inwoners van de hele Parioli-wijk.
Renzo Piano, de architect van het verderop gelegen Auditorium, ontwierp het masterplan voor de herontwikkeling van het gebied. Het Stabilimento Militare Materiali Elettrici di Precisione, een verlaten kazerne, wordt het nieuwe hoofdkwartier van de Opera.
De zone tussen Villa Glori en Monte Mario, aan de overzijde van de Tiber, moet op die manier uitgroeien tot wat als werktitel het Parco della Musica e delle Arti meekreeg, een groen voetgangersgebied met uitsluitend aandacht, voor kunst, cultuur en muziek op internationaal niveau.
Wat met het MAXII, het Parco della Musica of Auditorium en het toekomstige Teatro dell’Opera perfect zou kunnen worden ingevuld. Auto’s zullen er enkel nog ondergronds kunnen parkeren. Over de boulevard, in aanloop naar het Parco Villa Glori, worden tweeduizend bomen aangeplant. In dat reusachtige bos, enkel toegankelijk voor voetgangers, gaan de architecturale verwezenlijkingen nog beter tot hun recht komen.
Voor het ontwerp van het nieuwe operahuis, dat net als het MAXXI gedeeltelijk zal worden geïntegreerd in een bestaand gebouw, zal in principe een internationale architectenwedstrijd worden uitgeschreven.
Met een derde grote moderne realisatie, naast het Auditorium van Renzo Piano en het MAXXI van Zaha Hadid, zou het operagebouw in het toekomstige Parco della Musica e delle Arti ook een grote trekpleister voor architectuurliefhebbers kunnen worden. De culturele aantrekkingskracht van de drie spelers moet niet alleen de Romeinen maar ook toeristen overtuigen om in deze buurt een kijkje te komen nemen.
Het openbaar vervoer op en rond de Via Flaminia is met tram en bus nu al aardig goed georganiseerd, maar in de wat verdere toekomst komt ook de nieuwe Metrolijn C deze richting uit. In deze buurt zijn er trouwens nog meer gigantische gebouwen die leeg staan of nauwelijks worden gebruikt.
Ook het Stadio Flaminio en het wat verouderde Foro Italico bieden mogelijkheden voor nieuwe projecten, waaronder bijvoorbeeld een Museum van de Sport. Er zijn in de omgeving nog plannen voor enkele nieuwe tentoonstellingszalen, musea, een filmproductiecentrum, een centrum voor ambachten, enz.
Het project is nog niet volledig goedgekeurd maar burgemeester Alemanno is vol vertrouwen dat hij van de gemeenteraad het groene licht krijgt. Iets meer dan een jaar geleden vroeg hij aan Renzo Piano een globaal plan voor deze zone te ontwerpen.
De architect was onmiddellijk bereid om een voorstel in te dienen. Niet verwonderlijk, want het ontwerp van het Auditorium is eveneens afkomstig van Renzo Piano. Het Parco della Musica e delle Arti zou een mooi sluitstuk zijn van dit project, een realisatie waarvan mensen binnen een paar honderd jaar nog zullen genieten.
De architect heeft goede herinneringen aan de samenwerking met de stad Rome. De bouw van het Auditorium was eigenlijk een gok waarin velen niet echt geloofden. Vandaag is het Parco della Musica een trefpunt waar wekelijks duizenden cultuurliefhebbers bij elkaar komen. Idem voor het megaproject rond het MAXXI-museum, waaraan jaren werd gewerkt en dat door critici meermaals werd verguisd wegens te duur en overbodig.
Ondertussen is het museum nog geen jaar open maar behoort het nu al tot een van de drukst bezochte musea van heel Rome. Niet alleen de liefhebbers van moderne kunst komen er naartoe, ook mensen die houden van moderne architectuur laten zich graag even onderdompelen in de wereld van ontwerpster Zaha Hadid.
Het Parco di Villa Glori is een park van zowat 25 ha groot en situeert zich in de Parioli-wijk. Eerder heette het Parco della Rimembranza. Het park is toegankelijk vanaf Piazzale del Parco della Rimembranza en Via del Maresciallo Pilsudski. Het park werd onteigend in 1887. Vandaag is het opgedragen aan de gesneuvelde Romeinen in de voorbije oorlogen.
Renzo Piano werd geboren in 1937 in Genua, in een aannemersfamilie. Hij studeerde af aan de technische hogeschool in Milaan in 1964, waar hij tot 1968 doceerde en daarna ging werken bij zijn vader in Genua.
Van 1962 tot 1964 werkte Renzo Piano samen met Franco Albini en van 1965 tot 1970 met Louis Kahn en Z.S. Makowsky in Londen. In 1970 ging Piano een partnerschap met de bekende Britse architect Richard Rogers aan, die ook met Norman Foster heeft samengewerkt.
Net als Foster is Piano ook een ‘high-tech’ architect. Deze stroming heeft een industriële benadering van architectuur. De modernste industriële technieken worden toegepast en zijn ook zichtbaar. De ontwerpen benadrukken een herhaling van industriële modules, waarbij vaak geprefabriceerde elementen worden gebruikt.
Ook voor Piano is technologie het uitgangspunt voor zijn ontwerpen die hij echter aanpast uit zorg om het comfort en de behoeften van de gebruikers. Samen met Rogers ontwierp Renzo Piano een aantal gebouwen in Italië en Engeland.
Hun beroemdste gebouw is waarschijnlijk het Centre Pompidou in Parijs, gerealiseerd in 1977. Dit gebouw wilde sterk contrasteren met de traditionele omgeving. Later probeerde Piano zijn ontwerpen juist te laten aansluiten op de omgeving waarin ze gebouwd worden.
Het Centre Pompidou, met zijn doorzichtige roltraptunnels, buizen, felgekleurde ontluchtingspijpen, stangen, staal en glas wordt weleens met een raffinaderij vergeleken. Een journalist noemde het zelfs een ode aan de haven, al vergelijkt Renzo Piano het zelf liever met een ruimteschip.
In 1981 kreeg de architect de Compasso d’Oro en het erelidmaatschap van het American Institute of Architects (AIA).Een hoogtepunt in zijn werk is het Menil Collection Museum in Houston (1981-1986) waar veel aandacht aan de (natuurlijke, indirecte) belichting is besteed.
Renzo Piano werd in 1984 benoemd tot Commandeur des Arts et des Lettres. In 1985 werd hem het Légion d’Honneur toegekend, in 1986 het erelidmaatschap van RIBA in Londen en in 1989 ontving hij de Gouden Medaille van RIBA en in 1998 de Pritzker Architecture Prize voor de realisatie van Kansai International Airport in Japan.
Die prijs kreeg hij overhandigd in het Witte Huis in Washington. Het vliegveld ligt op een kunstmatig eiland voor de kust van Osaka in Japan. De luchthaven en het bijbehorende station liggen als sierlijk gewelfde watermonsters in de baai.
Zijn hele oeuvre zou een ode aan de haven zijn, van Centre Pompidou in het hart van Parijs tot het schipvormige NewMetropolis in het Amsterdamse Oosterdok. In veel van zijn gebouwen heeft Renzo Piano zijn liefde voor de waterkant, zijn verlangen naar zee en havens tot uitdrukking gebracht.
Ik ben in Genua geboren, vertelde hij weleens in interviews, en Genua is een havenstad. Met mijn vader ging ik vaak naar de haven en dat is iets fantastisch voor een kind. Je kunt je er veel verbeelden over reizen, ontsnapping en constante verandering. Niks blijft er hetzelfde. De haven voedt mijn verbeelding nog steeds.
Renzo Piano is eredoctor aan de Technische Universiteit Delft. Hij was gasthoogleraar aan Columbia University, de Universiteit van Pennsylvania en de Architectural Association in Londen. Tegenwoordig heeft Piano bureuas in Genua, Parijs, Japan en Berlijn. In Genua is er een partnerschap met Shunjii Ishida en Flavio Marano, in Parijs met Bernard Plattner en in Osaka met Noriaki Okabe.
De officiële werknaam van de architect is tegenwoordig Renzo Piano Building Workshop. In antwoord op de vraag naar de definitie van architectuur beroept Piano zich op de drie sleutelbegrippen van Vitruvius: utilitas, firmitas en venustas.
Zijn grote aandacht voor het programmatisch functioneren van een ontwerp is streven naar de verwezenlijking van het vitruviaanse utilitas of doelmatigheid. De noodzakelijke sterkte en duurzaamheid van de constructie – door Vitruvius aangeduid met firmitas – beschouwt Piano als het belangrijkste element van het ontwerpproces. Tenslotte voegt hij hieraan toe dat alles wat hij maakt ook mooi moet zijn waarmee ook aan het begrip venustas is voldaan.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 29 maart 2011. Bekijk het origineel.

