De gemiddelde S.P.Q.R.-nieuwsbrieflezer beschikt helaas niet over de mogelijkheden om zich elke week terug te trekken in onze geliefde stad. Daarom bij deze een Romeinse wandeling door die andere spil van deze wereld, de officiële zetel van S.P.Q.R., Leuven… Uiteindelijk, wie Rome zegt, zegt Caesar en pausen en wie Leuven zegt, zegt universiteit. Materiaal genoeg dus. En recent heeft ons clublid Bert Juveyns nog ontdekt dat zelfs de letters S.P.Q.R. al 400 jaar aanwezig zijn in de Leuvense Sint-Pieterskerk, met name op het middenpaneel van Dorothea (Josse Van der Baeren), op de rode vlag.
Dat Caesar bloed en tranen zweette om de Belgae eronder te krijgen, is genoegzaam bekend. Ambiorix en zijn slachting leverden alle grond voor de beroemdste aller Latijnse zinnen (in België toch): horum omnium fortissimi. Maar Caesar deed meer dan campagne voeren, Eburonen uitmoorden en wat commentaar leveren en zo nog voor eeuwen discussie zorgen onder al dan minder geleerden: in Lo (West-Vlaanderen) bond hij zijn paard aan een boom (die er nog altijd staat) en in Leuven kampeerde hij volgens de hardnekkige overlevering op de Mont César oftewel de Keizersberg.
Waar nu een neoromaanse abdij en een immens Mariabeeld de wacht houden en voordien de derde burcht van de graven van Leuven stond (vanaf het midden van de dertiende eeuw), zou Caesar iedereen voor zijn geweest. Of is het toponiem toch ontleend aan het verblijf van ons aller Karel V? Men fluistert, maar men fluistert vaak zo veel.
In Leuven staat Sint-Petrus in ieder geval letterlijk in het middelpunt en is de hele stad zelfs rond deze kerk gebouwd: alle oude grote middeleeuwse wegen komen op de kerk uit en als echte navolger bevindt zich dichtbij zelfs een heude umbilicus Urbis. Middeleeuwse wegen?
Fluistert men niet ook dat de Brusselsestraat eigenlijk van Romeinse oorsprong zou zijn en dat het gaat om een deel van het oude traject dat van Tongeren over Sint-Truiden en Tienen juist in Leuven de Dijle kruiste en verder liep tot Elewijt en dan terugboog naar Asse, alwaar het op de Romeinse heerbaan Bavai-Bergen-Kester-Asse (en zo vermoedelijk verder richting Utrecht) uitmondt?
Het stuk van de Brusselsestraat vanaf de Grote Markt tot aan de Dijlebrug heette in ieder geval ooit Steenstraat, een toponiem dat vaak met Romeinse wegen verbonden is en men heeft Romeinse scherven gevonden op het terrein van de Sint-Pieterskliniek nabij de Dijle…
Maar vastere bodem betreden we met de oudste Leuvense functie: die van hoofdstad van het graafschap Leuven, later hertogdom Brabant. Hertog Godfried III (reg. 1142-1190) had twee zoons, Hendrik I, zijn opvolger (reg. 1190-1235, grafsteen midden in de Sint-Pieter, zodat hij het eigenlijke middelpunt van de stad Leuven is), en Albert. Tweede zonen zijn in vorstelijke families altijd een probleem: destijds liet men ze geestelijke worden en als het even kon, zelfs bisschop.
Dat laatste gebeurde ook met Albert van Leuven. Althans, dat had moeten gebeuren, maar er werd een tweede kandidaat naar voren geschoven en die had net iets sterkere vrienden. Albert trok naar Rome om zijn gelijk te halen. Hij kreeg het ook, maar op de terugweg naar het Noorden werd hij in Reims vermoord (24 november 1192). Einde van het verhaal, Albert werd zalig verklaard en de Brabantse dynastie had een familieheilige. Aan Albert van Leuven herinnert in Leuven niet heel veel, maar in de Sint-Germanuskerk in Tienen vindt men hem wel terug. De oudste stadsomwalling van Leuven dateert uit Alberts tijd.
Maar Jan I, die van harba lori fa, had liever Brussel dan Leuven, de lakenwevers hadden hun verzetje met de patriciërs in de Leuvense defenestratie van 1378 en de stad Leuven lag bijna volkloos. In die omstandigheden stelde het stadsbestuur voor een universiteit naar de stad te halen. Hertog Jan IV ondersteunde het plan en de scholaster van het kapittel (degene die belast was met de organisatie van het onderwijs namens het kapittel), Willem Neefs of Willem Neve, in ieder geval Guillielmus Nepotis, trok naar Rome om de gewenste pauselijke bul te krijgen.
Dat lukte en op 9 december 1425 kreeg het lot van Leuven een geheel andere wending. In tegenstelling tot wat men misschien geneigd zou zijn te denken, werd deze bulle niet verleend ten Vaticane, maar in het familiepaleis van paus Martinus V, voorheen Oddone Colonna, nabij de basiliek van de heilige Apostelen, de SS. Apostoli, dichtbij de Piazza Venezia.
Op dit moment is dat Palazzo een immens blok, voornamelijk uit de achttiende eeuw (met een bezienswaardige schilderijencollectie, enkel op zaterdagvoormiddag geopend), maar links van de basiliek rest nog een stukje uit de vijftiende eeuw. Iedere Leuvenaar zou daar het hoofd moeten buigen want zonder die plaats was Leuven nu een heel klein provinciestadje.
In de zomer is in Leuven zelf nog altijd iets hiervan te zien, want op de Universiteitshal in de Naamsestraat wappert naast de vlag van de Bourgondische hertog ook nog altijd fier de banier van de Colonna’s. Jawel, met een zuil op een rood veld. Paus Martinus V zelf kreeg in de negentiende eeuw een beeld op het stadhuis (rechts van de ingang). In Leuvens Waalse zuster, Louvain-la-Neuve kreeg hij nog een lycée naar zich genoemd.
Enkele meters van de Leuvense Universiteitshal vandaan staat het Pauscollege, zo genoemd naar paus Adrianus VI (Adriaan Floris van Utrecht, 1459-1523, paus van 1522 tot 1523). Deze leidende theoloog van de Leuvense faculteit, tevens proost van Sint-Pieter en pastoor van het Groot Begijnhof, werd in 1507 leermeester van Karel V (op de Keizersberg? – de geschiedenis draait graag kringetjes).
In 1515 werd hij naar Spanje gestuurd om die erfenis veilig te stellen en het land als regent te besturen tot Karel zelf kwam. In 1522 werd hij tot paus gekozen. Hij stierf na anderhalf jaar pontificaat en wordt afwisselend beschouwd als de enige Nederlandse paus of de letzter deutscher Papst (vóór Benedictus XVI). Tijdens zijn pontificaat wemelde het in Rome van de Leuvenaars, geboren of door hun studie, want Adrianus rekruteerde zijn personeel hoofdzakelijk onder oud-studenten van de Leuvense Alma Mater.
Daar hoorde onder meer ook Petrus van der Male bij, Leuvenaar van geboorte. Adrianus stichtte het Pauscollege per testament als residentie voor theologiestudenten. Het oorspronkelijke gebouw stortte in 1774 gedeeltelijk in en werd toen vervangen door het huidige gebouw van de hand van Louis Montoyer (1776-1778). Het wapen van de Leuvense paus bevindt zich in het gevelveld.
U vindt het grootse grafmonument voor Adrianus in de S. Maria dell’Anima in Rome, nabij de Piazza Navona. In dezelfde kerk vindt u ook het grafmonument voor de Leuvenaar Henricus Gravius (1536-1591), voorheen hoogleraar theologie in zijn geboortestad en zoon van de boekdrukker Bartholomaeus Gravius uit de Naamsestraat. Hij was als prefect van de Vaticaanse drukkerij naar Rome gehaald, maar stierf reeds kort na aankomst.
Een derde Leuvense hoogleraar waarvan het grafmonument in Rome te vinden is, is Henricus van Someren (ca. 1472), die in de eerste de beste botsing binnen de Leuvense faculteit der theologie naar Rome was gegaan om zijn gelijk te halen. Hij kreeg dat, maar bleef er ook. Zijn grafsteen is moeilijk te vinden. Hij bevindt zich namelijk in het museaal gedeelte van de Grotte Vaticane onder de Sint-Pieter (die van Rome dus, niet die van Leuven), maar de toegang tot dit gedeelte is niet altijd op dezelfde manier geregeld. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, die van het Vaticaan soms nog meer.
Op dit moment kan men er bij, als men bij de bezichtiging van de Sint-Pieter de weg volgt naar het graf van paus Johannes Paulus II. Het parcours door de Sacre Grotte vervolgt dan (op dit moment) door het museale gedeelte, waar de steen staat opgesteld in de laatste zaal, tegen de linkerwand. Henricus is gekleed als professor of kanunnik, niet als bisschop en zijn naam is, half versleten, nog te lezen, maar hij is er.
Op het hoogste punt van de stad Leuven prijkt de barokke Sint-Michielskerk, de oude jezuïetenkerk. De jezuïeten hadden de gewoonte om zo dicht mogelijk bij de officiële universiteit hun eigen instelling van hoger onderwijs te openen en in Leuven (net als in Salamanca) is dat goed gelukt: beide staan in de Naamsestraat (alweer). Zo dicht bij het ketterse Noorden moesten de jezuïeten van goeden huize zijn: zo was ook Roberto Bellarmino (1542-1621) enige tijd hoogleraar (1570-1576) bij de Leuvense jezuïeten.
Later trok hij weer naar Rome, werd kardinaal en uiteindelijk aldaar begraven in de S. Ignazio, eveneens een jezuïetenkerk. Dichtbij de Leuvense Sint-Michiel bevindt zich de Grote Aula van de universiteit die in de periode van de Rijksuniversiteit (1817-1835) werd gebouwd op het model van het Pantheon. Nadat de Grote Aula jarenlang het middelpunt van de grote academische plechtigheden is geweest, werd deze rol overgenomen door de Aula Pieter De Somer.
Ik heb het hier niet over alle onderhandelingen rond de jansenisten die geregeld Leuvense vertegenwoordigingen in de Eeuwige Stad nodig maakten, over Mgr. De Ram, de eerste rector van de nieuwe katholieke universiteit van 1834 (in Rome in 1844 en 1854, grafmonument in de Leuvense Sint-Pieter), over de Leuvense theologen op het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) die zo’n grote invloed hadden dat men het concilie ook wel het Eerste Leuvense Concilie noemde, over moderne professoren als de neolatinist Jozef IJsewijn of de archeoloog Louis Reekmans, Leuvenaar van geboorte en groot deskundige van de catacomben. Reeds in de zestiende eeuw had een andere Leuvenaar, Philippus van Winghe, de eerste catacomben verkend en er ook zijn naam achtergelaten.
Enkel nog dit voor de echte liefhebbers: sla de hoek Tiensestraat-Vesaliusstraat om in de richting van de laatste. Draai u tien meter verder om en u kijkt recht in een tiara, een glasraam van Leo XIII. We zitten hier in domein van kardinaal Mercier die achter een hek zijn monument heeft (nog altijd zichtbaar vanaf de Vesaliusstraat). Deze kardinaal, die in de Vlaamse Beweging een slechte naam heeft verworven, was de eigenzinnige bezieler van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (nu in de Tiensestraat, waar een Tweede standbeeld van hem staat).
Als kardinaal en aartsbisschop van Mechelen zou hij het de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog knap lastig maken. In volle oorlog, in 1916, trok hij naar Rome om in S. Giuliano de mis te vieren. Eigenzinnig dus. Een derde borstbeeld vindt u op een zijgevel van de Centrale Universiteitsbibliotheek (kant Herbert Hooverplein). Je bestijgt de eerbied afdwingende trap tot in de leeszaal. In de achterzaal van deze, de zgn. bibliografische zaal, vindt u een vierde portret, nu geschilderd, ten voeten uit. U raadt al waar dat portret werd gepenseeld. Juist ja, de zusterstad, de enige echte Stad, Rome.
www.leuven.be
Tekst: Michiel Verweij
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 24 juni 2008. Bekijk het origineel.

