In 1961 ontdekten archeologen op de Palatijnse heuvel de eerste resten van wat later het woonhuis van keizer Augustus zou blijken te zijn. Aan de hele site en vooral aan de fresco’s van keizer Augustus’ voormalige villa werd de voorbije drie decennia flink gepuzzeld en geknutseld. Sinds begin deze maand is het Casa di Augusto toegankelijk voor het publiek. Zelden was de oudheid zo tastbaar, nooit eerder, ook niet in Nero’s Gouden Huis, was de geest van een Romeinse keizer zo nabij. Augustus bleef tot zijn dood wonen in dit eerder eenvoudige huis op de Palatino. Een gedeelte van de woning werd, na een verwoestende blikseminslag in het jaar 3, omgebouwd tot tempel voor Apollo. De kamers zijn bedekt met fresco’s waarvan grote delen na al die eeuwen intact zijn gebleven. De waarheidsgetrouwe friezen en portretten zijn hoofdzakelijk vervaardigd in de kleuren vermiljoen, oker en smaragdgroen. Maar wie deze archeologische parel wil bezoeken, moet wel enkele hindernissen overwinnen.
De keizerlijke woning bevindt zich op de Palatijnse Heuvel, in wat nu het archeologisch gebied is tussen het Forum Romanum en het Circus Maximus. In 42 voor Christus kocht Augustus, die toen nog Octavianus heette, op die plek een huis van de patriciër Quintus Hortensius. De door Julius Caesar aangenomen zoon was toen nog geen keizer. Toen hij Caesar opvolgde kocht hij ook de aanliggende panden en maakte van het geheel zijn officiële residentie, waar hij tegelijk woonde en werkte. De nu geopende vertrekken bleven zijn privé-kamers. Het complex is alles samen zo’n 12.000 vierkante meter groot en telt twee verdiepingen. Bij de eerste opgravingen in 1961 werd snel duidelijk dat het ging om de Domus Augusti, waarvan Suetonius melding maakt, al zou het duren tot de jaren zeventig vooraleer men de omvang van de ontdekking begreep. Het uitgraven van de vondst duurde erg lang, omdat in het jaar 3 het huis zwaar beschadigd werd door brand. De latere keizer Domitianus bouwde er een nieuw paleis bovenop. De woonvertrekken van Augustus lagen verborgen onder een flinke laag puin. Drie decennia is er gegraven, gestut en gepuzzeld om de verbrokkelde fresco’s van Augustus’ huis weer op hun juiste plaats te krijgen. Het resultaat is adembenemend met tweeduizend jaar oude kleuren die zo helder zijn alsof ze gisteren zijn aangebracht: diep Pompeïaans rood, okergeel en kobaltblauw.
Na het trotseren van een – tot nog toe beperkte – file voor het betreden van de Palatijnse heuvel of het Forum Romanum (zoals je recent las moet je sinds kort ook voor deze laatste archeologische park betalen) kan je bij het begin van de Palatijnse heuvel best de geïmproviseerde (lasergeprinte) bordjes volgen. Niemand heeft blijkbaar al tijd gehad om deftige bewegwijzering te voorzien, maar goed. In de Romeinse tijdrekening betekent drie weken helemaal niets. Voor wie zich op de Palatino niet goed kan oriënteren vormen de bordjes in ieder geval een onmisbaar hulpmiddel.
In een uithoek van de Palatijnse heuvel word je tegengehouden door een vriendelijke maar kordate wacht: vanaf hier krijg je slechts met kleine groepjes toegang tot de site. Als dat na een kwartiertje lukt (er waren amper 10 wachtenden voor ons) bots je al gauw weer op een tweede beambte. “Slechts vijf mensen per keer signore”. Opnieuw wachten dus, tot het eerdere bezoekers belieft zich terug naar de uitgang te begeven. Na nog eens 20 minuten mogen we verder. Het archeologische heiligdom nadert. Maar om je eerste passen in de met mozaiëken en nog steeds zeer kleurrijke tegels versierde kamers te zetten, moet je weeral wachten.
Al sta je niet op een saaie plek. Augustus wist waar hij bouwde. Zoals bekend is het uitzicht op Rome vanop de Palatijnse heuvel adembenemend. Je kan je meteen levendig voorstellen hoe Augustus vanuit zijn huis de wagenrennen op het Circus Maximus kon volgen. Het huis staat overigens precies boven de Lupercale, de recent aangetroffen grot waar Romulus en Remus door de wolvin zouden zijn gezoogd. Sinds de presentatie van deze wereldvondst maken Romeinse archeologen onderling ruzie over de vraag of het wel echt de mythische plek is. Feit is dat Augustus zijn huis bouwde op de plaats waar de Romeinen jarenlang de stichter van hun stad Romulus hebben aanbeden. Dat is geen toeval. Augustus deed dat, omdat hij zichzelf, in navolging van Romulus, als de nieuwe stichter van Rome beschouwde: de man die aan de wieg stond van de Pax Romana, de periode van vrede en rust in het Romeinse rijk, die uiteindelijk tweehonderd jaar zou duren.
Dan is het grote moment aangebroken. Terwijl je stond te wachten heb je al een paar borden met uitleg kunnen lezen of al eens binnengekeken in één van de kamers die zich achter een dikke glasplaat aan de buitenwereld toont. Als je eindelijk de eerste stappen zet in het Casa di Augusto is dat natuurlijk een openbaring. De eeuwen vallen letterlijk op je neer. Fotograferen is toegelaten als je geen flitslicht gebruikt. Er is niemand die zijn of haar fototoestel niet bovenhaalt. Wat direct opvalt aan de woning is de bescheiden omvang van de vier ruimten. Volgens archeologen past dit in het beeld dat bestaat van de keizer die protserigheid en praal in zijn persoonlijke leven vermeed. De bezoeker betreedt het huis via een hal waarachter zich ooit ook een trap bevond. Naast deze ruimte is de ontvangstkamer die weer geflankeerd wordt door de slaapkamer. De hal heeft een tongewelf dat helemaal opnieuw is nagemaakt en waarop vele fragmenten van de verbrokkelde fresco’s na lang puzzelen zijn teruggeplaatst. In de ontvangst- en eetkamer is het rood van een verpletterende helderheid. In de slaapkamer dansen de nimfen op de muren.
Via een metalen buitentrap komt de bezoeker terecht bij de studeerkamer van Augustus. De keizer koos de hoogste kamer met het mooiste uitzicht als zijn studeerplek. Suetonius omschrijft die als een geïsoleerd vertrek op de bovenste verdieping, dat Augustus zijn ‘atelier’ noemde en waar hij zijn toevlucht nam ‘wanneer hij eens rustig wilde werken zonder lastiggevallen te worden’. Na de restauratie heeft dit vertrek weer min of meer zijn oorspronkelijke karakter terug, met helder beschilderde wanden en een booggewelf waarin de overgebleven resten van de plafondschilderingen zijn aangebracht. Recht daaronder ligt een kubusvormige ruimte met wandschilderingen die bijna volledig intact zijn gebleven. Ook hier zijn heel fijn geschilderde ornamenten, vazen, kransen en afbeeldingen van dieren te zien, waaronder zwanen in pastelkleuren. De elegantie waarmee vrouwenfiguren zijn neergezet is ongekend. Het is moeilijk te geloven dat dit vakwerk reeds tweeduizend jaar geleden werd verwezenlijkt. De schilderingen getuigen van het grote kunstenaarschap van de Romeinse artiesten. Een vakmanschap dat later helemaal verloren zou gaan. Pas met de vondst van de vroegere Romeinse villa’s zou deze kunst in de Renaissance weer herleven.
Gaius Julius Caesar Octavianus in het Latijn gespeld als GAIVS IVLIVS CAESAR OCTAVIANVS, bekend geworden als keizer Augustus (Rome, 23 september 63 v. Chr. – Nola, 19 augustus 14 n. Chr.), was de eerste princeps van 27 v. Chr. tot 14 n. Chr. Zijn moeder was een nicht van Gaius Julius Caesar. Na het overlijden van Octavianus’ vader hield Caesar zich bezig met de opvoeding van het kind. Julius Caesar adopteerde Octavianus bij testament als zoon en maakte hem tot hoofderfgenaam. De oorspronkelijke naam Gaius Octavius Thurinus werd na zijn adoptie Gaius Julius Caesar (Octavianus). Na de moord op Julius Caesar door Brutus en Cassius in 44 v. Chr., ontbrandde in Rome een hevige machtsstrijd tussen Marcus Antonius (magister equitum – rechterhand – van Caesar), legeraanvoerder Marcus Aemilius Lepidus en de toen 18-jarige Gaius Julius Caesar Octavianus. Zij besloten Rome vijf jaar lang gezamenlijk te leiden als het zogenaamde Tweede Triumviraat. Hierdoor zetten ze in feite de senaat buiten spel.
Augustus wilde oorlog en onrust in het Romeinse Rijk vermijden. Hij deed dit ondermeer door wege
n aan te leggen waardoor het Romeinse leger snel kon oprukken om opstanden de kop in te drukken. De handelsvloot werd beschermd tegen piraten door Augustus’ vloot. Deze vredige periode, die 300 jaar zou duren, werd de Pax Augusta genoemd, naar analogie met de Pax Romana die naar absolute vrede streefde. Augustus vond dat er alleen maar vrede kon heersen in een behoorlijk begrensd rijk dat ten dienste moest staan van een schitterende economische en culturele ontwikkeling. De handel, de industrie en de landbouw namen in deze periode een bijzonder hoge vlucht rond de Middellandse Zee.
Keizer Augustus stierf in 14 n. Chr. tijdens een reis naar Campanië. Hij was 76 jaar oud en had 45 jaar geregeerd. Een zelfgeschreven overzicht van zijn daden (Res Gestae divi Augusti) werd als inscriptie voor zijn mausoleum en op andere plaatsen in het Romeinse Rijk aangebracht. Onze maand augustus werd naar deze keizer genoemd. Ook het woord ‘oogst’ is afgeleid van augustus. Voordat de maand naar keizer Augustus genoemd werd, droeg ze de naam Sextilis, de “zesde maand”.
Maar terug naar de Palatijnse heuvel. Uit respect voor de wachtenden, van wie je weet dat ze verderop geduldig staan aan te schuiven, maak je een bezoek aan de vroegere woning van Augustus niet te lang. Hoe interessant dit bezoek ook was, we vrezen de dag dat hier echt grote groepen komen opdagen. De al bij al toch vrij lange wachttijd in drie etappes, zelfs half maart in een relatief kalme periode, en de beperkte toegang tot de Casa di Augusto zullen er helaas voor zorgen dat veel mensen hier op hun honger zullen blijven zitten.
Zoals tegenwoordig in Rome steeds vaker het geval is (Sint-Pietersbasiliek, Vaticaanse Musea, belangrijke tentoonstellingen, Colosseum…), geldt ook hier voorlopig slechts één remedie: kom vroeg, heel vroeg. Meer zelfs, probeer bij de eersten te zijn die zich toegang tot het Forum verschaffen en zet meteen koers naar je bestemming. Je ticket (kostprijs: 11 euro) is 48 uur geldig en tegelijk ook goed voor een toegang tot het Colosseum en de Palatino. Rondwandelen kan je dus nog lang genoeg en in deze omgeving is echt te veel te zien om je kostbare tijd zomaar te verprutsen door in lange wachtrijen te staan. Ook al is het dan voor één van de meest opzienbarende Romeinse vondsten in lange tijd.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 31 maart 2008 op het Romenieuws-archief.

