Italiaanse kunststeden heffen taks om begrotingsgat te helpen dichten

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Italiaanse (kunst)steden krijgen vanaf volgend jaar toestemming van de regering om een toeristentaks in te voeren. Rome, Firenze en Venetië hebben al verklaard dat ook effectief te zullen doen. Wie in die steden overnacht zal tot 5 euro per dag extra moeten betalen. De nieuwe taks, die in de praktijk toepasbaar is op alle toeristen die in Italiaanse hotels en op campings verblijven, is optioneel, wat wil zeggen dat de steden ze niet moeten invoeren wanneer ze dat zelf niet willen. De nieuwe belasting geldt zowel voor buitenlandse als voor Italiaanse toeristen. ‘De steden kunnen zelf beslissen de belasting alleen op vaste momenten in het jaar te heffen of bepaalde plekken, zoals jeugdherbergen, uit te sluiten van de maatregel. De Italiaanse premier Romano Prodi denkt met de taks zowat 30 miljard euro per jaar te kunnen verdienen aan buitenlandse toeristen. Dat geld moet worden besteed aan de verbetering van de toeristische infrastructuur en de toeristische diensten.

Rome, Firenze en Venetië hebben dus al laten weten dat zij de taks zullen toepassen. Andere, waaronder Napels, zeggen dat ze dat niet zullen doen, aldus de Italiaanse minister van Cultuur en oud-burgemeester van Rome, Francesco Rutelli. Het is uitkijken wat andere steden zullen doen en dan vooral ook zakensteden zoals Milaan. Maar zelfs al blijft de “opbrengst” beperkt tot Rome, Venetië en Firenze, zal de kassa hoe dan ook rinkelen. Samen boeken de drie steden tientallen miljoenen overnachtingen per jaar. De eindafrekening is dus vlug gemaakt. Gemakkelijkheidshalve wordt vergeten dat een toerist die pakweg vijf dagen blijft, de 25 euro die hij al kwijt is, ergens anders niet meer zal uitgeven. De jongste maanden wordt er in de Romeinse horeca, en dan vooral op de duurdere terrassen aan de Piazza Navona, flink geklaagd dat toeristen minder geld spenderen dan vroeger of zelfs helemaal niet meer komen. Met het invoeren van dergelijke taksen gaat de overheid die terugval zeker niet oplossen.

De opbrengst van de nieuwe taks zou moeten dienen voor het verbeteren van de toeristische diensten en infrastructuur. De nieuwe maatregel, die door toeristen alles behalve positief zal worden onthaald, heeft alles te maken met het enorme gat in de begroting van de centrumlinkse regering van de nieuwe premier Romano Prodi. Momenteel bedraagt het Italiaanse begrotingstekort ongeveer 4 procent van het bruto nationaal product (BNP), dat is flink wat meer dan de door de EU opgelegde limiet van 3 procent voor de landen van de eurozone.

De Italiaanse regering staat deze dagen erg wankel, uitsluitend door onenigheid over de begroting voor volgend jaar. Sommige partijen zien de geplande besparingen niet zitten. Andere waarschuwen dat de belastingen niet omhoog kunnen. Op de achtergrond kijkt Europa toe of Rome zijn beloftes wel nakomt. Vooral de besparingen liggen erg gevoelig in de regering, een coalitie van acht linkse en centrumpartijen. De actuele crisissfeer belemmert echter de sanering van de overheidsfinanciën. Het voortdurende geruzie ondermijnt de toch al bonte regeringscoalitie. Die beschikt over een meerderheid van slechts één zetel in de Senaat. In de Kamer is er een wat comfortabeler meerderheid van 30 zetels. Waarnemers sluiten niet uit dat de jonge regering Prodi snel zal vallen. Prodi is pas sinds eind mei aan de slag als premier, na zijn nipte zege op Silvio Berlusconi. Prodi beloofde het begrotingstekort volgend jaar hoe dan ook terug te schroeven tot 3 procent van het bruto binnenlands product. Europa verwacht dat dit niet lukt als Prodi zijn coalitie krampachtig probeert samen te houden door toe te geven aan de eisen van zijn partners.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 3 oktober 2006 op het Romenieuws-archief.