Het plan van de Italiaanse regering-Prodi, om een toeristenbelasting in te voeren (zie onze Nieuwsbrief van 2 oktober 2006), gaat niet door. De voorbije weken groeide in de meeste steden en gemeenten, zeg maar van Milaan tot Messina, forse kritiek op de geplande taks. Vooral de toeristische sector liet flink van zich horen. De bedoeling was dat toeristen in Italië per dag verblijf 2 tot 5 euro extra taks moesten betalen. De opbrengst van de nieuwe taks had – althans in theorie – moeten dienen voor het verbeteren van de toeristische diensten en infrastructuur. Maar in werkelijkheid had het plan alles te maken met het enorme gat in de begroting van de centrumlinkse regering van premier Romano Prodi. Die moet nu op zoek naar andere inkomsten.
Opluchting in de reissector: wie volgend jaar naar Italië reist, zal dan toch geen toeristenbelasting moeten betalen. De Italiaanse Kamer heeft de aangekondigde taks van tafel geveegd tijdens de begrotingsbespreking. Premier Romano Prodi lanceerde het plan voor een nieuwe toeristentaks begin oktober. Kleine steden zouden buitenlandse én binnenlandse toeristen 2 euro per dag mogen aanrekenen voor een verblijf in een hotel of een kampeerterrein, grotere steden 5 euro per dag. Prodi wilde op die manier zo’n 30 miljard euro “verdienen”, bestemd voor de verbetering van de toeristische infrastructuur. De steden Rome, Florence en Venetië lieten al meteen weten dat ze de taks wilden invoeren. Napels was tegen.
Touroperators en reisorganisatoren schreeuwden de daaropvolgende weken moord en brand. Maar ook in de regeringscoalitie van Prodi zelf was niet iedereen enthousiast. Dat bleek dinsdag overduidelijk, toen de Kamer het plan verwierp. “Deze taks had onze toerismesector in aanzienlijke moeilijkheden gebracht”, geeft nu ook vice-premier Francesco Rutelli toe. Rutelli is vroeger zelf nog burgemeester van Rome geweest.
De krant La Repubblica schreef eerder al dat niet alleen reisbureaus en hoteluitbaters, maar ook veel Italiaanse burgemeesters volledig tegen de belasting waren gekant. Velen hadden – allicht terecht – schrik dat Italië op die manier veel bezoekers aan de internationale concurrentie zou kwijtspelen. En een deuk in de toerisme-industrie wordt vooraleer je het beseft een gat in de nationale economie, menen de critici.
Bernabi Bocca, de voorzitter van de hotelvereniging Federalberghi, had het in de pers zelfs over een vorm van economische zelfverminking. “In plaats van in de toerist een belangrijke bron van inkomsten te zien, zal de vakantieganger door onze regering worden uitgeperst als een citroen”, zo klonk het ook bij de toeristische dienst Assoturismo.
Zover komt het nu dus gelukkig niet. Blijft de vraag welke nieuwe konijntjes Prodi en zijn ploeg in de nabije toekomst uit hun hoed gaan toveren om het hoogst noodzakelijke geld in het laatje te krijgen. Wat met dit alles blijft de Italiaanse staatskas nog steeds even leeg.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 19 november 2006 op het Romenieuws-archief.

