De Italianen maken ruzie over de vraag of de traditionele militaire parade op 2 juni, de nationale feestdag, al dan niet doorgang moet vinden. Op internet zijn tienduizenden handtekeningen ingezameld van mensen die vinden dat het geld beter kan worden besteed aan de slachtoffers van de recente aardbevingen in Noord-Italixeb.
Twee oppositiepartijen, IDV en Lega Nord, hebben zich achter het idee geschaard. De partij PDL van ex-premier Silvio Berlusconi noemde hen jakhalzen die zich achter de tragedie van de aardbeving verschuilen om hun antimilitaristische en antinationale gevoelens te laten botvieren. Volgens de voorstanders van het jaarlijkse ceremonieel is het geld allang uitgegeven. President Giorgio Napolitano (86) heeft geprikkeld op de “gexefnstrumentaliseerde en absoluut tweederangsdiscussie” gereageerd. Volgens het hoogbejaarde staatshoofd kunnen de Italianen zich beter concentreren op de hulpverlening na de aardschokken, die dinsdag opnieuw 17 mensenlevens eisten.
De Festa della Repubblica Italiana (het Feest van de Italiaanse Republiek) herinnert aan het referendum op 2 juni 1946. Een meerderheid van de Italianen sprak zich toen uit voor de afschaffing van de monarchie, nadat de koninklijke familie zich had gecompromitteerd door 20 jaar samen te werken met de fascisten. Na de militaire parade op de Via dei Fori Imperiali legt de president een krans neer op de Altare della Patria, ook bekend als het Vittoriano, het statige witte nationale monument aan de Piazza Venezia.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 31 mei 2012. Bekijk het origineel.

