De Italiaanse Kamer van Afgevaardigden heeft een nieuwe wet aangenomen, waardoor er niet langer een onderscheid wordt gemaakt tussen een product zoals marihuana en een harddrug zoals heroïne of cocaïne. Er wordt dus geen verschil meer gemaakt tussen zware en lichte drugs, wat uiteraard ook een aanzienlijke invloed heeft op de straffen die worden toegepast bij een eventuele betrapping… Die straffen waren vroeger al niet mis maar op handel in marihuana en heroïne staat voortaan dus dezelfde boetedoening: 6 tot 20 jaar cel en financiële boetes die variëren van minimaal 26.000 tot maximum 260.000 euro per overtreding. Van gebruikers worden het paspoort, rijbewijs of verblijfsvergunning afgenomen.
De wet, waarvoor vooral de uiterst rechtse regeringspartij Nationale Alliantie zich heeft ingespannen, is niet erg goed uitgewerkt. Zo is het onduidelijk wanneer er sprake is van eigen gebruik en wanneer van handel. De rechter van dienst moet voorlopig zelf maar uitmaken welke hoeveelheid drugs zou kunnen wijzen op handel en welke portie je zou kunnen bestempelen als eigen gebruik. Dit zet de deur open naar willekeurige berechting. De wet is, met het oog op de verkiezingen van 9 april, in allerijl aangenomen, nog net voordat het parlement werd ontbonden. Eerder werd op de valreep nog een andere spraakmakende wet aangenomen, op grond waarvan burgers voortaan straffeloos op indringers mogen schieten met vuurwapens.
De oppositie spreekt schande van het nieuwe drugsbeleid, waarbij overigens ook een aantal hulpverleners vraagtekens plaatsen. Volgens hen vergemakkelijkt het opheffen van het onderscheid het overstappen van soft- naar harddrugs en profiteert vooral de drugsmaffia van het nieuwe verbod. In de peilingen staat de oppositie niettemin nog steeds op winst, dit ondanks de inspanningen van premier Berlusconi, die al wekenlang het Italiaanse televisiescherm monopoliseert. Maar volgens de premier staan de opiniepeilers op de loonlijst van “links” en is hijzelf het “slachtoffer van de buitenlandse pers”, “die haar slechtste journalisten naar Rome zou sturen”.
Volgens de meest recente peiling, in de krant La Repubblica, kan de centrumlinkse alliantie van Romano Prodi rekenen op 51,4 procent van de stemmen. Het centrumrechtse kamp van Berlusconi moet het stellen met 46,4 procent. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Gianfranco Fini sluit intussen een “grote coalitie” naar Duits voorbeeld uit indien de verkiezingsuitslag geen duidelijke winnaar oplevert. Volgens hem moeten er in dat geval nieuwe verkiezingen komen. Italië trekt op 9 en 10 april naar de stembus. Romano Prodi was van 1996 tot 1998 al eens Italiaans premier. Sinds 2001 is Silvio Berlusconi aan het bewind.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 6 maart 2006 op het Romenieuws-archief.

