Het getto van Rome, zoals het eruitzag omstreeks 1800, met name de periode vooraleer het grootste gedeelte van de wijk werd gesloopt, is digitaal gereconstrueerd in 3D. Het is de eerste keer dat in Rome het verleden van een volledige wijk digitaal werd heropgebouwd. Voor de beelden baseerden de wetenschappers zich op documentaire bronnen uit de Joodse gemeenschap, iconen, schilderijen, oude foto’s, stedenbouwkundige plannen en topografische kaarten uit die tijd. Het project werd gefinancierd via een overeenkomst met de stichting Rothschild. De toepassing met de beelden zal voorlopig enkel kunnen bekeken worden in het Joodse museum. Dat bevindt zich in de wijk, net naast de synagoge.
Het al bij al kleine getto zat ingesloten tussen Palazzo Cenci ten westen en het theater van Marcellus in het oosten, de Via del Portico d’Ottavia ten noorden en de Tiber in het zuiden. Van het vroegere getto blijft zoals verteld nauwelijks iets over. Als je vanaf Piazza Mattei, dat is het pleintje met de fraaie Schildpaddenfontein, de straat in de verste hoek links neemt kom je in de Via della Reginella. Dat is enige straat die nog bestaat van het oude getto.
Die werd, vooraleer het getto werd afgebroken, nog toegevoegd onder paus Leo XII (1823-1829). Om deze straat te kunnen afsluiten werd op de hoek met Piazza Mattei een groot hek geplaatst. Dit verving het oude hek dat sinds 1555 op het einde van de straat als afsluiting fungeerde. Dit was een van de vijf poorten van de joodse wijk. Paulus IV Carafa (1555-1559) vaardigde op 12 juli 1555 een bul uit waarvan de eerste zin luidde: ‘Het is absurd dat de joden die door hun eigen schuld door God veroordeeld zijn tot eeuwigdurende slavernij, aanspraak mogen maken op de liefde der christenen’. Hij liet hun wijk dus ommuren zodat er een getto ontstond.
De benaming ‘getto’ is ontleend aan de Venetiaanse wijk Ghetto Nuovo. Ghetto komt van gheta, in het Venetiaanse dialect het woord voor slak, het restproduct van een ijzergieterij. Op de plaats waar de Venetiaanse joden sinds 1516 gedwongen woonden, was namelijk eerder een ijzergieterij gevestigd. Het Venetiaanse Ghetto gaf zijn naam aan andere getto’s in de wereld.
De muur die de paus in Rome liet bouwen liep vanaf de Ponte Fabricio (Tibereiland) langs de Via del Portico d’Ottavia en Piazza delle Cinque Scole. De poorten gingen ’s morgens vroeg open en ’s avonds weer dicht. In 1656 woonden er vierduizend joden in het Romeinse getto dat pas in 1848 verdween.
Onder het zingen van de Marseillaise werden in 1798 de poorten afgebroken, maar na het vertrek van de Fransen werd de vroegere toestand terug hersteld. Toen paus Pius IX de muren definitief liet afbreken, moest hij dat ’s nachts laten doen om de protesten van de Romeinen niet te laten te ontsporen. In 1888 werd een groot deel van de oude wijk afgebroken. Tot 1870 was het joden in Rome niet toegestaan grond te bezitten, enig beroep uit te oefenen of deel te nemen aan het openbare leven.
Het oudste, historische bewijs van de aanwezigheid van een joodse gemeeenschap in Rome dateert van 159 v. Chr., waarmee het de oudste is in het westen. Toen stuurde krijgsleider Judas Makkabeüs een ambassadeur naar Rome om een samenwerkingspakt af te sluiten. Dat is het allereerste verdrag van die aard dat werd afgesloten door de Romeinen.
De overeenkomst was geen eeuwige garantie voor vrede, want in 63 v. Chr. werd Jeruzalem veroverd door Pompeius en in 70 v. Chr. vernietigde keizer Titus de stad en de tempel, wat het einde betekende van de Joodse natie. De joden moesten twintig eeuwen wachten, tot 1948, om weer een eigen soevereine staat te hebben.
De joden van Rome hebben een lange en treurige geschiedenis achter zich die des te tragischer is omdat zij hier tijdens de middeleeuwen een betrekkelijke vrijheid genoten. De eerste pogroms in Europa dateren uit de elfde eeuw. Tot de komst van het eerste milennium was het nooit bij de bisschoppen opgekomen de joden dwars te zitten.
Christus had immers gewaarschuwd dat pas in de eindtijd het onkruid tussen het graan gewied mocht worden en in het vuur verbrand. Met het nieuwe millennium kregen de gespannen kerkleiders plotseling het idee dat het onkruid (ketters en joden) om hen heen uit de grond schoot.
Zo kwam men tot de eerste bloedige vervolgingen, wat niet betekent dat er eerder geen gruwelen gebeurden tegen de joden. Die hadden dan echter vooral economische motieven zoals hun betrokkenheid bij de slavenhandel ten behoeve van de Arabieren.
In de twaalfde eeuw bracht een tot het christendom bekeerde joodse familie, de Pierleoni, zelfs een tegenpaus voort, Anacletus II (1130-1138) die in de San Marco-kerk verkozen werd. Hij werd ‘il papa del ghetto’ genoemd.
Hoewel hij de steun had van Rome en de Noormannen in Sicilië moest de paus vluchten naar de Engelenburcht die hij niet meer zou verlaten. De joden hadden zich eerst in Trastevere gevestigd, maar tijdens de dertiende eeuw verhuisden ze massaal naar de linkeroever van de Tiber.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 20 december 2014. Bekijk het origineel.

