Kunstwerken in de Kapucijnenkerk gerestaureerd; kerk opnieuw open voor publiek

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Een tijd geleden hadden we het over de lugubere crypte in de kerk van de Kapucijnen aan de Via Vittorio Veneto 27. Vandaag staan we even stil bij de kerk zelf, de Chiesa di Santa Maria Immacolata dei Cappuccini (di Via Veneto) of de Chiesa Santa Maria della Concezione. Alle fresco’s en stucwerk werden de voorbije twee jaar gerestaureerd en de fraaie barokke kerk opende zopas opnieuw de deuren voor bezoekers. De werkzaamheden slorpten 2 miljoen euro op maar het resultaat is de moeite. Het schilderwerk van onder meer Guido Reni, Pietro da Cortona, Domenichino en andere meesters uit de zeventiende eeuw is weer in volle glorie te bewonderen. Ook het prachtige houten kruisbeeld, waarvan het ontwerp wordt toegeschreven aan Michelangelo, kreeg een opknapbeurt, net als de fraaie plafondfresco’s. Het hoofdaltaar zou vervaardigd zijn van marmeren blokken die overbleven na de bouw van de Sint-Pietersbasiliek. Door het nauwgezette restauratiewerk is vrijwel elk belangrijk detail van de oorspronkelijke kunstwerken en fresco’s weer in ere hersteld. In totaal kregen ruim 2.000 m² muurschilderingen, fresco’s en stenen hun originele kleuren terug.

Tijdens de restauratie werd ook een schilderij van Domenichino voor het eerst sinds eeuwen weer helemaal zichtbaar. Het doek dat Franciscus van Assisi afbeeldt, werd vele jaren lang beschouwd als een klassiek werk maar was in een zodanig slechte staat dat je bij wijze van spreken nauwelijks kon zien wat erop geschilderd was. Tijdens de reiniging verschenen echter plots de fraaie buitengewone kleuren en werd duidelijk dat men hier één van de beste Domenichino’s ooit in handen had. Het is allicht voor het eerst sinds eeuwen dat het weer kan worden bekeken zoals de schilder het destijds ook heeft gezien.

Tot vóór de aanleg van de Via Veneto lag deze kerk te midden van het groen. Het was een passender omgeving voor een kapucijnenklooster dan de hedendaagse drukte. De kapucijnen zijn de bedelmonniken van de orde der franciscanen die sinds 1619 een afzonderlijke orde vormen, ze dragen een bruine pij met puntkap en gaan blootsvoets. Toen Antonio Barberini, kapucijn en jongere broer van Urbanus VIII (1623-1644), in 1624 kardinaal werd, besloot hij hier een kerk met bijpassend klooster te bouwen voor zijn orde. De pauselijke broer (Maffeo Barberini) gaf daartoe een geldelijke bijdrage, maar ook andere hoogwaardigheidsbekleders wilden er altaren laten versieren, teneinde bij de familie Barberini op een goed blaadje te komen. Dit ging zelfs zo ver dat de kapucijnen moesten smeken om hun kerk niet te veel opsmuk te geven, wat hen echter niet belette om voor de altaardoeken een beroep te doen op de grootste schilders, zoals Guido Reni, Domenichino en schilders van de nieuwe generatie zoals Pietro da Cortona en Andrea Sacchi. Architecturaal is de kerk, in overeenstemming met de regel, nog vrij eenvoudig in grote tegenstelling tot de barok van die tijd.

De eerste kapel bevat de zeer mooie ‘de Aartsengel Michaël overwint de draak’, een werk van Guido Reni (1575-1642). Tijdens de negentiende eeuw was dit schilderij een absolute ‘must’ voor alle toeristen. Het verhaal wil dat het gezicht van de duivel onder de voet van de engel een portret is van de latere Innocentius X Pamphili (1644-1655) aan wie de kunstenaar kennelijk een hekel had. Toen de toenmalige kardinaal de meester om uitleg vroeg verklaarde Reni ‘de engel kon ik niet zien, die heb ik dus naar mijn verbeelding geschilderd, maar de duivel heb ik dikwijls ontmoet en ik schilderde hem zoals ik hem ken’. Het is een van de meest gekopiëerde schilderijen uit de kunstgeschiedenis, in duizenden kerken verspreid over de wereld kan men een kopie van deze Reni vinden.

In dezelfde eerste kapel van het rechter schip, hangt links een merkwaardige ‘Bespotting van Christus’ door de Haarlemmenaar Gerhard Honthorst (1590-1656). Hij was duidelijk een navolger van Caravaggio, in Italië werd hij Gherardo delle Notti genoemd, Gerard van de nachten. Onder dit schilderij ligt pater Mariano da Torino begraven (1906-1972). Hij was de priester die via radio en televisie zijn evangelisatiewerk deed en destijds in heel Italië gekend en gewaardeerd. De tweede kapel rechts bevat tegen de linker muur een ‘Nativiteit’, een werk van Giovanni Lanfranco. De derde kapel rechts toont twee werken van Domenichino (1581-1641). Boven het altaar de ‘Extase van de heilige Franciscus’ en tegen de linker muur de ‘Dood van de heilige Franciscus’. In de vijfde kapel rechts zie je boven het altaar ‘Sint Antonius die een dode opwekt’ door Andrea Sacchi (1599-1661). Sacchi was een alleskunner, hij was schilder, frescoschilder, mozaïekmaker en architect. Als volgeling van Rafaël en Carracci, evolueerde hij na 1640 in sterke mate naar Correggio.

Op het einde van het rechterschip raak je via een cappella di passagio (doorgang) in een ruimte waarin twee monnikcellen werden gereconstrueerd. Die behoorden toe aan twee heilige Kapucijnen, de heilige Crispino da Viterbo en de heilige Felice da Cantalice (1515-1587). Deze laatste was de eerste Capucijner heilige, zijn relieken bevinden zich in de tweede kapel van het linkerschip. Vóór het hoofdaltaar bevindt zich het graf van de stichter van de kerk, de kapucijn en broer van de paus. Het draagt geen naam of titel, enkel in grote diepe letters de Latijnse tekst: ‘hic jacet pulvis, cinis et nihil’ (hier ligt stof, asse, niets). Een gezegde om over na te denken.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 8 april 2014. Bekijk het origineel.