Libië krijgt Venus van Cyrene terug

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi is zaterdag vertrokken naar Libië. Tijdens zijn reis zal hij niet alleen voor ruim 3 miljard euro aan contracten tekenen met de Libische leider Muammar Khadaffi, maar ook de beroemde Venus van Cyrene teruggeven aan de Libiërs. Een officiële datum voor de eigenlijke overbrenging van het beeld is nog niet gekend. De reis moet de wonden helpen helen van het koloniale verleden. Italië veroverde tijdens de oorlog van 1911-1912 Libië van het Ottomaanse Rijk.

In 1913 namen de Italiaanse kolonisatoren de Venus van Cyrene mee, een kostbaar Romeins beeld uit de 2de eeuw dat werd ontdekt in de ruïnes van de Grieks-Romeinse nederzetting van Cyrene aan de Libische kust. Het beeld werd later tentoongesteld in het Museo Nazionale Romano. Sinds de onafhankelijkheid van Libië in 1951 lagen beide landen overhoop over onder meer de teruggave van de Venus. Per wijze van genoegdoening voor het koloniale verleden zal Italië Libië de komende jaren helpen met infrastructurele en andere projecten. Zo wordt in Libië een snelweg langs de kust gebouwd van Egypte naar Tunesië.

Libische koninkrijken onderhielden al contact met het Griekenland van de Oudheid en het kustgebied werd later onder Romeins gezag gebracht. Dat de kustzone in de eerste eeuwen van onze jaartelling veel graan en andere gewassen produceerde blijkt uit schitterende Romeinse steden waarvan de ruïnes in Leptis Magna nog getuigen. In de nadagen van het Romeinse Rijk werd het gebied vanuit Byzantium geregeerd. In de zevende eeuw veroverden de Arabieren de Libische gewesten en brachten ook de islam mee. In de Middeleeuwen breidde het Ottomaanse Rijk zijn invloed uit tot Libië. Formeel bleef nog eeuwenlang de pasja van Tripolitanië de heerser in het gebied, maar een Turkse gouverneur bepaalde meestal de gang van zaken. Totdat in 1835 De Porte gebruik maakte van interne Libische twisten en het land onder direct Ottomaans bestuur plaatste.

Volgens Berlusconi gaat Italië ongeveer 136 miljoen euro per jaar in het Arabische Libië investeren over een periode van 25 jaar. Met een deel van het geld wordt een snelweg aangelegd dwars door Libië van de Tunesische grens naar Egypte. Als tegenprestatie hoopt Italië onder meer dat Libië zijn veiligheidsmaatregelen verscherpt om de stroom illegale immigranten naar Europa in te dammen. Vooral het vlakbij Libië gelegen Italiaanse eiland Lampedusa in de Middellandse Zee gaat gebukt onder de toestroom van Afrikanen.

In 1911 werd Libië inzet van een oorlog tussen het Ottomaanse Rijk en Italië. Italië veroverde na 1911 de gebieden Cyrenaica en Tripolitanië op het Ottomaanse Rijk. In 1912 werd het Verdrag van Ouchy getekend, waarbij de Turken de Italiaanse soevereiniteit erkenden. Aangemoedigd door Mussolini arriveerden in oktober 1938 zo’n 20.000 Italiaanse landverhuizers, om in het woestijnland een bestaan als landbouwer op te bouwen. Deze ventimilli vormden in de beleving van de fascisten de voorhoede van wat in de jaren zestig moest zijn uitgegroeid tot een kernbevolking van 500.000 mensen.

Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog verdreef het Britse leger de Italianen en hun Duitse bondgenoten uit het land. De provincies Tripolitanië en Cyrenaica in het oosten kwamen onder Brits militair bestuur, terwijl in het westen Fezzan onder Frans militair bestuur viel. Dit ging door onder een mandaat van de Verenigde Naties (VN) tot 1950. In 1951 werd Libië onafhankelijk. Khaddafi stuurde in 1970, een jaar na zijn machtsgreep op 1 september 1969, de resterende duizenden Italianen het land uit. Hun bezittingen werden onteigend. De AIRL, de vereniging van die zoheten Rimpatriati dalla Libia, reageerde het voorbije weekend boos omdat voor hén geen compensatie wordt geregeld.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 1 september 2008. Bekijk het origineel.