Marmeren hoofd Septimius Severus verdwenen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Reeds negen maanden geleden, eind november 2009, werd de conservator van Centre Céramique in Maastricht ervan op de hoogte gebracht dat het marmeren hoofd van de Romeinse keizer Septimius Severus verdwenen was uit de vitrine, die stond opgesteld in de gang tussen Centre Céramique en Coffeelovers-De Annex. Na de vermissing is het management en de directie ingelicht en werd intern een onderzoek gevoerd. Daaruit bleek dat de vitrine na de vermissing nog steeds afgesloten was en dat er geen inbraaksporen zichtbaar waren. Ondertussen begon een zoektocht naar het vermiste stuk maar dat leverde geen enkel resultaat op. De museumdirectie roept nu de hulp in van het publiek. Nogal rijkelijk laat als je het ons vraagt.

De vermiste Septimius Severus (keizer van 193-211 na Chr.) is vervaardigd uit Carrara-marmer. Waar het marmeren hoofd precies vandaan komt is onbekend maar het gebruikte materiaal en de stijl wijzen op Italië als land van herkomst. Het beeld is dus geen Maastrichtse bodemvondst maar is voor het eerst gesignaleerd bij de gipsafgietsels van de HBS in Maastricht en later bij de Academie Beeldende Kunsten Maastricht. Sinds het begin van de jaren vijftig maakt het deel uit van de voormalige archeologiecollectie van het Bonnefantenmuseum, die sinds 2004 is ondergebracht in het Centre Céramique. Vanwege de typische krullen lijkt dit portret van Septimius Severus op de Egyptische god Serapis. Omstreeks 204 na Chr. liet de keizer een tempel voor deze god aanleggen op de Quirinaal, één van de zeven heuvels waarop Rome is gebouwd. Omstreeks datzelfde jaar werden diverse vergelijkbare portretkoppen verspreid in het Romeinse rijk. Eén van deze koppen is uiteindelijk in Maastricht beland.

Een interne zoektocht in de verschillende depots leverde enkel op dat het marmeren kunstwerk effectief vermist was. Tot die conclusie kwam men pas op 12 maart 2010, toen zowel bij de politie, als bij het Art Loss Register, een databank voor vermiste kunstvoorwerpen, aangifte werd gedaan. De gang tussen de gebouwen is in 2005 verbouwd naar een ontwerp van bureau Coenen, met de bedoeling om in vitrines die langs de gangzijde staan opgesteld, archeologische voorwerpen uit de  Bonnefantencollectie te tonen. De vitrines zijn hiervoor speciaal vervaardigd. De collectie is in 2004 door de stad Maastricht van het Bonnefantenmuseum overgenomen. Maastricht heeft Centre Céramique vervolgens de opdracht gegeven deze collectie op een aantrekkelijke manier te presenteren aan het publiek.

Zowel in Centre Céramique, als in de Annex wordt de Bonnefantencollectie toegankelijk en zichtbaar gemaakt. Centre Céramique heeft de volledige verzameling opnieuw geïnventariseerd, herverpakt, op vondstcategorieën gesorteerd en ingevoerd in een museumregistratiesysteem. De collectie wordt ook gebruikt voor eigen tentoonstellingen, zowel in tijdelijke, als in permanente opstellingen. Dit is een uitdrukkelijke opdracht van de Provincie Limburg, die destijds aan de verbouwing van Centre Céramique fors heeft meebetaald. Het marmeren hoofd van Septimius Severus stond in een (semi)permanente opstelling.

Sinds de verdwijning zijn verschillende maatregelen genomen. Andere waardevolle stukken uit de bewuste vitrine zijn verwijderd, het sleutelprotocol is bekeken en aangescherpt, net als de toegankelijkheid van Centre Céramique in het algemeen (ook voor elektronische sleutelhouders). Ook werd bij een tweetal andere Limburgse musea bekeken hoe het zat met hun vermissingsprotocol annex diefstalprotocol. Het toezicht is ondertussen aangepast, evenals de beveiligingsmaatregelen, ook bij tijdelijke tentoonstellingen.

Lucius Septimius Severus werd geboren in de Noord-Afrikaanse stad Leptis Magna, op 11 april 145 en stierf in Eboracum in Brittannia, op de plaats waar tegenwoordig de stad York ligt, op 4 februari 211. Hij was keizer van Rome van 193 tot 211. In 187 trouwde hij met de rijke Syrische prinses Julia Domna. Het was zijn tweede huwelijk. In 188 en 189 kregen zij twee zoons, de toekomstige keizer Caracalla en medekeizer Geta. In 190 werd Severus tot consul gekozen. Toen Pertinax op 28 maart 193 werd vermoord was hij gouverneur van Boven-Pannonia. Dit betekende het begin van de Burgeroorlog van 193-197. Geschokt door de walgelijke manier waarop in Rome het keizerschap per opbod was verkocht aan de hoogste bieder, Didius Iulianus, riepen zijn troepen slechts 12 dagen later, op 9 april, Severus uit tot keizer van Rome.

Tegelijkertijd hadden ook troepen in andere gedeelten van het keizerrijk om dezelfde reden ook hun commandanten tot keizer uitgeroepen: Clodius Albinus (gouverneur van Britannia) en Pescennius Niger (gouverneur van Syrië). Maar meer legioenen steunden Severus en hij was ook het dichtst bij Rome. Binnen enkele maanden had Severus Rome bereikt en werd Julianus afgezet en vervolgens, op 2 juni, geëìuteerd. De moordenaars van Pertinax werden opgespoord en eveneens terechtgesteld.

Severus moest nu orde op zaken stellen met de twee andere uitgeroepen keizers. Na vrede gesloten te hebben met Clodius Albinus door hem de titel Caesar aan te bieden, kon hij zich concentreren op Pescennius Niger in het oosten. Na een bloedige strijd in Cilicia was in 194 het gehele keizerrijk onder controle van Severus. Na enige tijd, in 195, gaf Severus zijn oudste zoon Caracalla, de titel Caesar en verklaarde de Senaat Albinus tot staatsvijand. Severus versloeg Albinus in een van de grootste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis bij de slag bij Lugdunum (het huidige Lyon) op 19 februari 197. Een nauwkeurige beschrijving van de veldslag is niet overgeleverd, evenmin weten we hoeveel slachtoffers er aan beide zijden vielen. Wel bekend is, dat de veldslag twee dagen duurde. Albinus moest uiteindelijk vluchten en pleegde zelfmoord.

Vervolgens veroverde Severus, samen met zijn zoons, Parthia en de hoofdstad Ctesiphon in 198, waarbij de stad werd leeggeroofd, alle mannen gedood en de ongeveer honderdduizend overlevende vrouwen en kinderen als slaaf gevangen genomen. Zijn oudste zoon werd uitgeroepen tot Augustus en werd medekeizer en zijn jongste zoon kreeg de vrijgekomen titel Caesar. In 209 werd ook Geta tot medekeizer benoemd. Naast Parthia, veroverde Severus ook gebieden in Noord-Afrika en richtte hij zijn aandacht vervolgens op Britannia, waar hij de tachtig jaar oude muur van Hadrianus liet herstellen waar het nodig was. Daar stierf hij op 65-jarige leeftijd een natuurlijke dood op 4 februari 211 in York.

De museumdirectie van Centre Céramique lanceert nu, meer dan acht maanden na de feiten, een oproep naar het publiek. Wie een tip heeft over het verdwenen marmeren hoofd van Septimius kan een berichtje sturen naar mail@sbm.nl

Centre Céramique
Avenue Céramique 50
6221 KV Maastricht

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 september 2010. Bekijk het origineel.